Examentraining Aardrijkskunde eindversie

1 / 40
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 40 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

AK de domeinen
de leerstof is verdeeld in domeinen:
A: Vaardigheden
B: Wereld
C: Aarde
D: Gebieden: Zuid-Amerika
E: Leefomgeving: Nederland

Slide 2 - Slide

Domein Vaardigheden
Aardrijkskunde draait niet alleen om kennis, je moet ook dingen kunnen, vaardigheden dus!
Belangrijke vaardigheden bij aardrijkskunde zijn:
- goede geografische vragen stellen
- geografische problemen oplossen
- werken met kaarten, de atlas en de computer
Alle vaardigheden gebruik je bij de andere domeinen

Slide 3 - Slide

0

Slide 4 - Video

Geografische Problemen & Schaalniveaus
  1. mondiaal = wereldwijd,
    bijv. klimaatverandering
  2. continentaal = continent, 
  3. fluviaal = over het stroomgebied van een rivier
  4. nationaal = landelijk, bijv. rivierbeleid ruimte voor rivier
  5. regionaal = streek / gebied,
    bijv. aanwijzen noodoverloopgebied
  6. lokaal = plaatselijk,
    bijv. welk dijkvak moet sterker  worden?

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Algemene tips
  • Kijk het examen eerst rustig door om een beeld te krijgen 
  • Weet je een vraag niet/duurt het te lang, overslaan en ruimte open laten (examen moet in juiste volgorde gemaakt worden! 
  • Bekijk niet alleen de bron, let ook op titel, gebied, jaar, soort cijfers etc 
  • Sla een nietje door de kaartkaternen en bekijk deze globaal

Slide 8 - Slide

Algemeen stappenplan
  1. Check hoeveel punten de vraag waard is
  2. Lees vraag, onderstreep, markeer de belangrijke woorden
  3. Lees bron, onderstreep/markeer belangrijke woorden/zinnen)
  4. Herhaal de vraag in je antwoord
  5. Controleer of je volledig antwoord hebt gegeven op de vraag)

Slide 9 - Slide

Vraagvormen in het CE Aardrijkskunde (Vwo)


STANDAARDFORMULERINGEN

Leer deze standaardformuleringen te herkennen zodat in je examen weet wat er van je wordt verwacht

Slide 10 - Slide

Standaardformuleringen
Geef
Geef aan
Leg uit
Beredeneer
Beschrijf
Beargumenteer

}
zelfde strategie

Slide 11 - Slide

GEEF

Slide 12 - Slide

GEEF 
— een kenmerk
— een voorbeeld
— een reden / oorzaak
— een effect / gevolg
— een voordeel / nadeel
— een verschil / overeenkomst
— een argument / argumentatie

Slide 13 - Slide

GEEF is vaak COMBI
Combi met geografische werkwijzen:
• Dimensies: Geef een economisch gevolg van …
• Schaal: Geef een effect op mondiale schaal

Slide 14 - Slide

GEEF AAN

Slide 15 - Slide

GEEF AAN 
Geef aan
— met welk begrip dit verschijnsel wordt aangeduid
— waarom dit verschijnsel in dat gebied wel / niet voorkomt

Steeds twee handelingen:
— duiden, noemen, kiezen, bepalen
— verklaren, beredeneren

Slide 16 - Slide

Voorbeeld
Havo 2016-2, vraag 19:
Gebruik de atlas.
In vrijwel heel Indonesië komen tropische regenklimaten (A-klimaten) voor.
Geef aan
  • welk hoofdklimaat nog meer voorkomt in Indonesië;
  • wat de oorzaak is van het voorkomen van dat andere hoofdklimaat.

Slide 17 - Slide

Nog een voorbeeld
Haverleij vertoont kenmerken van een type woonwijk dat in
steden in de Verenigde Staten wel voorkomt, maar in
Nederland niet. Geef aan
— met welk begrip dit type woonwijk in de Verenigde Staten
wordt aangeduid;
— waarom Haverleij toch niet te beschouwen is als zo’n type
woonwijk.

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

— met welk begrip dit type woonwijk in de Verenigde Staten
wordt aangeduid;
— waarom Haverleij toch niet te beschouwen is als zo’n type
woonwijk.

Slide 20 - Open question

Correctievoorschrift
maximumscore 2
  • Gated communities (1p)
  • Juiste antwoorden zijn (1 reden, max 1p):
— De woonkastelen van Haverleij zijn vrij toegankelijk voor
bezoekers.
— De groenvoorzieningen van Haverleij zijn eigendom van de
gemeente en niet van de bewoners zelf.

Slide 21 - Slide

Leg uit / Beredeneer

Slide 22 - Slide

Standaardvormen
1. De aan- of afwezigheid van een verschijnsel in een gebied en/of
tijd uitleggen / beredeneren.

2. Het ontstaan van een verschijnsel uitleggen / beredeneren (als
gevolg van een ander verschijnsel)

3. Het effect of de bijdrage van een verschijnsel op / aan een ander
verschijnsel uitleggen / beredeneren.

Slide 23 - Slide

Schrijfkaders voor Leg uit, Beredeneer 

Leg uit dat X hier voorkomt 
. . . . . . . . . (oorzaak), = 1p
waardoor . . . . . . . . . . . (gevolg) = 1p
(en dus X hier voorkomt) = 0p

Leg uit / Beredeneer dat X bijdraagt aan / van invloed is op Y
Door X . . . . . . . . . (oorzaak / situatie), = 1p
waardoor / zodat . . . . . . . . . . (gevolg / conclusie) = 1p
(en dus Y beïnvloedt) = 0p

Slide 24 - Slide

HAVO 2015-1, vraag 27:

Gebruik de atlas.
Een hoge piekafvoer in de Rijn leidt tot een overstromingsrisico in de IJsseldelta. Dit overstromingsrisico wordt nog hoger als er tegelijkertijd een (noord)westerstorm is op het IJsselmeer. 
 Leg uit dat door een (noord)westerstorm op het IJsselmeer het overstromingsrisico in de IJsseldelta nog hoger wordt. 
Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Slide 25 - Slide

Correctievoorschrift
maximaal 2
. Uit de uitleg moet blijken dat 
• tijdens een (noord)westerstorm het water in het IJsselmeer/
Ketelmeer wordt opgestuwd bij de monding van de IJssel (oorzaak 1p)
• waardoor de afvoer van het water van de IJssel wordt belemmerd / het waterpeil in de IJssel stijgt (gevolg 1p)

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Korte versie

Slide 37 - Slide

deel 1
Lange versie

Slide 38 - Slide

deel 2
Lange versie

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide