Impératif

l'impératif 
1 / 26
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

l'impératif 

Slide 1 - Slide

instructiefilmpje Diddit

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

chanter = zingen
zing! (tegen Marie die je met jij aanspreekt)
A
chante!
B
chantez!
C
chantons!
D
chanter

Slide 4 - Quiz

parler = praten
praat! (tegen groep mensen zonder jezelf)
A
parle !
B
parlez!
C
parlons!
D
parler

Slide 5 - Quiz

regarder = kijken
(voorstel, tegen groep inclusief jijzelf)
A
regarde!
B
regardez!
C
regardons!
D
regarder!

Slide 6 - Quiz

manger = eten
Eet!
(tegen een persoon die je beleefd toespreekt met U)
A
Mangez!
B
Mangeons!
C
Mange!
D
Manger!

Slide 7 - Quiz

aller
(tegen een groep, zonder jezelf)
A
vais!
B
allons!
C
va!
D
allez!

Slide 8 - Quiz

aller = gaan
(tegen Piet die je met JIJ aanspreekt)
A
vais!
B
allons!
C
va!
D
allez!

Slide 9 - Quiz

marcher
(tegen de leraar, die je met U aanspreekt)
A
marche!
B
marchons!
C
marchez!
D
marcher

Slide 10 - Quiz

marcher
(tegen een groep leerlingen, jij zit er niet bij)
A
marche!
B
marchons!
C
marchez!
D
allez!

Slide 11 - Quiz

Wesley, (manger) ______ ta pizza maintenant!
A
mangez
B
mange
C
mangeons

Slide 12 - Quiz

Roel et Wesley, (danser) ______ le tango!
A
dansons
B
dansez
C
danse

Slide 13 - Quiz

On se calme les gars. (aller) ______ au parc tranquillement. (Laten we...)
A
allons
B
va
C
allez

Slide 14 - Quiz

Chantal, (parler) _____ plus lentement!
A
parler
B
parlons
C
parlez
D
parle

Slide 15 - Quiz

Laura et Pierre, (rentrer) _____ tout de suite!
A
rentrez
B
rentre
C
rentrons
D
rentrer

Slide 16 - Quiz

Chérie (schat) !!!!!!!
__________________(bel) l'informaticien ou je
fais un malheur !

A
appelle
B
appelles

Slide 17 - Quiz

Maak zelf de impératif : (van het werkwoord JOUER) tegen een persoon die je met JIJ aanspreekt

Slide 18 - Open question

Maak zelf de impératif : Laten we gaan!

Slide 19 - Open question

Maak zelf de impératif : Ga (tegen een persoon die je met U aanspreekt.....!

Slide 20 - Open question

Maak zelf de impératif : Praat (tegen een persoon die je met u aanspreekt.....!

Slide 21 - Open question

L'impératif 
dans une phrase négative

Slide 22 - Slide

NE + verbe + pas, jamais, plus  ...
Mange     --->  Ne mange pas/plus (niet meer)/rien (niets)
Pars          ---> Ne pars pas/plus/jamais (nooit)
Allez         ---> N'allez pas / plus / jamais
Ecoutons --> N'écoutons pas / plus / jamais

Slide 23 - Slide

Donne l'impératif négatif (ne...pas):
Mange!

Slide 24 - Open question

Donne l'impératif négatif (ne...plus) de:
Parlez en classe!

Slide 25 - Open question

As-tu compris l'impératif?
010

Slide 26 - Poll