2.2D Snelheid op één moment

leerdoel
Je kunt bij een tijd-afstandformule met een differentiequotiënt de snelheid op een tijdstip benaderen.
timer
5:00
Wat gaan we deze les doen?
- Snelheid op één moment 
- Oefenen
- Huiswerk bespreken
- Aan het werk...
- Afsluiting
Hier gaan we mee starten?
Maken opdracht 39
op je tafel ligt?
- etui
- boek
- schrift
-grafische rekenmachine
Welkom
1 / 15
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 15 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

leerdoel
Je kunt bij een tijd-afstandformule met een differentiequotiënt de snelheid op een tijdstip benaderen.
timer
5:00
Wat gaan we deze les doen?
- Snelheid op één moment 
- Oefenen
- Huiswerk bespreken
- Aan het werk...
- Afsluiting
Hier gaan we mee starten?
Maken opdracht 39
op je tafel ligt?
- etui
- boek
- schrift
-grafische rekenmachine
Welkom

Slide 1 - Slide

Snelheid op één moment
  • De tijd-afstandgrafiek in figuur 2.37 hooft bij                                    de formule 
  •  Hierin is s de afgelegde afstand in meter na                                  t seconden.
  • Je hebt al heel wat keren gemiddelde snelheden berekend op een gegeven tijdsinterval.

Slide 2 - Slide

Snelheid op één moment
  • Maar hoe kom je aan de snelheid op één moment,
  • bijvoorbeeld op t = 4?
  • Om dit probleem op te lossen, bekijk je de gemiddelde snelheid op steeds kleiner wordende intervallen [4, 5],            [4; 4,5], [4; 4,1], [4; 4,01], ...
  • Zo krijg je een steeds betere benadering van de snelheid op t=4. 

Slide 3 - Slide

Snelheid op één moment
De gemiddelde snelheid         op het interval
[4,5] is                                                   m/s 

[4;4,5] is                                       m/s 
[4;4,1] is                                     m/s

[4;4,01] is                                   m/s 

Slide 4 - Slide

Snelheid op één moment
  • De gemiddelde snelheid op het intervalletje [4; 4,01] geeft een goede benadering van de snelheid op t = 4.
  • Je krijgt het vermoeden dat de snelheid op t = 4 gelijk is aan 24 m/s.

Slide 5 - Slide

Snelheid op één moment
  • Dit vermoeden wordt bevestigd als je  ∆s/∆t berekent op een nog kleiner interval bijvoorbeeld [4; 4,001].
  • Je krijgt                                             m/s

Slide 6 - Slide

Aan het werk...
vierkant: 40 + nakijken
cirkel: 43 + nakijken
ster: 43 + nakijken
timer
10:00
40
43

Slide 7 - Slide

Vragen over het huiswerk?
23, 29, 37 + nakijken
Nakijken is heeeeel belangrijk! --> Alleen dan kun je gerichte vragen stellen.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Aan het werk...
vierkant: 40 + nakijken
cirkel: 43 + nakijken
ster: 43 + nakijken
Huiswerk: 22, 33, 42
timer
10:00
40
43
42
22
33

Slide 12 - Slide

timer
1:00
  • Waar hebben we het vandaan over gehad?
  • Wat was het leerdoel?
Spullen opruimen en blijven zitten

leerdoel
<div>Je kunt bij een tijd-afstandformule met een differentiequotiënt de snelheid op een tijdstip benaderen.</div>

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Huiswerk
Maken 22, 33, 42 + nakijken en insturen

PW TW1 H1, H2 t/m 2.4

Slide 15 - Slide