Hoofdstuk 2.5 Energiegebruik in en om het huis

2.5 Energiegebruik in en om het huis
1 / 34
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

2.5 Energiegebruik in en om het huis

Slide 1 - Slide

Bronnen van energie

Hoeveel en welke energie wordt er verbruikt?
  • energie: vermogen om arbeid te verrichten
  • Welke soort energie is er nodig op het plaatje?


Slide 2 - Slide

Hoeveel energie verbruiken we in Nederland in een jaar?
A
120 miljard kWh
B
10000 kWh
C
10 miljoen kWh
D
20.000 Kwh

Slide 3 - Quiz

Maar hoeveel is dat nou?
Laten we het vergelijken met het energieverbruik van enkele huishoudelijke apparaten:


Een gloeilamp (60 watt):
Als je een gloeilamp van 60 watt 120 miljard uur zou laten branden, zou dit overeenkomen met 120 miljard kWh.

Een elektrische auto (gemiddeld 0,2 kWh per kilometer):
Als je een elektrische auto hebt die gemiddeld 15 kilometer per uur verbruikt, zou je deze 8 miljard kilometer kunnen laten rijden voordat je ongeveer 120 miljard kWh verbruikt.



Slide 4 - Slide

Welke factoren?
1. samenstelling van het huishouden
2. het inkomen 
3. opleidingsniveau
4. type woningen

Slide 5 - Slide

Ecologische voetafdruk?
Met de ecologische voetafdruk kun je berekenen hoeveel ruimte er nodig is om alles wat je in een jaar verbruikt te produceren en verwerken.
Maar, met de ecologische voetafdruk kun je ook zien hoeveel ruimte een land per inwoner gebruikt.
Hoe meer inwoners -> hoe meer ruimte het land inneemt

 Als de ecologische voetafdruk van de inwoners groter is dan de biocapaciteit van het land, vraagt het land meer van de natuur dan de eigen ecosystemen kunnen leveren.


Slide 6 - Slide

Zet in volgorde van lage naar hoge ecologische voetafdruk. Gebruik pagina 63 (bron 3)
België
Qatar
India
China

Slide 7 - Drag question

Geef aan of de zin juist is of onjuist. 
Je ecologische voetafdruk is groter als...
... je rijk bent dan wanneer je arm bent.
....je heel vaak nieuwe kleren koopt.
Juist
onjuist
...je met de fiets naar school gaat in plaats van met de bus.
...je water uit de kraan drinkt in plaats van uit een plastic flesje

Slide 8 - Drag question

Bronnen van energie
Energiebronnen
Hoeveel en welke energie wordt er verbruikt?
 Er zijn twee soorten!

  • niet-hernieuwbare energiebron: energiebron die voorradig is in de ondergrond en kan maar één keer gebruikt worden.

  • hernieuwbare energiebron: energiebron die niet opraakt.

    Laten we samen uitzoeken welke dit kunnen zijn!

Slide 9 - Slide

niet-hernieuwbaar
hernieuwbaar

Slide 10 - Drag question

 Bronnen van energie

Hoeveel en welke energie wordt er verbruikt?
Naar verwachting is er steeds meer energie nodig, omdat
  • de bevolking groeit
  • het opleidingsniveau en welvaart
  • het type woning

Slide 11 - Slide

1

Slide 12 - Video

01:01
Wat kunnen mensen volgens jou doen om hun woningen te verduurzamen?

Slide 13 - Open question

 Bronnen van energie
 Uitputbaar: fossiele brandstoffen
Hoe ontstaan fossiele brandstoffen?
Fossiele brandstoffen bestaan uit gefossilisseerde resten van planten, bomen en/of dieren.
  • steenkool
  • aardolie
  • aardgas


Een fossiel is een afdruk van een plant, boom of dier in steenkool die miljoenen jaren geleden gestorven is.

Slide 14 - Slide

Bronnen van energie
Uitputbaar: fossiele brandstoffen
Hoe ontstaan fossiele brandstoffen?
Er zijn twee provincies in Nederland die bekend staan om de fossiele brandstoffen:
  • Groningen heeft aardgas
  • Limburg heeft steenkool


Gebruik de bodemkaart van Nederland
Waarom komt er in Limburg steenkool voor en in Groningen aardgas?


Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Kalksteen
Aardolie
Aardgas
Steenkool

Slide 17 - Drag question

vervuiling?
Milieuvervuiling




Watervervuiling            Bodemvervuiling            Luchtvervuiling

Slide 18 - Slide

Duurzame energiebronnen

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Leerdoel
  • Wat is de grootste energie verbruiker in en om het huis?
  • Hoeveel procent draagt transport bij aan ons algemene energie verbruik?
  • Welke groep van de Nederlandse bevolking verbruikt het meeste energie?
  • Leg uit wat de ecologische voetafdruk in houdt

Slide 21 - Slide

Energie om te verwarmen

Meeste energie gebruik je om water te verwarmen: 
douchen, verwarming van het huis.
  • vooral aardgas
  • ook aardwarmte, zonneboilers en warmtepompen

Verwarmingsketel (CV)
  • verbranding van aardgas
  • verwarming van water






Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Slide 24 - Video

Energie voor transport

Vliegtuigen, vrachtschepen, vrachtwagens, treinen, auto’s 
  • kerosine, benzine, diesel. Verbranding levert energie.
  • Maar ook elektriciteit. Veel duurzamer en minder energie nodig.
  • Met groene stroom: dubbel zo duurzaam. 

Slide 25 - Slide

Niet iedereen gebruikt evenveel

Hangt af van vier factoren: 
  1. De samenstelling van het huishouden
  2. Het inkomen
  3. Het opleidingsniveau van de bewoners
  4. Het type woning

Hoe hoger de welvaart, hoe hoger het energie verbruik.

Slide 26 - Slide

Ecologische voetafdruk
Hoeveel ruimte er nodig is om alles wat je in een jaar
gebruikt te produceren en verwerken.

Hoe meer je gebruikt, hoe groter je ecologische voetafdruk.
  • De VS spant te kroon. Elke inwoner heeft bijna 5 planeten nodig.
  • NL gemiddeld 3,3 planeet.
  • Wat is jou afdruk?




Slide 27 - Slide

Slide 28 - Link

Slide 29 - Video

Duurzame energie noemen we ook wel...
A
Rode energie
B
Gele energie
C
Blauwe energie
D
Groene energie

Slide 30 - Quiz

Hoe kun je de term 'ecologische voetafdruk' het beste omschrijven?
A
De ecologische voetafdruk zegt iets over hoeveel jij van de aarde gebruikt
B
De ecologische voetafdruk gaat over hoeveel ruimte jij inneemt
C
De ecologische voetafdruk heeft alleen te maken met het gebruik van het landoppervlak
D
De ecologische voetafdruk zegt iets over de bevolkingsdichtheid in een land

Slide 31 - Quiz

Wie heeft de grootste ecologische voetafdruk?
A
Keniaan
B
Amerikaan
C
Braziliaan
D
Nederlander

Slide 32 - Quiz

Begrippen
ecologische voetafdruk

Slide 33 - Slide

Aan het werk
Wat: §2.5 'Energiegebruik in en om het huis' vraag 1 t/m 5

Wanneer: deze les, en wanneer je het niet af krijgt, thuis afmaken!

Hulp: de theorie (Lees goed!)
           buurman/buurvrouw naast je
           de docent
          
Klaar: maak test jezelf of versterk jezelf of doe de flitskaarten 



Klaar: laat controleren, kijk na en maak verdieping of herhaling

Tijd: 5 minuten voor de bel

Slide 34 - Slide