G2 - Unité 2 'Sports et passions'

1 / 53
next
Slide 1: Video
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 53 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Video

This item has no instructions

Bienvenue!
Le programme
  • Prévision: MVT-keuze | 15'
  • Prévision: Toetsweek
  • Unité 2 'Sports et passions' | 10'
  • Verbe: Faire | 15'
  • Révision Taaldorp | 5'
Lesdoelen 
  • Ik kan vertellen waar de toets in de toetsweek over gaat.
  • Ik kan het werkwoord 'faire' correct vervoegen en vertalen.
  • Ik heb teruggeblikt op Taaldorp.
  • Ik kan minimaal 3 argumenten benoemen waarom ik wel/niet voor Frans zou kiezen in klas 3.

Madame Geluk (Bonheur)
r.geluk@hetbaarnschlyceum.nl
aanwezig: ma, di, wo, do



Slide 2 - Slide

This item has no instructions

MVT

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

timer
15:00
Repetitie toetsweek
  • Cultuurvraag (p.50-51)
  • Werkwoord faire (p.134)
  • Bezittelijk voornaamwoord (p.63-65)
  • Kloktijden (p.59)
  • Leer woordenlijst "Handige woorden leestoets" (Quizlet)

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Quels mots tu connais déjà sur le sujet:
timer
1:00
Sports & passions

Slide 5 - Mind map

This item has no instructions

timer
15:00
Introduction Unité 2 'Sports et passions'
Introduction p. 50-51
  • Let op dikgedrukte woorden; wat betekenen ze?

Na deze Unité kun je ...
  • ...een gesprek begrijpen tussen Julien en zijn vrienden.
  • ... de hoofdlijn van een eenvoudig interview begrijpen.
  • ... gesprekken over sport en hobby's begrijpen.
  • ...telefonisch een afspraak maken.
  • ...over je hobby of sport praten.
  • ...in eenvoudige zinnen reageren op korte advertenties.
Grammaire
  • Werkwoord 'pouvoir' & bezittelijk voornaamwoord.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Questions et réponses
Objectifs (doelen): Doeltaal-leertaal
  • Ik kan zeggen wat ik maak/doe
  • Ik kan zeggen welke sport ik beoefen

Slide 7 - Slide

  • Naam spellen
  • Je voudrais (voorbeeld, eten & drinken)
  • Vous pouvez répéter ?
  • Je ne comprends pas
Les sports | Jouer + au / à la / à l' / aux*
*Bij sporten en spellen, met min. 1 tegenspeler
1.


2.
3.
4.
5.
6.
Je joue au tennis
Je joue au ping-pong
Je joue au hockey
Je joue au foot(ball)
Je joue au basket(ball)
Je joue aux jeux vidéos

Slide 8 - Drag question

This item has no instructions

La musique | Jouer  + du / de la / de l' / des *
*Bij muziekinstrumenten
1.


2.
3.
4.
5.
Je joue du piano
Je joue du violon
Je joue de la guitare
Je joue de la batterie
Je joue de la flûte

Slide 9 - Drag question

This item has no instructions

Les sports | Faire + du / de la / de l' / des
*Bij sporten zonder tegenspeler/bal (individueel)
1.


2.
3.
4.
5.
Je fais de l'équitation
Je fais de la natation
Je fais du ski
Je fais du jogging
Je fais du vélo

Slide 10 - Drag question

This item has no instructions

je fais
tu fais
il/elle/on fait
nous faisons
vous faites
ils/elles font
J'ai fait
Combineer de juiste vorm van 'faire' met het onderwerp
Grammaire 'Faire' 
Ik maak/doe
jij maakt/doet
hij/zij/men maakt/doet
wij maken/doen
u heeft, jullie maken/doen
zij maken/doen
Ik heb gemaakt/gedaan

Slide 11 - Drag question

This item has no instructions

S'entrainer: Faire
www.verbuga.eu
  • Tijden: 
    - Basisniveau : présent
    - Uitdagend niveau: présent & passé composé
  • Onregelmatige: faire
  • Vink aan: Nederlands - Frans
  • Klik op: Bevestig


Ik kan het werkwoord 'faire' correct vertalen.
timer
10:00
Étape 1 
  • Maak het werkblad
  • Eerder klaar? Oefen verder via Verbuga.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

IK GA FRANS KIEZEN
A
Ja! :)
B
Nee....
C
Ik twijfel nog

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions


Révision: Taaldorp
Hoe kijk je terug op taaldorp?

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Quizlet Unité 1

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Les devoirs
Lesdoelen 
  • Ik kan vertellen waar de toets in de toetsweek over gaat.
  • Ik kan het werkwoord 'faire' correct vervoegen en vertalen.
  • Ik heb teruggeblikt op Taaldorp.
  • Ik kan minimaal 3 argumenten benoemen waarom ik wel/niet voor Frans zou kiezen in klas 3.
Les devoirs

  1. Apprends (leer): Bezittelijk voornaamwoord (p.64)
  2. Faites (maak): exercice 16C over bezit.vnw (p.64)
  3. Répète (herhaal): "Faire" werkwoord uit je hoofd (zie p.134)

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Video

This item has no instructions

Bienvenue!
Le programme
  • Corrigez 'faire' | 5'
  • Doeltaal-leertaal | 5'
  • Bezittelijk voornaamwoord| 20'
  • Lecture ex. 5 + 6 | 15' 
Lesdoelen 
  • Ik kan zeggen wat ik maak/doe
  • Ik kan zeggen wat van mij / van iemand anders is.
  • Ik kan de hoofdlijn van een eenvoudig interview begrijpen.

Madame Geluk (Bonheur)
r.geluk@hetbaarnschlyceum.nl
aanwezig: ma, di, wo, do



Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Video

This item has no instructions

Questions et réponses
Objectifs (doelen): Doeltaal-leertaal
  • Faire
  • Bezittelijk voornaamwoord
  • (Kloktijden)

Slide 20 - Slide

  • Naam spellen
  • Je voudrais (voorbeeld, eten & drinken)
  • Vous pouvez répéter ?
  • Je ne comprends pas

Bezittelijk voornaamwoord
C'est haar frère.
A
mon
B
sa
C
son
D
ton

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions


Bezittelijk voornaamwoord
Regarde jouw orange!
A
mon
B
ton
C
ta
D
son

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions


Bezittelijk voornaamwoord
Ce sont onze carottes.
A
notre
B
nos
C
votre
D
mes

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions


Bezittelijk voornaamwoord
Ce sont hun amies.
A
leur
B
notre
C
vos
D
leurs

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Grammaire II 'Bezittelijk vnw' (app. 5) - p.63
Ensemble
  • 16A + B (p.63)
Au travail:
  • Ex. 16C+ 16D, (p.64-65) - af in les
  • Ex. 5 (p.55) - af in les
  • Ex 6 (p.55-56) - huiswerk
  • Leren: Apprendre: 5 + handige woordenlijst
Je kunt zeggen wat van jou en wat van iemand anders is.
timer
15:00

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Quizlet Unité 1

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Les devoirs
Lesdoelen 
  • Ik kan zeggen wat ik maak/doe
  • Ik kan zeggen wat van mij / van iemand anders is.
  • Ik kan de hoofdlijn van een eenvoudig interview begrijpen.
Les devoirs

  1. Exercices 6 + 9
  2. Leren vocabulaire

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Slide 29 - Video

This item has no instructions

Bienvenue!
Le programme
  • Questions et réponses | 5'
  • Les heures (ex.9) | 10'
  • Corriger: Lecture 'Parkour' (ex.6) | 15'
  • Lire: Extra // Werkblad | 15'
Lesdoelen 
  • Ik kan vertellen waar de toets in de toetsweek over gaat.
  • Ik kan vertellen hoe laat het is.
  • Ik kan de hoofdlijn van een eenvoudig interview begrijpen.
  • Ik heb geoefend met de onderdelen voor de toetsweek.

Madame Geluk (Bonheur)
r.geluk@hetbaarnschlyceum.nl
aanwezig: ma, di, wo, do



Slide 30 - Slide

This item has no instructions

timer
15:00
Repetitie toetsweek
  • Cultuurvraag (p.50-51)
  • Werkwoord faire (p.134)
  • Bezittelijk voornaamwoord (p.63-65)
  • Kloktijden (p.59)
  • Lezen 
  • Vocabulaire: Leer woordenlijst "Handige woorden leestoets" (Quizlet)

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Questions et réponses
Objectifs (doelen): Doeltaal-leertaal
  • Ik kan vragen hoe laat het is
  • Ik kan vertellen hoe laat het is
  • Ik kan zeggen wat van iemand is.

Slide 32 - Slide

  • Naam spellen
  • Je voudrais (voorbeeld, eten & drinken)
  • Vous pouvez répéter ?
  • Je ne comprends pas
Il est une heure
Il est deux heures
Il est trois heures
Il est quatre heures
Il est cinq heures
Il est six heures
Il est sept heures
Il est huit heures
Il est neuf heures
Il est dix heures
Il est onze heures
Heures: Quelle heure est-il?
Nb.
Il est midi.
Il est minuit.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Heures: Quelle heure est-il?

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Il est deux heures.
Il est trois heures.
Il est six heures et demie.
Il est neuf heures et quart.
Il est huit heures moins le quart.
Il est onze heures moins le quart.

Slide 35 - Drag question

This item has no instructions

Corrigez: ex. 9 (p.59)
B
  • a Il est une heure et quart.
  •  b Il est deux heures et demie.
  •  c Il est cinq heures moins le quart.
  •  d Il est neuf heures moins cinq.
  •  e Il est minuit vingt.
  •  f Il est huit heures moins vingt-cinq.



timer
10:00

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

timer
15:00
Corrigez: ex. 6 (lire)
Exercice 6 'lisez' p.54-56
  • Lees de vraag nauwkeurig.
  • Kijk goed uit welke alinea je het antwoord moet halen.
  • Wees compleet in je antwoord.


Slide 37 - Slide

This item has no instructions

timer
12:00
Lisez: "Interview avec Mina" (p.80)
Kies (2 van de 3) | individueel & in stilte
* Instapvragen (makkelijk)
** Basisvragen (toetsniveau)
*** Uitdagende vragen (moeilijker)

Na 12 minuten nakijken.

Eerder klaar?
Oefen vocabulairelijst!

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

timer
20:00
Au travail!
Maak het werkblad
* In stilte
* Zo veel mogelijk zonder boek/ woordenlijst
* Pas boek erbij als je het echt niet weet.

Klaar?
  • Oefen 'faire' op www.verbuga.eu
  • Oefen vocabulaire op Quizlet

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Quizlet Handige woorden lees-/luistertoets

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Les devoirs
Lesdoelen 
  • Ik kan vertellen waar de toets in de toetsweek over gaat.
  • Ik kan vertellen hoe laat het is.
  • Ik kan de hoofdlijn van een eenvoudig interview begrijpen.
  • Ik heb geoefend met de onderdelen voor de toetsweek..
Les devoirs

  1. Repetitie leren

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Slide 42 - Video

This item has no instructions

Bienvenue!
Le programme
  • Questions & réponses | 5'
  • Dictée marchée | 10'
  • Werkblad | 20'
  • Blooket | 10'
Lesdoelen 
  • Ik kan met signaalwoorden een volgorde in mijn verhaal aangeven.
  • Ik heb geoefend met de onderdelen voor de toetsweek.
  • Ik heb de laatste vragen m.b.t. toets / MVT-keuze gesteld.

Madame Geluk (Bonheur)
r.geluk@hetbaarnschlyceum.nl
aanwezig: ma, di, wo, do



Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Questions et réponses
Objectifs (doelen): Doeltaal-leertaal
  • Ik kan vertellen in welke volgorde ik dingen doe / heb gedaan.

Slide 44 - Slide

  • Naam spellen
  • Je voudrais (voorbeeld, eten & drinken)
  • Vous pouvez répéter ?
  • Je ne comprends pas
Dictée marchée!
Qu'est-ce que nous allons faire?
1. Je wordt ingedeeld in tweetallen. 
2. Ieder duo heeft 1 loper en 1 schrijver.
3.  Schrijf alle woorden op je blaadje (FR+NL)
 > Let erop dat je de woorden correct spelt.
> Schrijf de Nederlandse betekenis erachter.
4. Klaar? Lever je blaadje met namen in bij de docent en maak/leer je huiswerk.
   
Tip: als de schrijver niet weet hoe het woord geschreven moet worden, dan moet de loper het woord spellen, de loper mag niet zelf schrijven.


timer
8:00
Règles du jeu:
  • Je mag niet wisselen van loper.
  • Je bent loper niet renner.
  • Ren je ? Dan moet je terug op je stoel en 10sec. wachten.
  • In het lokaal ben je stil, zo niet? 10 sec. wachten.
  • L'équipe qui gagne reçoit des bonbons! (met 5 foutloze zinnen)

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

timer
20:00
Au travail!
Maak het werkblad
* In stilte
* Zo veel mogelijk zonder boek/ woordenlijst
* Pas boek erbij als je het echt niet weet.

Klaar?
  • Oefen 'faire' op www.verbuga.eu
  • Oefen vocabulaire op Quizlet

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Quizlet Handige woorden lees-/luistertoets
Blooket ?

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Les devoirs
Lesdoelen 
  • Ik kan met signaalwoorden een volgorde in mijn verhaal aangeven.
  • Ik heb geoefend met de onderdelen voor de toetsweek.
  • Ik heb de laatste vragen m.b.t. toets / MVT-keuze gesteld.
Les devoirs

  1. Repetitie leren

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

Slide 49 - Video

This item has no instructions

Ma passion (ex. 7)
I. Bekijk dit voorbeeld & vul je eigen poster aan met:
  • Een titel
  • De zin waarin je vertelt wat je hobby/sport is
  • Lidwoorden (als je dat niet had)



timer
4:00

Slide 50 - Slide

This item has no instructions

Parlez: pronoms possesifs | Ex. 18, p.68
Ik kan zeggen wat van iemand is.
timer
3:00

Slide 51 - Slide

This item has no instructions

Parlez!
Les questions:
  1. Hoe heet je ?
    > ...
  2. Hoe oud ben je ?
    > ...
  3. Quelle est ta passion préférée ?
    > ....
  4. Pourquoi tu aimes [genoemde sport/hobby] ?
    > ....
  5.  Tu t'entraines combien de fois par semaine ?
    > ....
timer
3:00

Slide 52 - Slide

This item has no instructions

G2 - Unité 2 'Sports et passions'

Slide 53 - Slide

This item has no instructions