Aan het begin van het jaar (besteden) we veel tijd aan werkwoordspelling
A
besteden
B
besteede
C
besteedden
D
besteeden
Slide 18 - Quiz
werkwoordspelling
A
Zij begeleiden de vrouw naar huis gisteren
B
Zij begeleidden de vrouw naar huis gisteren.
Slide 19 - Quiz
Het gebeur... regelmatig dat men fouten maakt in werkwoordspelling.
A
gebeurd
B
gebeurt
C
gebeurdt
Slide 20 - Quiz
(worden) jij ook zo moe van werkwoordspelling?
A
word
B
wordt
C
wert
Slide 21 - Quiz
Weet je wel wat het beteken.... als je werkwoordspelling echt beheerst!
A
betekend
B
betekent
C
betekende
D
betekente
Slide 22 - Quiz
werkwoordspelling De jongens (begeleiden) gisteren de vrouw naar huis.
A
begeleiden
B
begeleidden
C
begeleidde
D
begeleden
Slide 23 - Quiz
Hebben u haar na al die jaren onmiddellijk herkennen?
Slide 24 - Open question
De vrouw (verhuizen) een week nadat het was (gebeuren).
A
Verhuiste, gebeurt
B
Verhuiste, gebeurd
C
Verhuisde, gebeurt
D
Verhuisde, gebeurd
Slide 25 - Quiz
Het (gebeuren) niet vaak dat een dokter zelf (bloeden).
A
Gebeurt, bloed
B
Gebeurt, bloedt
C
Gebeurd, bloedt
D
Gebeurd, bloed
Slide 26 - Quiz
Marie viel stikkend van het lachen van haar stoel. 'stikkend'=
A
voltooid deelwoord
B
onvoltooid deelwoord
Slide 27 - Quiz
Slide 28 - Video
Slide 29 - Video
Slide 30 - Video
0
Slide 31 - Video
Slide 32 - Video
onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Erik koopt een fiets.
onvoltooid verleden tijd (ovt)
Erik kocht een fiets.
voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Erik heeft een fiets gekocht.
voltooid verleden tijd (vvt)
Erik had een fiets gekocht.
onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd (ottt)
Erik zal een fiets kopen.
onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Erik zou een fiets kopen.
voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Erik zal een fiets gekocht hebben.
voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Erik zou een fiets gekocht hebben.
Welke tijden kennen we:
Slide 33 - Slide
In het Nederlands heb je acht verschillende tijden: vier daarvan zijn onvoltooid en vier daarvan zijn voltooid.
De voltooide tijd herken je aan het hulpwerkwoord hebben of zijn samen met een voltooid deelwoord. Verder kun je aan de persoonsvorm zien of de zin in de tegenwoordige of verleden tijd staat.
Onvoltooid of voltooid
Onvoltooid betekent niet af. Deze tijd gebruik je om aan te geven dat iets nog bezig is of bezig was op het moment dat je de zin opschrijft. Ook gebruik je deze tijd als het niet belangrijk is of de handeling is afgerond.
Voltooid betekent af. Deze tijd gebruik je om aan te geven dat de handeling klaar is op het moment dat je de zin schrijft. Voor de voltooide tijd gebruik je het hulpwerkwoord hebben of zijn. Ook staat er altijd een voltooid deelwoord in de zin.
Tegenwoordig of verleden
De tijd van de persoonsvorm bepaalt of de zin in de tegenwoordige of verleden tijd staat. Als een zin uit meerdere delen bestaat, moeten de tijden in die zin met elkaar overeenstemmen.
Toekomende tijd
De toekomende tijd herken je aan het hulpwerkwoord zullen.
Slide 34 - Slide
Wat info op een rij
Bij Engelse werkwoorden kun je voor het voltooid deelwoord ’t ex-fokschaap gebruiken.
De aanvoegende wijs is een werkwoordsvorm die onder meer een wens, toegeving, aanwijzing of aansporing uitdrukt: Leve de koning, het zij zo
De gebiedende wijs is een werkwoordsvorm die wordt gebruikt in zinnen die een gebod of bevel uitdrukken. In dergelijke zinnen ontbreekt het onderwerp en staat de gebiedende wijs altijd op de eerste plaats.
Slide 35 - Slide
Mijn (intapen) enkel doet nog steeds zeer.
A
Ingetapete
B
Ingetapede
C
Ingetapte
D
Ingetapde
Slide 36 - Quiz
Als je verstandig bent, BRAND je daar je vingers niet aan.
A
pvtt
B
vd
C
pvvt
D
bn
Slide 37 - Quiz
terugblik klas 2
Gebiedende wijs
Aanvoegende wijs (vwo)
tegenwoordige tijd
verleden tijd
voltooid deelwoord
enkelvoudige en samengestelde zinnen
Slide 38 - Slide
(Worden) je broer later piloot?
A
Word
B
Wordt
Slide 39 - Quiz
De aangebrande koekjes zijn inmiddels verkocht.
Wat is de pv?
A
aangebrande
B
koekjes
C
zijn
D
verkocht
Slide 40 - Quiz
Nog altijd blijft in het midden wie er heeft <BEDENKEN> dat Omtzigt elders een baan moest gaan zoeken.