What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Havo 5 Herhaling paragraaf 6.1
Herhaling paragraaf 6.1
1 / 39
next
Slide 1:
Slide
Aardrijkskunde
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
This lesson contains
39 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
60 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Herhaling paragraaf 6.1
Slide 1 - Slide
In de afbeelding
zie je ...
A
een dwarsprofiel van een rivier
B
een lengteprofiel van een rivier
Slide 2 - Quiz
De rode lijn op de afbeelding is?
A
De rivier
B
Het stroomgebied
C
De waterscheiding
D
De delta
Slide 3 - Quiz
Het linker stroomstelsel is minder vertakt dan het rechter. Een mogelijke
verklaring is dat ...
A
de bodem (links) meer water doorlaat en uit graniet bestaat
B
de bodem (links) meer water doorlaat en uit kalksteen bestaat
C
de bodem (links) minder water doorlaat en uit kalksteen bestaat
D
de bodem (links) minder water doorlaat en uit graniet bestaat
Slide 4 - Quiz
Welk(e) antwoord(en) past/passen bij de afbeelding?
A
Bovenloop
B
Middenloop
C
Benedenloop
D
Delta
Slide 5 - Quiz
Wat is het verval van een rivier?
A
hoeveelheid water (m³/s)
B
stroomsnelheid (m/s)
C
hoogteverschil langs de rivier (m)
D
schommelingen in de afvoer
Slide 6 - Quiz
Het verval in de bovenloop is .... en in de benedenloop ....
A
klein, groot
B
groot, gemiddeld,
C
klein, gemiddeld
D
groot, klein
Slide 7 - Quiz
Het verhang is:
A
De hoeveelheid water die door de rivier stroomt
B
De snelheid van het water
C
Het hoogteverschil van de rivier tussen 2 punten
D
Het hoogteverschil van de rivier per kilometer
Slide 8 - Quiz
Bereken het verhang tussen de bron en Maastricht.
De bron ligt op 400 meter hoogte. Na 660 km stroomt de Maas op 45 meter langs Maastricht.
A
Verhang = 355 meter
B
Verhang = 0.54 m/km
C
Verhang = 660 km
D
Verhang = 1.85 km/m
Slide 9 - Quiz
Welke relatie bestaat er tussen het verhang en de mate van erosie?
A
Hoe groter het verhang hoe meer erosie
B
Hoe kleiner het verhang hoe meer erosie
Slide 10 - Quiz
In de benedenloop:
is er klein / gering verval
is er veel / weinig sedimentatie
A
klein verval / weinig sedimentatie
B
gering verval / veel sedimentatie
Slide 11 - Quiz
De stroomsnelheid beïnvloedt hoeveel erosie en sedimentatie er plaatsvindt.
Waar staat de juiste letter uit de bron bij de grootste sedimentatie
A
P
B
Q
C
R
D
S
Slide 12 - Quiz
Slide 13 - Slide
De Maas is een regenrivier, de Rijn is een gemengde rivier. Waarom noemen we de Rijn een gemengde rivier?
A
De Rijn stroomt door meerdere landen
B
De Rijn bevat naast regenwater, ook smeltwater uit de bergen
C
De Rijn ontspringt uit verschillende bronnen, namelijk de Voor- en achter Rijn
D
De Rijn heeft meerdere mondingen
Slide 14 - Quiz
Debiet & Regiem.
Welke uitspraak is niet waar?
A
Debiet = hoeveelheid water die een rivier verwerkt.(m3 per seconde).
B
Regiem = schommelingen in de waterafvoer.
C
Regenrivieren hebben een gelijkmatiger afvoer dan gemengde rivieren.
Slide 15 - Quiz
Deze rivier heeft een...
A
Hoog regiem
B
Laag regiem
C
Hoog debiet
D
Laag debiet
Slide 16 - Quiz
rivier de Rijn en rivier de Maas
Slide 17 - Slide
Het blauwe gebied op dit kaartje is het ...
A
...stroomstelsel van de Rijn
B
...stroomgebied van de Rijn
C
...stroomstelsel van de Maas
D
...stroomgebied van de Maas
Slide 18 - Quiz
Is het gebied dat beschermd wordt door de winterdijken tegen overstromingen binnendijks of buitendijks gebied?
A
Binnendijks
B
Buitendijks
Slide 19 - Quiz
De goede volgorde vanaf de rivier is .......
A
uiterwaard, zomerdijk, winterdijk, binnendijks gebied
B
uiterwaard, winterdijk, zomerdijk, binnendijks gebied
C
zomerdijk, uiterwaard, winterdijk, binnendijks gebied
D
zomerdijk, uiterwaard, winterdijk, buitendijks gebied
Slide 20 - Quiz
Slide 21 - Slide
Waarom ligt het
buitendijks gebied hoger
dan het binnendijks gebied?
A
in het binnendijks gebied vindt sedimentatie plaats
B
in het binnendijks gebied vindt erosie plaats
C
in het buitendijks gebied vindt sedimentatie plaats
D
in het buitendijks gebied vindt erosie plaats
Slide 22 - Quiz
De aanleg van stuwen en
sluizen past bij het begrip ...
A
afvoer
B
bergen
C
vasthouden
D
kanaliseren
Slide 23 - Quiz
De stuw gaat dicht
A
wanneer de rivieren weinig water afvoeren
B
wanneer de rivieren te veel water afvoeren
C
wanneer overstromingen dreigen
Slide 24 - Quiz
Slide 25 - Slide
Kribben in een rivier
zorgen voor ...
A
een betere bevaarbaarheid
B
minder sedimentatie in de vaargeul
C
tegengaan van erosie in de buitenbocht
D
meer Ruimte voor de Rivier
Slide 26 - Quiz
Wat is de vertragingstijd?
A
Bij meer water in de rivier stroomt het water langzamer
B
Bij meer regen doet de neerslag er langer over om de rivier te bereiken
C
Bij meer begroeiing doet de neerslag er langer over om de rivier te bereiken
D
De hoeveelheid tijd die water nodig heeft om na een regenbui in de rivier te komen
Slide 27 - Quiz
Door welke twee oorzaken is de vertragingstijd enorm afgenomen?
A
Ontbossing & Dijken
B
Dijken & Kribben
C
Ontbossing en Verstening
D
Kribben en verstening
Slide 28 - Quiz
Welk verband is er tussen
vertragingstijd en
verstedelijking?
A
Voor verstedelijking was de vertragingstijd groter
B
Voor verstedelijking was de vertragingstijd kleiner
C
Na verstedelijking was de vertragingstijd groter
D
Slide 29 - Quiz
Door een kortere vertragingstijd krijgen rivieren in korte tijd een groter debiet.
A
waar
B
niet waar
Slide 30 - Quiz
Wat betekent piekafvoer?
A
Hoge afvoer van de rivier op een bepaald moment
B
De gemiddelde hoeveelheid waterafvoer
C
De minimale hoeveelheid waterafvoer per seconde
D
De totale hoeveelheid waterafvoer
Slide 31 - Quiz
Na ontbossing zal de piekafvoer in de rivier.....
A
Later komen en groter zijn
B
Eerder komen en kleiner zijn
C
Later komen en kleiner zijn
D
Eerder komen en groter zijn
Slide 32 - Quiz
Welk effect heeft dit moeras op de piekafvoer van de Maas na een regenbui? Die piekafvoer ...
A
gaat omhoog
B
gaat omlaag
C
blijft hetzelfde
Slide 33 - Quiz
Menselijk handelen kan het risico op overstromingen vergroten of verkleinen. Welke welke maatregelen vergroten de kans op overstromingen?
A
kribben, kanalisatie
B
ontbossing, stuwen
C
verstening, ontbossing
D
waterkering, dijken
Slide 34 - Quiz
Door klimaatverandering
zal in Nederland de intensiteit van de buien groter zijn en wordt het neerslagregiem onregelmatiger.
A
waar
B
niet waar
Slide 35 - Quiz
Welk woord weg?
Gemengde rivier - de Rijn - onregelmatig regiem - groot stroomgebied
A
gemengde rivier
B
de Rijn
C
onregelmatig regiem
D
groot stroomgebied
Slide 36 - Quiz
Leg uit hoe temperatuurstijging leidt tot wateroverlast. Je antwoord moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.
Slide 37 - Open question
Leg uit hoe temperatuurstijging leidt tot waterschaarste. Je antwoord moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.
Slide 38 - Open question
Leg uit op welke twee manieren menselijk handelen de vertragingstijd beïnvloedt.
Slide 39 - Open question
More lessons like this
Havo 5 Herhaling paragraaf 6.1
24 days ago
- Lesson with
41 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
Havo 5 Herhaling paragraaf 6.1
March 2024
- Lesson with
32 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
havo 4 herhaling paragraaf 1.1 en 1.2
May 2024
- Lesson with
26 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
5H Herhaling Wateroverlast - Rivieren - begrippen opfrissen
March 2022
- Lesson with
26 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
havo
Leerjaar 4,5
havo 4 herhaling paragraaf 1.1 en 1.2
1 month ago
- Lesson with
26 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
1.2 Rivieren, maatregelen
September 2024
- Lesson with
37 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4
Les 7: herhaling §1.1 + §1.2
September 2024
- Lesson with
30 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
rivieren NL: menselijke ingrepen
November 2024
- Lesson with
42 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4