Les 1: Criminaliteit (KLAAR)

1 / 33
next
Slide 1: Slide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Chromebook, JdW-map, etui

Slide 2 - Slide

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan het welbevinden van leerlingen. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zitten startklaar en zijn bijvoorbeeld ingelogd in LessonUp en hebben hun JdW-map op tafel.
Maatschappijkunde K3 2024-2025

  • Periode 1: Cultuur & Werk

  • Periode 2: Criminaliteit & Media

  • Periode 3: Politiek

Slide 3 - Slide

This item has no instructions


WERK & MEDIA



Les X: Titel les
Maatschappijleer
HB3B
Les 1: Criminaliteit
Maatschappijkunde Kader 3
2024-2025
CRIMINALITEIT

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Je kunt het verschil uitleggen tussen overtredingen en misdrijven (T1)
  • Je kunt risicofactoren voor crimineel gedrag benoemen (R) 
  • Je kunt uitleggen dat criminaliteit plaats- en tijdsgebonden is (T1)

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Overtreding of misdrijf
In de wet staan allerlei regels. Bijvoorbeeld dat je niet mag stelen en niet mag discrimineren. Als je deze regels overtreedt, spreken we van strafbaar gedrag. In het donker fietsen zonder licht is natuurlijk minder erg dan een inbraak plegen. Daarom maakt de wet verschil tussen overtredingen en misdrijven. 

Overtredingen zijn strafbare feiten die minder erg zijn. Als de politie je aanhoudt omdat je zonder licht rijdt, hoef je niet naar de rechter. Je krijgt meestal wel een boete. 

Misdrijven zijn ernstige strafbare feiten. Denk maar aan vernieling, diefstal, verkrachting, moord en handel in drugs. 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Delicten:
overtreding of misdrijf?
Iets wat verboden is volgens de wet noemen we een strafbaar feit of een delict. Er zijn twee soorten strafbare feiten: overtredingen en misdrijven.

  • Overtreding:
    - lichte schending van de wet
    - meestal geen strafblad

  • Misdrijf:
    - zware schending van de wet
    - strafblad

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Overtreding

  • Door rood rijden
  • Vissen zonder vergunning
  • Niet inchecken in het OV
  • Openbare dronkenschap
  • Wildplassen
Misdrijf

  • Rijden onder invloed
  • Mishandeling
  • Drugshandel
  • Diefstal
  • Moord

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Misdrijf of overtreding?

Diefstal
A
Misdrijf
B
Overtreding

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Misdrijf of overtreding?

Geluidsoverlast
A
Misdrijf
B
Overtreding

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Misdrijf of overtreding?

Mishandeling
A
Misdrijf
B
Overtreding

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Misdrijf of overtreding?

Wildplassen
A
Misdrijf
B
Overtreding

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Criminaliteit is afhankelijk van tijd
Welke misdrijven in de wet staan, is niet altijd en overal hetzelfde. Vroeger was het verboden om seks te hebben met iemand anders dan degene met wie je getrouwd was. 'Overspel', zoals dat heet, was een misdrijf en dus strafbaar. Dat kunnen we ons nu moeilijk voorstellen. Dit voorbeeld laat zien dat criminaliteit tijdsgebonden is: onze ideeën over wat strafbaar zou moeten zijn, veranderen. Daarom wordt soms een wet uit het Wetboek van Strafrecht verwijderd of komt er juist een verbod bij. 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Bedenk een voorbeeld van iets dat vroeger wel mocht, maar tegenwoordig strafbaar is.

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Criminaliteit is afhankelijk van plaats
Criminaliteit is ook plaatsgebonden: wat is toegestaan in Nederland, kan in een ander land strafbaar zijn (en omgekeerd). In India mag je bijvoorbeeld niet zoenen in het openbaar, terwijl dat hier veel normaler is. En in de Verenigde Staten mag je op veel plekken een vuurwapen bij je dragen, terwijl je daar in Nederland vier jaar celstraf voor kunt krijgen. 

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Bedenk een voorbeeld dat in Nederland strafbaar is, maar in het buitenland niet.

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Wanneer ben je een crimineel?
Eigenlijk is criminaliteit alles wat verboden is. Maar iemand die een keer te hard rijdt, noem je nog geen crimineel. Daarom is de beste omschrijving van het woord criminaliteit: het plegen van misdrijven. 

Overtredingen kun je beter niet maken, maar ze maken jou dus niet tot een crimineel als het een keer gebeurt. 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Opgepakt voor een misdrijf?
Wat gebeurt er als je een 
misdrijf hebt gepleegd?

  • Je wordt door de politie
    verhoord voor langere tijd
    op het bureau
  • Bij veroordeling gelden
    er zwaardere straffen en
    je krijgt een strafblad

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Waarom worden
mensen crimineel?

Slide 19 - Mind map

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

Oorsprong van criminologie (Lombroso, frenologie)
Risicofactoren
Waarom worden mensen crimineel? Er zijn enkele risicofactoren: omstandigheden die het risico vergroten dat iemand crimineel wordt

  • Een onveilige opvoeding
  • Groepsgedrag
  • Alcohol of drugs
  • Spijbelen en schooluitval
  • Biologische factoren

Het gaat om risicofactoren, waardoor de kans groter wordt dat iemand crimineel wordt. Maar het betekent niet dat je automatisch een crimineel wordt als je een keertje spijbelt of drinkt. 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Beschermende factoren
  • Werk en onderwijs
  • Gezin
  • Relatie
  • Sociale vaardigheden

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Opdrachten H5.4
H5.4: Opdracht 1 t/m 8 (blz. 137-138)

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk voor volgende keer
Invullen begrippen + samenvatting 
H5.4 (blz. 139)

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Begrippen
  • Criminaliteit
  • Delict
  • Misdrijf
  • Overtreding
  • Risicofactoren
  • Strafbaar
  • Strafblad

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

           Aan de slag

Slide 27 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Afsluiting

Slide 28 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

           Begrippen
           uit deze les

Slide 29 - Slide

This item has no instructions


Titel kan hier geplaatst worden.

Slide 30 - Open question

This item has no instructions

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Slide

This item has no instructions