5.3 Lezen

H5.3 lezen

PAK VOOR JE:
  • Talent blz. 137
  • Laptop met LessonUp
Leerdoelen
In deze paragraaf leer je:
• overtuigende en activerende teksten herkennen;
• de bedoeling van de schrijver, teksten of tekstgedeeltes benoemen;
• de opmaak van een tekst gebruiken.
1 / 20
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

H5.3 lezen

PAK VOOR JE:
  • Talent blz. 137
  • Laptop met LessonUp
Leerdoelen
In deze paragraaf leer je:
• overtuigende en activerende teksten herkennen;
• de bedoeling van de schrijver, teksten of tekstgedeeltes benoemen;
• de opmaak van een tekst gebruiken.

Slide 1 - Slide

HERHALING WOORDENSCHAT 
geld inzamelen voor een (goed) doel
plan om je doel te bereiken
slimme manier om je doel te bereiken
de uitwerking op iets of iemand, het effect
invloed
de strategie



de tactiek


collecteren

Slide 2 - Drag question

H5.3 Lezen
Welke tekstsoorten ken je nog?

Slide 3 - Open question

Tekstdoel en tekstsoort
Tekstdoel:          Tekstsoort:
  • informeren   -    informatieve tekst
  • overtuigen    -    betogende tekst (mening overbrengen)
  • amuseren     -    amuserende tekst
  • activeren       -    activerende tekst (je moet iets                                                 doen/kopen)

Slide 4 - Slide

TEKSTDOELEN

Slide 5 - Slide

Iedere schrijver heeft een schrijfdoel. Bij elk schrijfdoel horen verschillende tekstsoorten. Sleep het juiste doel naar de bijbehorende tekstsoort.
Activeren
Amuseren
Overtuigen
Informeren

Slide 6 - Drag question

Vandaag hebben we het over activerende teksten

Activerende teksten​
Doel: de schrijver wil je overtuigen iets te gaan doen of juist niet te doen. De schrijver geeft duidelijke argumenten hiervoor. 

Voorbeelden: advertentie, uitnodiging

Slide 7 - Slide

Argumenten
Een argument is hetzelfde als een reden geven. 

Waarom vind je iets leuk, stom, saai of interessant?
Je legt dit uit door middel van een argument.

Signaalwoorden voor een reden of argument: omdat, want, namelijk, immers.
Argumenten komen vaak voor in overtuigende- en activerende teksten.

Slide 8 - Slide

Lees tekst 1 op blz. 137


Wat is het doel van deze tekst?

Slide 9 - Slide

Wat is hier het tekstdoel?
A
Informeren
B
overtuigen
C
activeren
D
amuseren

Slide 10 - Quiz

De opmaak van een tekst

Slide 11 - Slide

Welke opmaakelementen herken je op dit bord in Almelo?


Opmaakelementen zijn: kaders, tabellen, witruimte en het gebruik van vet of cursief in de tekst

Slide 12 - Open question

Amuserende tekst
Activerende tekst
Overtuigende tekst
instruende tekst

Slide 13 - Drag question

Maken van Lezen H5
H5.3 Lezen online
Opdracht 1, 3, 4, 5, 7, 8, 11




Klaar
Huiswerk afmaken (zie lijst)
Woorden oefenen met Blooket
of
woordentrainer H3.5, H4.5, H5.5
Of
Test jezelf H4.3, H4.3 en H5.3  
je kan nu:
• overtuigende en activerende teksten herkennen;
• de bedoeling van de schrijver, teksten of tekstgedeeltes benoemen;
• de opmaak van een tekst gebruiken.

Slide 14 - Slide

Deel 2
Lezen hoofdstuk 5. 

Slide 15 - Slide

Vorige les
- Activerende tekst


Slide 16 - Slide

Een activerende tekst ...
A
wil jou als lezer vermaken
B
geeft de mening van de schrijver weer.
C
wil jou als lezer in actie brengen.
D
geeft informatie over een bepaald onderwerp.

Slide 17 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een activerende tekst?
A
blog
B
menukaart
C
ingezonden brief
D
poster van SIRE

Slide 18 - Quiz

Maken 
Opdracht 7 maken we klassikaal 

Blz. 141.

Slide 19 - Slide

Aan het werk
H5 Lezen blz. 142 t/m 147.

Opdracht: 8, 9, 12, 13 en 14. 
Klaar?
  1.  Maak de Test jezelf lezen online!
  2. Maak de oefenles in LessonUp! 

Slide 20 - Slide