Klimaatverandering: gevolgen & beleid, oefenvragen

 Klimaatverandering: gevolgen & beleid
1 / 29
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

 Klimaatverandering: gevolgen & beleid

Slide 1 - Slide

Leervraag 
Wat is het versterkt broeikaseffect en hoe beïnvloedt het de temperatuur in Nederland?

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Het broeikaseffect

Slide 4 - Slide

Extremer weer
Klimaatverandering zorgt niet alleen voor een toenemende temperatuur in elk seizoen..
  • Kans op extreme warmte (en droogte) in de zomer voor zowel NL als Spanje.
  • Toename van de totale neerslag in de winter en de neerslagintensiteit in de zomer (hoosbuien) in NL (minder vaak regen, maar als het regent dan gaat het hard).
  • Grotere kans op medicanes rond de Middelandse Zee.

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Zeespiegelstijging
Door klimaatverandering stijgt de zeespiegel, dit heeft twee redenen:

  1. Warmere temperaturen -> sneller smelten van zee- en landijs (gletsjers) -> smeltwater komt in zee terecht -> zeespiegel stijgt.
  2. Zeewater wordt steeds warmer -> warm water zet uit -> zelfde hoeveelheid water heeft dus meer ruimte nodig -> zeespiegel stijgt.

Slide 7 - Slide

Welke problemen kunnen er in Spanje en Nederland ontstaan door de klimaatverandering?

Slide 8 - Slide

Verzilting
Verzilting is een vorm van landdegradatie en betekent het zouter worden van de bodem, met als gevolg een afname in vruchtbaarheid.

Hoe?
  1. Irrigatie in droge gebieden (water verdampt snel, zout blijft achter).
  2. Oppompen van grondwater (zout water diep uit de bodem komt omhoog).
  3. Stijgende zeespiegel (zout zeewater komt via ondergrond het land binnen (kwel)).

Slide 9 - Slide

Verwoestijning
Verwoestijning is de uitbreiding van de woestijn in een gebied.

Vier factoren die de kans op verwoestijning vergroten:
  1. Hoe droger een gebied, hoe meer kans.
  2. Hoe meer erosie, hoe meer kans.
  3. Hoe meer bosbranden, hoe meer kans.
  4. Hoe minder duurzame omgang met grondwater, hoe meer kans.

Slide 10 - Slide

Gezondheid
  • Hoe warmer de zomer, hoe groter de kans op hart- en vaatziekten.
  • Hoe heter de zomers hoe slechter de luchtkwaliteit (astma, bronchitis).
  • Hoe warmer de gem. temperatuur, hoe langer het bloeiseizoen (toename allergiedagen)
  • Hoe hoger de temperatuur, hoe groter de kans op besmettelijke ziektes (tijgermug, zikavirus).

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Leervraag §6.4
Hoe proberen Spanje en Nederland klimaatproblemen te voorkomen en te verhelpen?

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

6.4 Klimaatbeleid

Je kunt twee dingen doen om de gevolgen te beperken:
  1. klimaatverandering tegengaan
  2. aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering
Start 11:24: Green Deal

Slide 15 - Slide

6.4 Klimaatbeleid


1. Klimaatverandering tegengaan
  • energietransitie = van fossiel naar groen

Van                                         Naar

Slide 16 - Slide

6.4 Klimaatbeleid

  • Duurzaamheid stimuleren: reduce, reuse, recylce


Reduce
Reuse
Recyle
Gebruik minder spullen
Gebruik spullen opnieuw
Hergebruik oude spullen
Voorbeeld
Koop alleen nieuwe kleding als je het nodig hebt en gebruik dat meerdere jaren
Voorbeeld
Gebruik een herbruikbare tas voor alle aankopen in de winkel/supermarkt
Voorbeeld
Scheid je afval, zodat de gemeente kan zorgen voor nieuwe producten

Slide 17 - Slide

6.4 Klimaatbeleid


2. Aanpassen ( Adaptatie) aan de gevolgen van klimaatverandering
klimaatverandering is al een feit, de snelheid kan wel verminderd worden
Maatregelen in Nederland
Maatregelen in Spanje
Aanpassingen voor gevolgen stijgende water:
  • Ruimte voor de rivieren
  • Kades en duinen aan zee ophogen
  • Stranden verbreden
Aanpassingen voor gevolgen watertekort:
  • Betere irrigatie in landbouw toepassen
  • Kleinere veestapels
  • Ontziltingsinstallaties
  • Watervoorraad vergroten: stuwmeren

Slide 18 - Slide

Tegengaan van klimaatverandering
Klimaatadaptatie

Slide 19 - Slide

Wat is energietransitie?
A
Voorzien in eigen behoeften zonder dat het milieu belast wordt en zonder dat grondstoffen uitgeput raken.
B
Er wordt in een huis net zoveel energie verbruikt als dat er wordt opgewekt in dat huis.
C
De hoeveelheid afval per kilo die een persoon produceert per jaar in Nederland.
D
Het overschakelen van het gebruik van fossiele energie naar duurzame energie, bijvoorbeeld zonne-energie.

Slide 20 - Quiz

Wat betekent ''zelfvoorzienend zijn ''?
A
Zelf kunnen zorgen voor alles wat je nodig hebt (zonder een beroep te doen op externe bronnen)'.
B
Er wordt in een huis net zoveel energie verbruikt als dat er wordt opgewekt in dat huis.
C
De hoeveelheid afval per kilo die een persoon produceert per jaar in Nederland.
D
Het overschakelen van het gebruik van fossiele energie naar duurzame energie, bijvoorbeeld zonne-energie.

Slide 21 - Quiz

97,5%
2,5%
69%
30%
1%
Zout water
Zoet water
Grondwater
IJs
Toegankelijk zoetwater

Slide 22 - Drag question

Uitspraak 1: het zuidwesten heeft een laag risico op waterschaarste, omdat er smeltwater uit het Himalayagebergte aangevoerd wordt.

Uitspraak 2: in het oosten van China liggen de provincies met het hoogste risico op waterschaarste.

Uitspraak 3: het noordwesten is de droogste regio van China, maar vanwege de lage bevolkingsdichtheid is er weinig kans op waterschaarste.

Juist
Onjuist
1
2
3

Slide 23 - Drag question

Wat hoort NIET bij de energietransitie?
A
Een windmolen bouwen
B
Een elektrische auto rijden
C
Een fabriek laten draaien op steenkool
D
Zonnepanelen aanschaffen

Slide 24 - Quiz

Het doel van een energietransitie is.....
A
De CO2-uitstoot wereldwijd vergroten
B
De CO2-uitstoot wereldwijd verkleinen
C
De CO2 uitstoot onveranderd laten blijven

Slide 25 - Quiz

Bekijk bron 6
Welke beschrijving hoort bij het weer in Spanje op 25 december 2015?
A
Grote kans op neerslag en een krachtige wind
B
Grote kans op neerslag en een zwakke wind
C
Weinig kans op neerslag en een zwakke wind
D
Weinig kans op neerslag en een zwakke wind

Slide 26 - Quiz

Bekijk bron 6 en 7
De gebieden X en Y in de kaart in bron 6 komen overeen met de letters X en Y in de tekening in bron 7.
Welke tekening in bron 7 geeft de windstroming tussen gebied x en gebied Y juist weer?
A
Tekening 1
B
Tekening 2
C
Tekening 3
D
Tekening 4

Slide 27 - Quiz

Wanneer heeft de zee geen invloed op het klimaat?
A
Bij een aanlandige wind
B
Bij een aflandige wind

Slide 28 - Quiz

Richt zich op het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering
Richt zich op het verminderen van de oorzaken van klimaatverandering
Klimaatadaptatie =
Aanpassen aan klimaatverandering
Klimaatmitigatie =
Maatregelen om de opwarming van de Aarde te beperken

Slide 29 - Drag question