4Latijn oefenen werkwoordsvormen

1 / 13
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

In deze les:
1. Oefenen werkwoordsvormen
2. Grammaticavragen Deucalion et Pyrrha

Slide 2 - Slide

Wat betekent...
parcas
A
jij spaart
B
jij spaart con.
C
jij zal sparen
D
jij zal sparen con.

Slide 3 - Quiz

Wat betekent...
eripui
A
ik neem af
B
ik nam af
C
ik had afgenomen
D
ik zal afnemen

Slide 4 - Quiz

Wat betekent...
peperceris
A
jij hebt gespaard
B
jij had gespaard
C
jij zult sparen
D
jij zult hebben gespaard

Slide 5 - Quiz

Wat betekent...
vertor
A
ik draai om
B
ik word omgedraaid
C
ik zal omdraaien
D
ik zal worden omgedraaid

Slide 6 - Quiz

Wat betekent...
apparebatis
A
jullie verschenen
B
jullie verschenen con.
C
jullie zullen verschijnen
D
jullie zijn verschenen

Slide 7 - Quiz

Wat betekent...
contrahi
A
ik heb samengetrokken
B
ik ben samengetrokken
C
samentrekken
D
te worden samengetrokken

Slide 8 - Quiz

Wat betekent...
electi eratis
A
jullie hebben gekozen
B
jullie zijn gekozen
C
jullie hadden gekozen
D
jullie waren gekozen

Slide 9 - Quiz

Wat betekent...
placeres
A
jij bevalt
B
jij bevalt con.
C
jij beviel
D
jij beviel con.

Slide 10 - Quiz

Wat betekent...
carueris
A
jij zal missen
B
jij zal worden gemist
C
jij zal hebben gemist
D
jij zal zijn gemist

Slide 11 - Quiz

Wat betekent...
sternatur
A
hij spreidt uit
B
hij spreid uit con.
C
hij wordt uitgespreid
D
hij wordt uitgespreid con.

Slide 12 - Quiz

Opdracht:
Maak de uitgedeelde grammaticavragen
Hoe meer vragen je maakt, hoe beter je straks voorbereid bent op de toets!
Probeer tijdens dit lesuur minstens tot vraag 15 te komen

Als je klaar bent, kijk je met een nakijkvel de opdrachten na

Slide 13 - Slide