2025-03-17 LTC 6 Latijn

Programma

  • Proefvertaling bespreken
  • Tekst ter vergelijking (TB 226-230)
  • Aeneas als Stoïsche held (TB H 14 231-236)



Weektaak

  • Lezen: TB 226-230 (met pensum in vertaling: maak een samenvatting)
  • Lezen: TB 231-236: Aeneas als Stoïsche held

  • Toets voorbereiden




1 / 22
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Programma

  • Proefvertaling bespreken
  • Tekst ter vergelijking (TB 226-230)
  • Aeneas als Stoïsche held (TB H 14 231-236)



Weektaak

  • Lezen: TB 226-230 (met pensum in vertaling: maak een samenvatting)
  • Lezen: TB 231-236: Aeneas als Stoïsche held

  • Toets voorbereiden




Slide 1 - Slide

Begintaak maandag

Ga naar LessonUp en log in op deze les.






















Slide 2 - Slide

Wat is de betekenis van pius als het over Aeneas gaat?

Slide 3 - Open question

Esto nunc Sol testis et haec mihi terra vocanti

Wat verbindt et?

Slide 4 - Open question

tu Saturnia coniunx

Kies de juiste vertaling

A
de echtgenoot van Saturnia
B
Je echtgenote Juno
C
Jij, echtgenote Juno
D
Zijn echtgenoot Juno

Slide 5 - Quiz

Wat betekent victos?
A
overwinnaars
B
overwonnenen

Slide 6 - Quiz

de vorm cedet (e voor de uitgang!) is
A
een indicativus praes.
B
een coniunctivus praes.
C
een indicativus fut.

Slide 7 - Quiz

Nec post arma ulla rebelles Aeneadae referent
En de Trojanen zullen later het niet weer opnemen tegen enige opstandige wapens.
Welke denkfout(en)?

Slide 8 - Open question

Nec post arma ulla rebelles Aeneadae referent
En geen enkele opstandige Trojanenpakten later de wapens weer op
Welke denkfout(en)?

Slide 9 - Open question

ut potius reor et potius di numine firment

Wat verbindt et?

Slide 10 - Open question

Wat zijn de betekenissen van ut? Graag met bijbehorende modus.

Slide 11 - Open question

de vorm firmet (e voor de uitgang!) is
A
een indicativus praes.
B
een coniunctivus praes.
C
een indicativus fut.

Slide 12 - Quiz

(non) ego nec Teucris Italos parere iubebo
..zal ik én niet bevelen de Italische Trojanen voor te bereiden.
Welke denkfout(en)?

Slide 13 - Open question

(non) ego nec Teucris Italos parere iubebo
en niet zal ik de Teucri bevelen de Italianen te dienen.
Welke denkfout(en)?

Slide 14 - Open question

(non) ego nec Teucris Italos parere iubebo
..zal ik niet bevelen dat de Italiërs met Trojanen verwekken.
Welke denkfout(en)?

Slide 15 - Open question

Sacra deosque dabo
Ik zal de goden ook een eredienst geven.
Welke denkfout(en)?

Slide 16 - Open question

sollemne
A
is een bijwoord
B
is een ablativus
C
congrueert met socer
D
congrueert met imperium

Slide 17 - Quiz

urbique dabit Lavinia nomen
en ik zal de stad de naam Lavinia geven
Welke denkfout(en)?

Slide 18 - Open question

Programma maandag

  • We bespreken de proefvertaling
  • We komen terug op r. 935-952 (v.a. blz. 222)  (vraag 5, 2, 3, 1, 3)
  • We bespreken de tekst ter vergelijking (HB 226-230)

Wensen voor morgen?



Slide 19 - Slide

Begintaak dinsdag: kaartspel














Slide 20 - Slide

Programma dinsdag


Slide 21 - Slide

Vorm je eigen mening (en onderbouw die met een gegeven uit de tekst/het pensum):

  • Had Aeneas Turnus moeten sparen? 
  • Past Aeneas' gedrag bij 'parcere subiectis et debellare superbos' (Aen. 8, 853)?
  • Verdient Aeneas de eigenschap pius?
  • In hoeverre gedraagt Aeneas zich als een Stoïsche held?



Slide 22 - Slide