4 mavo - week 11 les 1 [hoofdgedachte_signaalwoorden]

  1. Login op Lessonup 
Bienvenue au cours de français!
Sur la table:
Ton livre d'examenidioom
Ta trousse
Zakkie avec ton téléphone dedans
Ton ordinateur
Connectez-vous sur LessonUp!
1 / 19
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 58 min

Items in this lesson

  1. Login op Lessonup 
Bienvenue au cours de français!
Sur la table:
Ton livre d'examenidioom
Ta trousse
Zakkie avec ton téléphone dedans
Ton ordinateur
Connectez-vous sur LessonUp!

Slide 1 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


      Leerdoelen
  1. Ik kan signaalwoorden herkennen in teksten en uitleggen welk verband het signaalwoord aangeeft.
  2. Ik leer effectievere lees- en woordenschatstrategieën gebruiken tijdens het lezen.

Slide 2 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Signaalwoorden

Slide 3 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Les connecteurs
  • Doel
  • Vergelijking
  • Opsomming
  • Voorwaarde
  • Tijd/verandering in tijd
  • Oorzaak/reden/verklaring
  •  Conclusie
  • Tegenstelling

Slide 4 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Les connecteurs
  • Doel
  • Vergelijking
  • Opsomming
  • Voorwaarde
  • Tijd/verandering in tijd
  • Oorzaak/reden/verklaring
  •  Conclusie
  • Tegenstelling

Slide 5 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


  • afin de
  • afin que
  • pour
  • pour que
  • ainsi
  • alors
  • bref
  • enfin
  • de cette façon
  • donc
  • à cause de
  • car
  • c'est pourquoi
  • c'est que
  • suite de
  • puisque
  • à l'inverse
  • alors que
  • au contraire
  • au lieu de
  • néanmoins
  • tandis que
  • pourtant
  • par contre
  • quand même
  • tout de même
  • comme
  • comme si
  • par exemple
  • aussi que
  • plus que 
  • moins que
  • depuis
  • dès que
  • désormais
  • lorsque
  • pendant que
  • tout à coup
  • après que
  • avant que
  • d'abord
  • en plus
  • ensuite
  • également
  • aussi
  • et
  • puis
  • à condition que
  • à moins que
  • au cas où
  • pourvu que
  • si
voorwaarde
opsomming
tijd / verandering in tijd
vergelijking
tegenstelling
oorzaak/reden/verklaring
gevolg/conclusie
doel

Slide 6 - Drag question

This item has no instructions

Kies het juiste verband.

Pour le musée du Louvre, ces tournages sont très profitables. En effet, le musée gagne de l'argent pour ces tournages. Le musée gagne aussi en célébrité.

A
Tegenstelling
B
Opsomming
C
Tijd/verandering in tijd
D
Oorzaak/reden/verklaring

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Kies het juiste verband.

En 1910, grâce à l'argent de son ami Arthur Capel, Chanel ouvre une boutique de chapeaux rue Cambon, à Paris.

A
Tegenstelling
B
Opsomming
C
Tijd/verandering in tijd
D
Oorzaak/reden/verklaring

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Kies het juiste verband.

Pour l'écologie, je serais prêt à manger un peu moins de viande, mais je ne veux pas arrêter complètement de manger de la viande.

A
Tegenstelling
B
Opsomming
C
Tijd/verandering in tijd
D
Oorzaak/reden/verklaring

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Kies het juiste verband.

Bien sûr, ce n'est pas très gentil de tuer les animaux, mais il faut bien qu'on mange!

A
Tegenstelling
B
Opsomming
C
Tijd/verandering in tijd
D
Oorzaak/reden/verklaring

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Kies het juiste verband.

On peut bien se nourrir de légumes et de céréales, alors
pourquoi continuer à tuer des animaux pour manger de la
viande ? En plus, la viande n’est pas très bonne pour la
santé
A
Tegenstelling
B
Opsomming
C
Tijd/verandering in tijd
D
Oorzaak/reden/verklaring

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Hoofdgedachte

  • Titel, inleiding, afbeelding

  • Je probeert de W-vragen
    te beantwoorden:
Wie?
Wat?
Waarom?
Om de hoofdgedachte te achterhalen:

Slide 12 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Hoofdgedachte

  • Titel, inleiding, afbeelding

  • Je probeert de W-vragen
    te beantwoorden:
Wie? Sam Stern, jonge talentvolle kok
Wat doet hij? Koken 
Waarom is de tekst geschreven? Boek geschreven 
Om de hoofdgedachte te achterhalen:

Slide 13 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Hoofdgedachte

Slide 14 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Stappenplan lezen
  1. Oriënteren: waar gaat de tekst over? Bekijk de titel, plaatjes en inleiding.
  2.  Focussen: wat wordt er gevraagd? Lees de vraag. Markeer sleutelwoorden.
  3. Lezen: lees de betreffende alinea. Markeer sleutelwoorden.
  4. Reflecteren: lees nogmaals de vraag. Bekijk nogmaals globaal de alinea. 
    Kies het juiste antwoord.

Slide 15 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Au travail
Fais texte 1, 2, 3, 4 et 5 de l'examen.
20 minutes
Fini? Pratique les connecteurs sur Quizlet.

Slide 16 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Doel formuleren
Feedback:
 Begrijpt de hoofdgedachte van een tekst niet.
 Herkent weinig tot geen signaalwoorden.
 Heeft moeite met het herkennen van eenvoudige Franse woorden en zinnen.
 Raadt antwoorden zonder strategie of onderbouwing.

Advies (feedforward):
Intensief oefenen: Maak vijf tot tien teksten per week (op eindexamensite.nl of in je examenbundel) met variërende onderwerpen.
Woordenschat uitbreiden: Gebruik Quizlet of examenidioom om dagelijks 10-15 nieuwe woorden (examenidioom!) te leren. Begin met kernwoordenschat (signaalwoorden, veelvoorkomende werkwoorden en zelfstandig naamwoorden). Gebruik hiervoor het boekje examenidioom  hier staan signaalwoorden, veelvoorkomende werkwoorden en zelfstandige naamwoorden in per thema!
Leesstrategieën leren: Oefen met het scannen van een tekst en het gebruik van signaalwoorden. Besteed extra tijd aan het leren van verbanden (oorzaak-gevolg, tegenstelling, etc.) en het begrijpen van de hoofdgedachte van een tekst.
Hulp inschakelen: Vraag ondersteuning van een docent, broer, zus, kennis, etc. voor hulp als je er zelf niet uitkomt!

Feedback:
 Herkent de hoofdgedachte soms, maar niet consequent.
 Heeft moeite met langere zinnen en samengestelde teksten.
 Begrijpt signaalwoorden gedeeltelijk en maakt hierdoor fouten in de redenering.
 Heeft beperkte woordenschat, wat leidt tot verkeerde interpretaties.

Advies (feedforward):
Regelmatig oefenen: maak wekelijks vijf teksten (op eindexamensite of in je examenbundel).
Woordenschat onderhouden: Blijf nieuwe woorden oefenen en herhaal eerder geleerde woorden. Focus op signaalwoorden en tekstspecifieke woorden (bijvoorbeeld woorden over milieu, gezondheid of werk). Gebruik het boekje examenidioom.
Focus op strategie: Oefen actief met het onderstrepen van signaalwoorden en het begrijpen van de hoofdgedachte en structuur van een tekst. Begrijp de fout gemaakte vragen om jouw strategieën te verbeteren.

Feedback:
 Begrijpt de hoofdgedachte van de meeste teksten.
 Herkent signaalwoorden en kan deze toepassen in de context van de vragen.
 Heeft een redelijke woordenschat, maar soms nog moeite met complexe woorden of zinnen.
 Mist af en toe details, wat tot slordige fouten leidt.

Advies (feedforward):
 Consistent oefenen: Lees drie tot vijf teksten per week. Kies moeilijkere teksten om je vaardigheden verder te ontwikkelen.
 Verbreden van woordenschat: Blijf nieuwe woorden leren en herhalen. Gebruik de teksten en het boekje examenidioom om je woordenschat uit te breiden.
 Feedback gebruiken: Bekijk je fouten en verbeter je strategieën. Gebruik oude examens om te oefenen met de tijdsdruk van een echte toets.
 Test je strategie: Kijk hoe effectief je skimmen en scannen zijn door tijdslimieten in te stellen tijdens het oefenen.

Feedback:
 Begrijpt de hoofdgedachte en details van bijna alle teksten.
 Past leesstrategieën effectief toe (zoals skimmen, scannen en analyseren).
 Heeft een ruime woordenschat en herkent complexe zinnen en signaalwoorden.
 Maakt weinig fouten en gaat efficiënt met tijd om.

Advies (feedforward):
 Lees wekelijks twee tot drie uitdagende teksten. Kies onderwerpen buiten je comfortzone om je leesvaardigheid te verbreden.
 Oefen met volledige eindexamens om je snelheid en nauwkeurigheid te testen. Oefen met het formuleren van antwoorden in het Nederlands. Lees de vraag opnieuw om écht te begrijpen wat de vraag is!
 Werk aan het perfectioneren van je antwoorden door je te richten op nuances in de tekst.

Klik op jouw kleur en lees de feedback goed door. Bespreek met je groepje:
  1. Herken je jezelf in de feedback?
  2. Welke doelen ga je nu opstellen?

Slide 17 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Afsluiting

Slide 18 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

    Begrippen uit deze les
  • Noem 5 woorden die te maken hebben met kwaliteit, kwantiteit en intensiteit.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions