Examentraining Lezen, kijken en luisteren 1 (week 14)

Nederlands
Amanda Schaak
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Nederlands
Amanda Schaak

Slide 1 - Slide

Programma:

  • Account aanmaken Lessonup
  • Terugblik vorige les
    Examen vragen
  • Examentraining

Lesdoelen:


Examentraining:
  • Leesstrategieen
  • Hoofdgedachte 
  • Onderwerp
  • Drogreden
  • Schrijfvaardigheid
  • Verbeteren van leesvaardigheid door te oefenen met actuele teksten en je tekstbegrip te vergroten
  • Formuleren van je mening door het formuleren van argumenten en het beoordelen van argumenten op drogredenen. 
Examenplanning
Werkwijze
Opdracht nieuws:
  • Tekst lezen 
  • Vragen beantwoorden
    (tweetallen/ samen met docent)
  • Stellingen en stemronde
  • Ministerraad
  • Wetsvoorstel schrijven

Slide 2 - Slide

LessonUp
Account aanmaken Lessonup

Slide 3 - Slide

Vooruitblik examens
Nederlands is verdeeld in 5 vaardigheden:

Centraal examen:
Lezen en luisteren
(vormt 50% van je eindcijfer)
Instellingsexamen:
Schrijven
Spreken en gesprekken
(vormen samen de overige 50% van je eindcijfer)
  • Nederlands lezen, kijken en luisteren 
      30-6                  14:00 -15:30 (tijd is aangepast)

      Locatie: Kasteeldreef
       (let op, dit komt niet in het rooster)

  • Nederlands schrijven
    19-06                     Tijdens de Nederlandse les

Formatieve periode cijfers (zoals boekverslag), tellen niet mee voor je eindcijfer. 
Hulpmiddelen examen

Slide 4 - Slide

Terugblik oefenexamen 2024
Leesstrategieen bij examen
  • Lees de tekst eerst orienterend
  • Lees de tekst vervolgens globaan, beantwoord voor jezelf de vraag: 'Waar gaat de tekst over?' 
  • Lees de vraag 
  • Lees de tekst intensief 
Vraag 5:
Vergoeilijken
Vergoeilijken betekent goedpraten. 

Je mag een woordenboek bij het examen gebruiken, toch is het fijn als je je woordenschat vergroot tijdens de examentraining. Op deze manier hoef je niet alles op te zoeken waardoor je tijd bespaart. Kom je woorden tegen die je niet kent, noteer deze dan met de betekenis. 
Vraag 8:

Slide 5 - Slide

Examentraining
Examentraining
Teams:
  • Handreiking examentraining 
    (iedere week aangevuld)
  • Oefenmateriaal 
Lessen:
  • Oefeningen waarbij lezen, kijken- luisteren en schrijven wordt geoefend.
  • Iedere les staat een bepaalde vaardigheid centraal, waarbij uitleg wordt gegeven over bijbehorende onderwerpen (optioneel)

Slide 6 - Slide

Onderwerp en hoofdgedachte

Hoe herken je het onderwerp
  • Het onderwerp geeft in één woord aan waar een tekst over gaat.
  • Je kunt het onderwerp vaak al uit de titel halen.

Hoe herken je de hoofdgedachte?
  • De hoofdgedachte is één zin die het belangrijkste over het onderwerp aangeeft.
  • Je kunt de hoofdgedachte meestal in de inleiding terugvinden.
Hoofd- en bijzaken 

Hoofdzaken in een tekst hebben een vaste plek:
  • De titel geeft het onderwerp weer.
  • De eerste zin van de inleiding is vaak de hoofdgedachte.

Hoofdzaken in een alinea hebben een vaste plek:
  • Begint meestal met de kernzin
    (de hoofdgedachte van een alinea - eerste/ tweede of laatste zin)
  • Daarna komt veelal een opsomming van feiten, meningen, voorbeelden en/of argumenten.
  • De alinea sluit veelal af samen te vatten wat er allemaal opgesomd is.

Bijzaken
De tekst kan zijn doel bereiken zonder bijzaken daarom kan je bijzaken weglaten. Bijzaken zijn: extra uitleg en voorbeelden. 
Bijzaken staan NOOIT in een samenvatting of in een kopje. 


Slide 7 - Slide

Examentraining
Zelfstandig werken, lees de tekst en beantwoord de vragen.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Wat is de hoofdgedachte van dit
nieuwsitem?


Slide 10 - Open question

Noem een hoofdzaak uit dit nieuwsitem.


Slide 11 - Open question

Wat is een bijzaak uit dit nieuwsitem?


Slide 12 - Open question

Feiten, meningen en argumenten
Feit: 
  • Zijn controleerbaar
  • Objectief 
 
Voorbeeld:
In 18 steden van Nederland kun je een deelscooter huren. 
Mening: 
  • Subjectief
 
Voorbeeld:
Deelscooters zouden verboden moeten worden.
Drogreden: 
  • Een onjuist argument dat als feit wordt gepresenteerd
 
Voorbeeld:
Deelscooters zorgen voor overlast doordat jongeren deze te pas en te onpas ergens laten staan en vernielen/ 

Slide 13 - Slide

4

Slide 14 - Video

02:07
Leuk is een typisch woord voor een...
A
feit
B
mening
C
argument

Slide 15 - Quiz

03:37
Wanneer is lezen moeilijk?
Als je...
A
laaggeletterd bent
B
Netflix hebt
C
niet leert hoe je moet kijken
D
woordenschat beperkt is

Slide 16 - Quiz

05:57
Welke (drie) argumenten noemt hij waarom ook geoefende lezers netflixen?

Slide 17 - Open question

06:30
Wat biedt een boek
dat Netflix
niet heeft volgens jou?

Slide 18 - Mind map

Deze video is gemaakt met hulp van Stichting Lezen. Verandert dat de betrouwbaarheid van de tekst voor jou?
Ja
Nee

Slide 19 - Poll

In de titel van een (gesproken) tekst vind je meestal
A
de hoofdgedachte
B
de mening van de maker
C
het onderwerp
D
een argument over het onderwerp

Slide 20 - Quiz

Waar in de (gesproken) tekst vind je de hoofdgedachte meestal?
A
in het slot
B
in het middenstuk
C
in de inleiding

Slide 21 - Quiz

Wat is de functie van een bijzaak in een (gesproken) tekst?
A
maken de tekst duidelijker
B
om op te nemen in de samenvatting
C
tekst voor de koppen / onderdelen

Slide 22 - Quiz

Hoe komt dit terug op je examen?

Slide 23 - Slide

Tips bij kijk-luisterfragmenten op je examen NED
  • Luister gericht door eerst de vragen te lezen en daarna het fragment te beluisteren.
  • Pauzeer het fragment om een vraag te beantwoorden 
  • Let op signaalwoorden: deze geven een verband aan
  • Let goed op het beeld: dit kan extra informatie bevatten of iets duidelijker maken.

Slide 24 - Slide

Opdracht
1. Lezen
  • Lees het artikel 'Ook Nederland heeft nog geen beveiligde chatapp' in Teams;
  • Beantwoord de 6 vragen over de tekst
  • Controleer je antwoorden in Teams
2. Schrijven
  • Formuleer een voor- en tegen argument bij de stelling:
    Ministers moeten verplicht een beveiligde app gebruiken ook als dit omslachtig is?
3. Spreken en gesprekken 'Ministerraad
  • De klas wordt verdeeld in drie groepen: voorstanders, tegenstanders en jury
  • De Voorstanders verdedigen het idee dat ministers altijd veilige communicatie moeten gebruiken.
  • De Tegenstanders benadrukken waarom gebruiksgemak belangrijker is dan veiligheid.
  • De Jury beoordeelt welke argumenten het sterkst zijn en let op drogredenen.
4. Schrijven 'wetsvoorstel' 
  • Schrijf een wetsvoorstel over hoe veilige communicatie voor ministers geregeld zou moeten worden. 
Inhoud
Het wetsvoorstel moet:

Een duidelijke inleiding bevatten (waarom is veilige communicatie belangrijk?).

De belangrijkste maatregelen uitleggen (bijv. verplicht gebruik van beveiligde apps, voor- en nadelen van verschillende systemen, etc.).

Aandacht besteden aan praktische uitvoering (wat zijn de obstakels en hoe kan de overheid deze overwinnen?).

Conclusie trekken over hoe het wetsvoorstel de situatie zou verbeteren.

Slide 25 - Slide