blok 6 -1 - 1 routewoord

noem de regel + een voorbeeld
  •  eeuw-ieuw-woord
  • langermaakwoord van het b-rijtje
  • taxi-woord
1 / 11
next
Slide 1: Slide
SpellingBasisschoolGroep 6

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

noem de regel + een voorbeeld
  •  eeuw-ieuw-woord
  • langermaakwoord van het b-rijtje
  • taxi-woord

Slide 1 - Slide

Welke categorieën gebruik je voor het volgende woord?

sociaal
A
10, 15, 13
B
10, 18, 19
C
10, 17, 6
D
10, 13, 18

Slide 2 - Quiz

Welke categorieën gebruik je voor het volgende woord?

waterniveau
A
10, 6, 24
B
10, 25
C
10, 13
D
10, 13, 24

Slide 3 - Quiz

Schrijf op je wisbordje:
  • veranderen:  jij....      /        jij bent....

  • gebeuren: het....     /         het is....

  • verdienen: hij....    /     hij heeft....

Schrijf op je wisbordje:

Slide 4 - Slide

Doel
Routewoord

Slide 5 - Slide

Cat. 25: Routewoorden:

- Wij douchen
- De route

Op de volgende pagina bekijken we het instructiefilmpje van de categorie : routewoorden.

Slide 6 - Slide

0

Slide 7 - Video

Nu jullie!
Schrijf zoveel mogelijk routewoorden op die je hebt gezien.

Slide 8 - Open question

Dictee
Pak je schrift, potlood en groene pen.

Slide 9 - Slide

Wat is de persoonsvorm in de volgende zin:

Je moet de notities nu op mijn bureau leggen.
A
Je
B
de notities
C
moet
D
leggen

Slide 10 - Quiz

Wat is het onderwerp in de volgende zin:

Je moet de notities nu op mijn bureau leggen.
A
de notities
B
Je
C
mijn bureau
D
moet leggen

Slide 11 - Quiz