P.v T.T en V.t Zakke werkwoorden

Sterke werkwoorden

Klankveranderend

Lopen
Slapen
Kopen
Liggen
Begrijpen
Zwakke werkwoorden

Klankvast

Werken
Fietsen
Regenen
Ophalen
Leren

1 / 30
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Sterke werkwoorden

Klankveranderend

Lopen
Slapen
Kopen
Liggen
Begrijpen
Zwakke werkwoorden

Klankvast

Werken
Fietsen
Regenen
Ophalen
Leren

Slide 1 - Slide

zwakke werkwoorden verleden tijd
Zwakke werkwoorden zijn klankvast -->
De klank blijft hetzelfde + stukje erachter:
   ik-vorm      +        -te(n)    of     -de(n)

Wanneer  -te(n) en -de(n)?
eX 'T KoFSCHiP X  --> -te(n)
de rest --> -de(n)





Slide 2 - Slide

zwakke werkwoorden verleden tijd

Slide 3 - Slide

Welke pv is juist (vt)?
Ik ...... (wandel) langs het kanaal.
A
wandelden
B
wandelde
C
wandelte
D
wandel

Slide 4 - Quiz

Welke pv is juist (VT)?
Hij ..... (schoppen) de bal in het doel.
A
schopt
B
schopde
C
schopte
D
schopten

Slide 5 - Quiz

Vul de pv in (vt):
Elke ochtend ..... (fietsen) Lisa naar school.

Slide 6 - Open question

Vul de juiste pv in (vt):
De kinderen ..... (bellen) aan bij de buurvrouw.

Slide 7 - Open question

Vul de juiste pv in (vt):
Rachid ..... (wachten) op zijn zusje.

Slide 8 - Open question

Vul de juiste pv in (vt):
Emma....(spelen) de hele middag buiten met haar vrienden.

Slide 9 - Open question

Vul de juiste pv in (vt):
De hond....(blaffen) hard naar de voorbijgangers.

Slide 10 - Open question

Vul de juiste pv in (vt):




De kinderen ____ (rennen) zo snel mogelijk naar huis.

Slide 11 - Open question

Vul de juiste pv in (vt):




De kinderen ____ (rennen) zo snel mogelijk naar huis.

Slide 12 - Open question

Vul de juiste pv in (vt):
De oude man ____ (vertellen) prachtige verhalen over zijn jeugd.

Slide 13 - Open question

Vul de juiste pv in (vt):
Zij ____ (zoeken) urenlang naar hun verdwenen kat.

Slide 14 - Open question

Vul de juiste pv in (vt):
De schilder ____ (werken) dagenlang aan zijn nieuwste meesterwerk.

Slide 15 - Open question

P.V in T.T
Weet je het nog?

Slide 16 - Slide

Vul de juiste pv in (tt):
Ik........(werken) vandaag aan mijn project.

Slide 17 - Open question

Vul de juiste pv in (tt):
De hond....(blaffen) naar de postbode.

Slide 18 - Open question

Vul de juiste pv in (tt):
.....(luisteren) goed naar de uitleg!.

Slide 19 - Open question

Vul de juiste pv in (tt):
.....(luisteren) goed naar de uitleg!.

Slide 20 - Open question

Vul de juiste pv in (tt):
Ik.....(hebben) geen tijd vandaag.

Slide 21 - Open question

Vul de juiste pv in (tt):
Jij....(rijden) goed op je nieuwe fiets.

Slide 22 - Open question

Vul de juiste pv in (tt):
Jij....(rijden) goed op je nieuwe fiets.

Slide 23 - Open question

Vul de juiste pv in (tt):
.......(kiezen) jij maar een mooie kleur uit!

Slide 24 - Open question

Vul de juiste pv in (tt):
Waarom .....(zwijgen) jij als ik iets vraag?

Slide 25 - Open question

De leraar ____ (onderbreken) de leerling om de fout te corrigeren.

Slide 26 - Open question

Vul de juiste pv in (tt):
Mijn broer ____ (verzinnen) altijd grappige verhalen.

Slide 27 - Open question

Jij ____ (overdrijven) vaak als je een spannend verhaal vertelt.



Slide 28 - Open question

Vul de juiste pv in (tt):
De wind ____ (fluiten) door de kieren van het oude huis.

Slide 29 - Open question

Hij ____ (onderscheiden) subtiele verschillen tussen de twee kunstwerken.

Slide 30 - Open question