afrekenen = betalen
afruimen = spullen van tafel halen, leegmaken
bedienen = iemand iets brengen (eten/drinken/spullen)
behangen = papier aan de muur plakken
doortrekken = wc/toilet doorspoelen
dragen = iets vasthouden/ kleding aanhebben
in elkaar zetten = monteren, van stukken een geheel maken
sorteren = bij elkaar zetten/leggen