kleding, kleuren 4pril

1 / 18
next
Slide 1: Slide
EngelsBasisschoolGroep 6,7

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Les Engels over kleding en kleur
Doel van deze les:
- herhalen van de woorden voor kleding
- oefenen van de woorden voor kleding
- oefenen van de woorden voor kleur

Slide 3 - Slide

Which clothes do
you know already?

Slide 4 - Mind map

Welk Engels woord gebruik je voor laarzen?
A
shoes
B
trousers
C
mittens
D
boots

Slide 5 - Quiz

Welk Engels woord gebruik je voor regenjas?
A
hat
B
raincoat
C
boots
D
gloves

Slide 6 - Quiz

Welk Engels woord gebruik je voor rok?
A
dress
B
shirt
C
jumper
D
skirt

Slide 7 - Quiz

Welk Engels woord gebruik je voor riem?
A
belt
B
tie
C
trousers
D
lead

Slide 8 - Quiz

Welk Engels woord gebruik je voor trui?
A
t shirt
B
dress
C
sweater
D
coat

Slide 9 - Quiz

Welk Engels woord gebruik je voor handschoenen?
A
mittens
B
coat
C
gloves
D
hat

Slide 10 - Quiz

dress
boots
socks
pants
hat
Sleep de plaatjes naar het goede woord

Slide 11 - Drag question

Doe het nog een keer
shoes
coat
skirt
shirt
gloves

Slide 12 - Drag question

Slide 13 - Video

What are you wearing today?

Slide 14 - Open question

Slide 15 - Slide

Match the colours
green
purple
blue
white
yellow
red
orange
black

Slide 16 - Drag question

Match the colours with the pictures
Yellow 
Orange 
Red
Green
Pink 

Slide 17 - Drag question

well done

Slide 18 - Slide