Les 2: H4.2- Cultuur in India + uitleg moesson

1 / 35
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Start H4.2:
Cultuur in India

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode #
  • Thema:
  • Benodigde lesmaterialen:
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Type hier in Schulbuch
...



...
...
...
...
...

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode #
  • Thema: Azië
  • Benodigde lesmaterialen: werkboek, leerboek, map, etui, laptop
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Intro
H4.1 Landschap en bevolking in India
H4.2
Cultuur in India
H4.3
Arm en rijk India
H7.1
Vulkanen in Indonesië
H7.2
Japan in de Ring van Vuur
H7.3
Orkaangevaar in de Filipijnen
H7
Herhalen
Natuurrampen + oplossingen?
Herhalen
Herhalen

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: leerboek, werkboek, map, etui, laptop
timer
3:00

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Klimaatgebieden in India

Slide 8 - Mind map

This item has no instructions

H4.1 Landschap en bevolking
H4.2 Cultuur

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
1. Aan het einde van de les kun je twee cultuurkenmerken van India uitleggen (R);
2. Aan het einde van de les kun je in je eigen woorden uitleggen wat de moesson inhoudt (T1); 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Video

This item has no instructions

           Neerslag
Voordat we het over de Indische moesson gaan hebben, is het belangrijk om te weten hoe neerslag eigenlijk ontstaat. 

Eigenlijk is dat een heel simpel proces:
1. De zon warmt het water van de zee, meer, rivier op
2. Deze waterdamp (hele kleine druppeltjes, denk maar aan een glas thee) stijgen op
3. Boven in de lucht worden deze waterdamp grotere waterdruppels.
4. Die gaan allemaal bij elkaar zitten en zo krijg je een wolk
5. Als de wolk te zwaar wordt, gaat het regenen

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

           Ontstaan van neerslag

Slide 13 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
           Moesson
De moesson= een vochtige zeewind die in de zomermaanden vanaf de Indische Oceaan naar India waait

Het gevolg hiervan is dat grote delen van India droge winters hebben en natte zomers. 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Video

This item has no instructions

           Gevolgen van de moesson
De moesson= een vochtige zeewind die in de zomermaanden vanaf de Indische Oceaan naar India waait

Doordat er zoveel regen in 1x valt, is het best lastig om al het water weg te krijgen. De bevolking én het landschap krijgt het dan ook zwaar te verduren.

Gevolgen zijn: verdrinking, vernieling, aardverschuiving, vruchtbare grond etc. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions


Ik kan zelfstandig uitleggen wat de moesson is:
A
Ja!
B
Nog niet helemaal
C
Nee, help!

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

           Aan de slag
Jullie gaan aan de slag met een werkblad over de moesson

Wat: je leest de tekst en beantwoord de vragen
Wie: in je tweetal
Doel: door te lezen over de moesson en het maken van de vragen, weet je beter hoe de moesson werkt

Klaar: lezen paragraaf 4.2 bladzijde 58 en 59 in je leerboek
timer
15:00

Slide 18 - Slide

This item has no instructions


Leerdoel check:
Wat is de moesson? 

Slide 19 - Open question

This item has no instructions

           Cultuurkenmerken
Van je ouders krijg je bepaalde kenmerken, zoals je haarkleur of de kleur van je ogen. Maar je leert ook nog een heleboel dingen! 

Bijvoorbeeld een taal, een manier van eten, een manier van kleden. En al deze kenmerken, noemen we cultuurkenmerken.

Cultuur= wat mensen belangrijk vinden en de gewoonten/ gebruiken/ tradities die daarbij horen

Slide 20 - Slide

This item has no instructions


Wat is een kenmerk van jouw cultuur?

Slide 21 - Open question

This item has no instructions

           Veel talen 
In India worden wel honderden talen gesproken.
Slechts 22 zijn hiervan herkend. 

  • Hindi is de officiële taal van India
  • De tweede officiële taal is Engels:
  • India was een kolonie van Engeland

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Geloven in 
India
Er komen veel verschillende geloven voor in India.

  • 80% is hindoe
  • Moslims, christen, sikhs en boeddhisten zijn in de minderheid
  • Jarenlange strijd om een bepaald deel in India vanwege 2 geloven

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

          Geloven in India
Het hindoeïsme is het belangrijkste geloof in India

- Geloven in meerdere goden
- Geloven in wedergeboorte: na de dood kom je terug als mens of dier
- Daarom eten de meesten vegetarisch 
- Bevolking ingedeeld in verschillende groepen (kasten)
- Kastenstelsel zorgt voor veel ongelijkheid en is in 1950 officieel afgeschaft, maar gaat in de praktijk nog altijd door

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Video

This item has no instructions


Leerdoel check:
Wat zijn cultuurkenmerken? 

Slide 26 - Open question

This item has no instructions

Welke godsdienst komt
het meeste voor in India?
A
Islam
B
Hindoeïsme
C
Boeddhisme
D
Christendom

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions


Waarom word er in India zoveel Engels gesproken? 

Slide 28 - Open question

This item has no instructions

           Voorbeelden
Checklist:
  • Dual Coding (woord en beeld combineren)
  • Concrete voorbeelden
  • Herkenbare voorbeelden gerelateerd aan de leefwereld van de leerlingen

Slide 29 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
           Aan de slag
Checklist:
  • Expliciete instructie voor toepassingsopdracht: wat, hoe, hoe lang, klaar?
  • Afwisseling in oefentypes (herkneden van de lesstof)
  • Eerst voordoen, daarna begeleidt inoefenen, vervolgens zelfstanding en weer samen (ik--wij-jij/jullie-wij)
  • Het leren zichtbaar maken (zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode )
  • Differentiëren waar nodig: heterogeen en flexibel.

Slide 30 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen

De vraag kan hier 
geplaatst worden.
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 31 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Afsluiting
Volgende les beginnen we met H4.3: Arm en rijk in India

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

           Begrippen
           uit deze les

  • ...
  • ...

Slide 33 - Slide

This item has no instructions


Titel kan hier geplaatst worden.

Slide 34 - Open question

This item has no instructions

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 35 - Slide

This item has no instructions