This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Welkom
Tas van tafel
Laptop + Binas pakken
Ga in deze Lesson-Up
Slide 1 - Slide
Autotroof/heterotroof
Autotrofe organismen kunnen zelf uit anorganische moleculen hun eigen organische moleculen maken
Heterotrofe organismen kunnen dit niet en moeten andere organische moleculen binnenkrijgen om hun eigen organische moleculen te maken
Slide 2 - Slide
Welk van de 4 rijken zijn autotroof?
Slide 3 - Open question
De schimmel leeft van organische stoffen uit beschadigde cellen van de es.
a. Is de schimmel autotroof of heterotroof? b. En gebruikt de schimmel de organische stoffen voor dissimilatie, voor voortgezette assimilatie of voor beide processen?
Slide 4 - Open question
Welk proces is sowieso noodzakelijk in een cel om actief transport mogelijk te maken?
A
Aerobe dissimilatie
B
Anaerobe dissimilatie
C
Voortgezette assimilatie
Slide 5 - Quiz
Voortplanting
Bloem
Stengel
Wortel
Water en mineralen opnemen
Glucose maken
Blad
Stoffen vervoeren en stevigheid geven
Slide 6 - Drag question
de concentratie opgeloste stoffen in de cel is ..... dan daarbuiten. (de cel is gekrompen)
A
lager
B
even hoog
C
hoger
Slide 7 - Quiz
Als je sla in een bak water legt wordt het steviger, in dressing juist slapper. Leg uit hoe dit komt.
Slide 8 - Open question
Wortelharen om water op te nemen
Slide 9 - Slide
Zonder wortelharen kan dat dus niet erg goed.
Maar met wortelharen gaat dat veel beter!
wortel zonder wortelharen ________
______________wortel met wortelharen
Slide 10 - Slide
Wortelharen nemen mineralen (zouten) uit de bodem op in de cel. De concentratie in de cel is hoger dan in de bodem. Dit is een voorbeeld van
A
diffusie
B
osmose
C
actief transport
D
passief transport
Slide 11 - Quiz
Actief transport kost ATP. a. Door welk proces komt een organisme aan ATP? b. Welk organel is hiervoor verantwoordelijk? c. Schrijf de reactievergelijking op (eenvoudige variant)
Slide 12 - Open question
worteldruk
Wortelharen nemen zouten op
door osmose volgt water
Opnemen van zouten kost ATP
voor vorming ATP (aerobe dissimilatie) is zuurstof nodig
Slide 13 - Slide
Planten nemen water op via osmose. Hierdoor moeten planten eerst actief ionen naar binnen pompen. Welk gas moet dus sowieso in de grond zitten? En waarom?
Slide 14 - Open question
Leg uit hoe planten wiens wortels onder water staan langzaamaan uitdrogen en afsterven. (3p)
Slide 15 - Open question
Heeft de vacuole tijdens de celstrekking (celgroei) een hogere of lagere concentratie opgeloste stoffen dan buiten de cel?
A
lager
B
kun je niet weten
C
hoger
Slide 16 - Quiz
Drie transportprocessen door het celmembraan zijn. 1. Actief ionentransport 2. Actieve opname van organische moleculen 3. Osmose
Welke twee transportprocessen vinden achtereenvolgens plaats bij celstrekking?
A
Eerst 1 dan 2
B
Eerst 1 dan 3
C
Eerst 2 dan 3
D
Eerst 3 dan 1
Slide 17 - Quiz
We weten nu hoe water wordt opgenomen, wat gebeurt er vervolgens met het water in een plant?
Slide 18 - Open question
Bastvaten
vervoeren water en organische stoffen (glucose)
van blad naar de rest van de plant
liggen aan de buitenkant van een vaatbundel
Slide 19 - Slide
Houtvaten (binnenkant)
vervoeren water en mineralen
van wortel naar blad
dikke celwanden
grote openingen
water omhoog gepompt door: worteldruk en verdamping
Slide 20 - Slide
parenchym
cellen met relatief dunne celwand
en specifieke functie
blad: spons en pallisade-parenchym bevatten veel bladgroenkorrels (chloroplasten).
functie?
Slide 21 - Slide
huidmondjes in bladeren (en groene stengels)
uitwisseling: CO2 en O2
verdamping H2O
Slide 22 - Slide
Om te openen moeten sluitcellen van huidmondjes zich vullen met water, dus dan
A
nemen ze kalium ionen op, dit kost geen energie
B
nemen ze kalium ionen op, dit kost wel energie
C
geven ze kalium ionen af, dit kost geen energie
D
geven ze kalium ionen af, dit kost wel energie
Slide 23 - Quiz
Fotosynthese is het volgende proces. Water + koolstofdioxide + zonlicht --> glucose + zuurstof
Hoe komt de plant aan koolstofdioxide en water?
Slide 24 - Open question
Welke factor is 's nachts meestal de beperkende factor voor de fotosynthese?
A
water
B
zuurstof
C
koolstof
D
licht
Slide 25 - Quiz
Fotosynthese
In bladgroenkorrels/chloroplasten
In alle groene onderdelen van een plant
Licht is vaak de beperkende factor. Daarna water. CO2 nooit.
Slide 26 - Slide
Planten en gassen
Planten hebben koolstofdioxide nodig voor fotosynthese. Opname is via de lucht/huidmondjes.
Planten hebben zuurstof nodig voor opname water en verbranding. Opname gaat via de wortels
Slide 27 - Slide
bladluizen prikken met hun zuigsnuit in een planten op zoek naar suikers. Welke soort transportvaten zullen ze voornamelijk aanboren? Waarom?
Slide 28 - Open question
Leg uit dat het voor bladluizen gunstig is dat de geïnfecteerde plant bladeren vormt in plaats van bloemen.
Slide 29 - Open question
Dankzij de ademwortels kunnen mangrovebomen voldoende opnemen van een gasvormige stof die in ondergrondse delen van de plant nodig is. Welke gasvormige stof is dat?
Slide 30 - Open question
Leg uit waardoor de vruchten klein blijven als de bladeren geel worden.