This lesson contains 20 slides, with text slides and 1 video.
Lesson duration is: 15 min
Items in this lesson
4 Basis & Kader
Slide 1 - Slide
Leerdoelen 1.1
Wat weet je nog van ...
Wat voor behoeften kun je hebben
Waarom je keuzes moet maken
Hoe kun je zelf in je behoeften voorzien?
Kader (extra)
Wat betekent 'schaarste' in de economie?
Plattegrond
Slide 2 - Slide
Wat gaan we doen vandaag?
Herhalen leerdoelen Basis paragraaf 2.3 Wat voor inkomen heb je? Kader paragraaf 2.3 Lenen is betalen
Uitleg Basis paragraaf 2.4 Wat voor inkomen heb je?
Uitleg Kader paragraaf 2.4 Leren budgetteren!
Zelf aan de slag
Slide 3 - Slide
Herhaling leerdoelen 2.3 Kader
Wat weet je nog van....
Waarom lenen mensen geld?
Wat zijn de kosten van een lening?
Welke soorten leningen zijn er?
Slide 4 - Slide
Leerdoelen 2.4
Na deze les weet je ...
Waarom het maken van een begroting verstandig is
Welke soorten uitgaven je kunt hebben
Hoe je een maandelijkse reservering berekent
Slide 5 - Slide
Herhaling leerdoelen 2.3 Basis
Wat weet je nog van...
waarom niet iedereen evenveel verdient
welke inkomensvormen er zijn
hoe je je uitgaven kunt indelen
Slide 6 - Slide
leerdoelen 2.4 Basis
Na deze les weet je ...
Wat je kunt doen als je meer uitgaven dan inkomen hebt.
Hoe je een maandelijkse reservering berekent
Waarom het maken van een begroting verstandig is
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Video
Budgetteren
Budgetteren = het maken van een overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven
Waarom zou je dat doen?
Je hebt overzicht van je inkomsten en uitgaven en kunt daarom betere keuzes maken, waar jij je geld aan uit wilt geven.
Slide 9 - Slide
Begroting
Een tekort = Je hebt meer uitgaven dan inkomsten
Je moet bezuinigen op je uitgaven
Je moet zorgen dat je meer inkomsten krijgt.
Een overschot = Je hebt meer inkomsten dan uitgaven
Je kunt dit geld het best sparen om tegenvallers op te vangen.
Slide 10 - Slide
Begroting & budgetteren
Begroting (Budgetplan)
Een overzicht van je verwachte inkomsten en uitgaven voor de komende periode.
Budgetteren
Zorgen dat je uitgaven niet hoger worden dan je inkomsten
→ dus geen geld tekort komen
Slide 11 - Slide
Soorten uitgaven
Dagelijkse uitgaven
Vaste lasten
Incidentele uitgaven
De gewone uitgaven die je betaald van het huishoudgeld (bijv. eten, drinken, persoonlijke verzorging)
De uitgaven die iedere maand of kwartaal terugkomen (bijv. rekening voor gas en elektriciteit, woonlasten, verzekeringen, contributies en abonnementen)
Uitgaven die je niet zo vaak doet of die niet regelmatig zijn (kleding, meubels, vakantie, reparaties)
Slide 12 - Slide
Reserveren
Betekenis
Geld opzijzetten (sparen) om hier later grote of onverwachte uitgaven mee te betalen.
Je reserveert vooral voor incidentele* uitgaven (vakantie, aanschaf duur apparaat).
*incidenteel: af en toe
Formule
bedrag dat je nodig hebt : aantal maanden = reservering per maand
Voorbeeld
Sophie wil over twee jaar een scooter van € 1.800 kopen.
Hoeveel moet ze per maand reserveren?
€ 1.800 : 24 = € 75 per maand reserveren.
Slide 13 - Slide
Reserveren (sparen)
Je kan geld reserveren/sparen om onverwachte (incidentele) uitgaven te kunnen doen.
Formule:
(toekomstige aanschafwaarde - restwaarde) : aantal maanden
Slide 14 - Slide
Voorbeeld
Stappen:
Hoeveel maanden is 3 jaar = 36 maanden
2780 – 980 = € 1800,- moet je nog sparen/ reserveren.
1800 : 36 = € 50,- per maand reserveren.
Sven wil over 3 jaar een nieuwe scooter Deze scooter kost hem dan € 2.780,=
Zijn oude levert dan nog € 980,= op.
Hoeveel moet Jan per maand reserveren?
Slide 15 - Slide
Aantal dagen/weken/maanden?
Week = 7 dagen
Jaar =
4 kwartalen
12 maanden
52 weken
365 dagen
Kwartaal = 3 Maanden
Slide 16 - Slide
Week-Maand-Jaar-Kwartaal
Slide 17 - Slide
Zelf aan de slag
Ga verder met daar waar je bent gebleven.
Kijk je gemaakte vragen na !!
Op its learning staat wat je voor deze week af moet hebben.
Slide 18 - Slide
Herhaling leerdoelen 2.3 Basis
Wat weet je nog van...
waarom niet iedereen evenveel verdient
welke inkomensvormen er zijn
hoe je je uitgaven kunt indelen
Slide 19 - Slide
leerdoelen 2.4 Basis
Na deze les weet je ...
Wat je kunt doen als je meer uitgaven dan inkomen hebt.