V4CultKerk-24-25

Digitale toets Kunst Algemeen
  • antwoorden wel op papier!
Vierde klas: "Cultuur van de kerk"
• Deze toets duurt 100 minuten
  • De toets heeft 27 vragen en er zijn 51 punten te verdienen
Antwoorden gewoon met pen op papier!

1 / 29
next
Slide 1: Slide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 29 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Digitale toets Kunst Algemeen
  • antwoorden wel op papier!
Vierde klas: "Cultuur van de kerk"
• Deze toets duurt 100 minuten
  • De toets heeft 27 vragen en er zijn 51 punten te verdienen
Antwoorden gewoon met pen op papier!

Slide 1 - Slide

Blijf bij het maken van deze toets in de toetsomgeving van deze LessonUp! Als ik een melding krijg dat je deze omgeving verlaat, dan krijg je een 1 als cijfer!

Slide 2 - Slide

Op de afbeeldingen hiernaast zie je de Sainte-Chapelle, de kapel die koning Lodewijk de Heilige in de dertiende eeuw in Parijs heeft laten bouwen. De slanke, hoge kapel met het opvallende torentje op het dak is een goed voorbeeld van de late gotiek. Het torentje, een 'dakruiter', zie je hiernaast. De kapel is aan de buitenkant rijk versierd, onder meer met grote en kleine torentjes.
(2p) Vraag 1:  Noem aan de hand van de afbeeldingen nog twee verschillende soorten versieringen. 

Slide 3 - Slide

<< relieken >>
De koning heeft de kapel laten bouwen voor relieken die hij gekregen heeft. Een reliek is een stukje van een heilige of van een voorwerp dat bij die heilige hoort. De relieken, een stukje van de doornenkroon van Christus en een splinter van zijn houten kruis, worden bewaard in een kist gemaakt van kostbaar materiaal. Vroeger stond die op een goed zichtbare plaats in de kapel, zoals je hiernaast ziet. Tegenwoordig staat de kist met relieken op een andere locatie.
close-up
Vraag op Volgende dia >>

Slide 4 - Slide

<< Relieken >>
Bekijk de afbeelding en de close-up hiernaast. De plek waar de kist met relieken heeft gestaan is aangegeven op de afbeeldingen. Dit is een belangrijke plek in de kerk. 

(2p) Vraag 2:  Leg aan de hand van twee aspecten uit waaruit blijkt dat dit een belangrijke plek in de kerk is. 

De koning besteedde veel aandacht aan de relieken. Hij geloofde dat door verering van, en goede zorg voor, relieken zijn ziel gered zou worden. Voor de koning en de kerk waren de relieken ook nog om een andere, wereldlijke reden van belang...

(1p) Vraag 3: Leg uit om welke wereldlijke reden relieken van belang waren voor de koning en de kerk. (Tip: Koning en kerk hadden dezelfde reden. Geen religieuze, maar wereldlijke reden!)
close-up

Slide 5 - Slide

1
3
(3p) Vraag 4: 
Welke onderdelen van een kathedraal zie je hiernaast bij nummers 1, 2 en 3 ? 
2
2

Slide 6 - Slide

A
B
(2p) Vraag 5: 
Hoe noem je de bogen van afbeelding A en B? 

Slide 7 - Slide

3
2 >>


           
          << 2
1
(3p) Vraag 6: 
Hoe noem je onderdelen 1, 2 en 3? 

Slide 8 - Slide

(1p) Vraag 7: Hoe wordt hetgeen je hierboven ziet genoemd? 

Slide 9 - Slide

(1p) Vraag 8:
Hoe wordt een driehoekig boogveld of gevelveld genoemd, zoals je het hiernaast ziet? 

Slide 10 - Slide

(4p) Vraag 9: 
Neem alleen de nummers 4, 5, 6 en 7 over op je proefwerkblad. Schrijf erachter welk onderdeel wat is. 

(2p) Vraag 10:
In een Gotische kathedraal als deze wordt skeletbouw toegepast. Leg dit bouwprincipe uit. 

Slide 11 - Slide

Dit onderdeel gaat over kloosters in de Middeleeuwen

In de loop van de middeleeuwen nam het aantal kloosters in West-Europa sterk
toe. Hoewel de kloosterorden wel enigszins verschilden in uitgangspunten en
huisregels, legden alle kloosterlingen bij hun intrede in het klooster dezelfde drie
geloftes af.
(3p) Vraag 11: Welke drie geloftes zijn dat?

Veel kloosters waren rijk en straalden macht en aanzien uit. De kloosters
verkregen hun inkomsten uit diverse bronnen.
(3p) Vraag 12: Noem drie van deze bronnen van inkomsten.


Slide 12 - Slide

Er zijn twee belangrijke kloosterorden in de Middeleeuwen: de Cluniacenzers en de Cisterciënzers

(2p) Vraag 13: Wat is het belangrijkste verschil tussen deze twee kloosterorden. Je moet aangeven welk kenmerk bij de Cluniacenzers hoort en welke bij de Cisterciënzers.

Slide 13 - Slide

audio 1 (alleen eerste minuut luisteren!)
Gregoriaanse gezangen maakten deel uit van de gebedsdiensten in de
kloosters. Audiofragment 1 is een gedeelte uit de gregoriaanse lofzang
‘Benedictus Dominus Deus Israël’ (Geprezen zij de Heer, de God van Israël), uitgevoerd door benedictijner monniken. LUISTER HIERVAN ALLEEN DE EERSTE MINUUT!!!!

(2p) Vraag 14:  Noem aan de hand van dit fragment twee kenmerken van het gregoriaans. Laat buiten beschouwing dat het door mannen wordt gezongen.

audio 2 (alleen eerste minuut luisteren!)
Audiofragment 2 is een gedeelte uit de compositie: ‘O Felix Anima’ (O, gelukkige ziel) van Hildegard von Bingen. LUISTER HIERVAN ALLEEN DE EERSTE MINUUT!!!! Dit lied vertoont kenmerken van het
gregoriaans, zoals in audiofragment 1, maar er zijn ook verschillen.

(1p) Vraag 15:  Vergelijk beide melodieën en noem één verschil. Laat het aantal stemmen en dat het door mannen, respectievelijk vrouwen wordt gezongen buiten beschouwing.
audio 1
audio 2

Slide 14 - Slide

Dit onderdeel gaat dieper in op gotische kathedralen in Nederland.

In de middeleeuwen speelde de christelijke religie een dominante rol in de West Europese cultuur. Vanaf de twaalfde eeuw werden in Frankrijk enorme kathedralen gebouwd in een nieuwe, gotische bouwstijl. Behalve een plaats voor kerkdiensten, waren deze kathedralen bovenal een symbool voor de hemel op aarde.

(2p) Vraag 16: Noem twee kenmerken van een gotische kathedraal die bijdragen aan deze symboliek van 'de hemel op aarde'. Leg uit waarom die kenmerken bijdragen aan de sfeer van een hemel op aarde.




Slide 15 - Slide

De gotische bouwstijl was jarenlang toonaangevend voor de kerkenbouw in een groot deel van Europa. Ook de bisschop van Utrecht besloot in 1254 een kathedraal in gotische stijl te laten bouwen.

Over de Domtoren die bij deze kathedraal hoort gaat tekst 1 en de volgende vragen.


Slide 16 - Slide

Tekst 1 hoort bij de volgende dia/slide en vragen !!!

Slide 17 - Slide

In de middeleeuwen bestonden verschillende opvattingen over wat gepast was
bij de uiterlijke vormgeving van het geloof. Dit kwam het duidelijkst tot uiting in
het meningsverschil tussen abt Suger en Bernard van Clairvaux.
Ook in Utrecht bestonden deze verschillende geloofsbelevingen naast elkaar.
Uit tekst 1 (vorige dia) blijkt dat de kanunnik Geert Grote de domtoren (zie afbeelding 2)
‘monsterachtig’ vond.

(2p) Vraag 17:  Noem, met behulp van Tekst 1 in de vorige dia/slide, twee bezwaren die Geert Grote had tegen de bouw van de Utrechtse domtoren.

Afbeelding 2

Slide 18 - Slide

Toen Utrecht in 1674 getroffen werd door een zware storm, stortte het middenschip van de domkerk in elkaar. Dit gedeelte van de kerk is niet meer herbouwd. Tussen de domtoren en het koor van de domkerk is nu een leeg plein. Op afbeelding 3 zie je een tekening van het ingestorte middenschip. Op afbeelding 4 zie je de plattegrond van het huidige domplein met links de domtoren en rechts het koor van de domkerk. Er zijn mensen die pleiten voor de herbouw van het middenschip. Zij noemen als belangrijk argument dat door het ontbreken van het middenschip de symbolische betekenis van de plattegrond van de kathedraal is weggevallen. 



(2p) Vraag 18: Noem de oorspronkelijke symbolische betekenis van de plattegrond van de kathedraal die hier wordt bedoeld en leg deze betekenis uit.

Afbeelding 3
Afbeelding 4
dom-plein

Slide 19 - Slide

Afbeelding 8:     19 x 14 cm  
Op de miniatuur op afbeelding 8 hiernaast zie je de derde uitdaging: de duivel wil dat Christus voor hem knielt en hem aanbidt, in ruil voor alle rijkdommen van de wereld.


Christus vertegenwoordigt het Goede, de duivel is het Kwaad.
(2p) Vraag 19: Leg uit hoe dit blijkt uit de manier waarop elk van beiden is voorgesteld.

Slide 20 - Slide

Afbeelding 8:     19 x 14 cm  
De rijkdommen die de duivel belooft, zijn hiernaast weergegeven als drie
goudkleurige voorwerpen op de grond. Uit schetsen onder de verflaag bleek dat de maker van de miniatuur aanvankelijk veel meer gouden schatten had willen schilderen.

Bekijk afbeelding 8 hiernaast.
(2p) Vraag 20: 
  • Geef een reden waarom de maker kennelijk van plan was om méér schatten te schilderen.
  • Geef ook een argument voor zijn beslissing om het uiteindelijk niet te doen.

Slide 21 - Slide

Afbeelding 8:     19 x 14 cm  
Miniaturen zoals op afbeelding 8 werden in de vroege middeleeuwen uitsluitend vervaardigd in kloosters.

(1p) Vraag 21: Verklaar waarom dat alleen in kloosters gebeurde.

Slide 22 - Slide

(2p) Vraag 22: 
(1p) Vraag 23: (meningsvraag, gaat om argumentatie)
Een Apocalyps is een angstig schrikbeeld voor de toekomst. Vind jij dat de maker van deze miniatuur er in geslaagd is om een angstig kunstwerk te maken? Waarom wel of waarom niet?

Slide 23 - Slide

Mariken van Nieumeghen
Dit onderdeel gaat over geloof en bijgeloof in de middeleeuwen, het mirakelspel Mariken van Nieumeghen en de verfilming daarvan door Jos Stelling.

In de middeleeuwen bestond naast het officiële katholieke geloof ook veel bijgeloof. In het volksgeloof speelden allerlei verhalen, zoals legendes, een belangrijke rol. De bevolking nam allerlei verhalen voor waar aan en vertelde
deze onderling door.

(1p) Vraag 24)  Geef een verklaring voor de goedgelovigheid van een groot deel van de
bevolking in de middeleeuwen.





Slide 24 - Slide

Mariken gaat met de duivel mee omdat zij heel leergierig is en hij haar belooft alle talen en de zeven vrije kunsten te leren. In de middeleeuwen was onderwijs voor jongens niet vanzelfsprekend en voor
meisjes nog minder.

(1p) Vraag 25) Noem voor een meisje in de middeleeuwen één mogelijkheid om te studeren.

De naam ‘Mariken’ komt van de naam ‘Maria’. De duivel Moenen wil dat Mariken haar naam verandert.
(1p) Vraag 26) Waarom is het voor Moenen zo belangrijk dat Marikenhaar naam verandert? 

Bekijk nu het korte videofragment op de volgende slide/dia en beantwoordt daarna de vragen die dan komen.

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Video

Vraag bij videofragment 'Mariken'
In het wagenspel op videofragment speelt Moenen de rol van de duivel. Zowel de duivel als God draagt daarin een masker. De duivel met het hoofd van een bok en God (rechts in beeld) een blauw gewaad en een wit masker.

(2p) Vraag 27) Hoe kun je aan de maskers zien dat de een de duivel is en de ander God? 

Slide 27 - Slide

Einde toets !

Slide 28 - Slide

Bronnen:
onder andere...
  • Examen HAVO 2013-1 TEHATEX 
  • Examen HAVO 2021
  • Examen HAVO TEHATEX 2016 -Christus en de duivel- oefenblok middeleeuwen

Slide 29 - Slide