TaalCompleet A1 - Thema 6:8 t/m 6.12

Wat bestel jij weleens online?
1 / 41
next
Slide 1: Slide
NT2MBOStudiejaar 1-4

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Wat bestel jij weleens online?

Slide 1 - Slide

Lesdoelen. Na deze les
- ken ik meer woorden van het thema kleding
- kan ik meer correcte zinnen maken
- weet ik hoe over de tijd praat

Slide 2 - Slide


Welke emoji past bij jouw vandaag?
😒🙁😐🙂😃

Slide 3 - Poll

Thema 6
Opdracht: Welke kleding ken jij? Schrijf de woorden. Log in bij LessonUp. 

- jas
- ...
- ...
- ..
- ...
- ...
- ...
- ...

Slide 4 - Slide

Welke kleding ken jij?
Schrijf de woorden die je kent
timer
5:00

Slide 5 - Open question

Praatplaat
Opdracht: Kijk naar de praatplaat. Schrijf vijf zinnen. 

Klaar? Schrijf meer zinnen.
timer
10:00

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

6.9: Ik wil, jij wil, hij wil, wij willen
Ik wil
Jij wilt - Wil jij?
Hij / zij / u wil - Wilt u?
Wij willen 
Jullie willen
Zij willen

Slide 8 - Slide

6.9: Ik wil, jij wil, hij wil, wij willen
Opdracht: We doen een dictee. Schrijf de zinnen in je schrift.
timer
10:00

Slide 9 - Slide

6.9: Ik wil, jij wil, hij wil, wij willen
  • 1. Wilt u hier even zitten?
  • 2. Het meisje wil niet naar de dokter.
  • 3. Wij willen woensdag graag vrij.
  • 4. De man wil geen sieraden dragen.
  • 5. Wil jij de huisarts bellen?
  • 6. Ik wil een sjaal om en een muts op.
  • 7. Wil je het vest nog passen?
  • 8. Jullie willen in maart trouwen.
  • 9. Zij willen snel bij de baby kijken.
  • 10. Jij wilt in het weekend niet werken.

Slide 10 - Slide

6.10: De tijd
Opdracht: Log in bij LessonUp. We doen een quiz over de tijd. 
Geef antwoord: A, B, C of D?

Slide 11 - Slide

Hoeveel secondes heeft een minuut?
A
15
B
30
C
60
D
100

Slide 12 - Quiz

Hoeveel minuten heeft een kwartier?
A
15
B
30
C
60
D
100

Slide 13 - Quiz

Hoeveel minuten heeft een half uur?
A
10
B
30
C
60
D
100

Slide 14 - Quiz

Hoeveel minuten heeft een uur?
A
10
B
30
C
60
D
100

Slide 15 - Quiz

Hoe laat begint de ochtend?
A
0.00 uur
B
6.00 uur
C
12.00 uur
D
18.00 uur

Slide 16 - Quiz

Tot hoe laat duurt de avond?
A
0.00 uur
B
6.00 uur
C
12.00 uur
D
18.00 uur

Slide 17 - Quiz

Hoe laat begint de middag?
A
0.00 uur
B
6.00 uur
C
12.00 uur
D
18.00 uur

Slide 18 - Quiz

Tot hoe laat duurt de nacht?
A
0.00 uur
B
6.00 uur
C
12.00 uur
D
18.00 uur

Slide 19 - Quiz

Blooket klokkijken/ kleding

Slide 20 - Slide

6.12: Hoe laat is het?
16.50

Slide 21 - Slide

6.12: Hoe laat is het?
11.05

Slide 22 - Slide

6.12: Hoe laat is het?
14.45

Slide 23 - Slide

6.12: Hoe laat is het?
23.10

Slide 24 - Slide

6.12: Hoe laat is het?
9.55

Slide 25 - Slide

6.12: Hoe laat is het?
21.50

Slide 26 - Slide

6.12: Hoe laat is het?
3.15

Slide 27 - Slide

6.12: Hoe laat is het?
17.55

Slide 28 - Slide

6.12: Hoe laat is het?
11.10

Slide 29 - Slide

6.12: Hoe laat is het?
20.45

Slide 30 - Slide

Leesteksten tot 10.15 uur
Opdracht: Maak de extra leesteksten. 

Klaar? Werk dan verder in je boek.

Slide 31 - Slide


Pauze: 

Slide 32 - Slide

Woorden: Geef voorbeelden aan elkaar
  • openingstijden
  • open
  • dicht
  • gesloten
  • vanaf
  • tot
  • behalve

Slide 33 - Slide

6.11: Is de winkel open?
Opdracht: Scan de code van Dbieb in Leeuwarden
Geef antwoord op de vragen (hele zinnen schrijven):

1. Vanaf hoe laat is de bibliotheek op maandag open?
2. Hoe laat gaat de bibliotheek op zaterdag dicht?
3. Hoeveel avonden is de bibliotheek open?
4. Hoeveel uren is de bibliotheek op zondag open?
5. Kun je in de bibliotheek op de wifi?
6. Waar kun je een kopje koffie drinken in dBieb?

timer
15:00

Slide 34 - Slide

Antwoorden
  1. De bibliotheek is vanaf half negen open.
  2. De bibliotheek gaat om vijf uur dicht.
  3. De bibliotheek is vijf avonden open.
  4. De bibliotheek is dan/ op zondag vier uren open.
  5. Ja, dBieb heeft internettoegang.
  6. in het café/ het eetcafé/ het leescafé, het restaurant kun je koffiedrinken.

Slide 35 - Slide

6.11: Is de winkel open?
Opdracht: We doen een dictee.

Slide 36 - Slide

Antwoorden
  1. Ik zoek de openingstijden op internet.
  2. De winkel is gesloten.
  3. Morgen is het een feestdag.
  4. De winkel is dan ook dicht.
  5. Ik bestel online een jas en een tas.
  6. Ik wil de spullen niet ophalen.
  7. Een man brengt de doos.
  8. Ik vind de jas mooi, behalve de knopen.
  9. Ik stuur de jas toch niet terug.
  10. De tas is wel heel mooi!

Slide 37 - Slide

6.12: Hoe laat is het?
Opdracht: Hoe laat is het? 

Cursist A zegt de tijd
Cursist B tekent de tijd in de klok

Cursist B zegt de tijd
Cursist A tekent de tijd in de klok

timer
10:00

Slide 38 - Slide

6.12: Hoe laat is het?
Opdracht: We spelen een Blooket

Slide 39 - Slide

Lesdoelen. Na deze les
- ken ik meer woorden van het thema kleding
- kan ik meer correcte zinnen maken
- weet ik hoe over de tijd praat.

Slide 40 - Slide

Leesteksten tot 13.45 uur
Opdracht: Maak de extra leesteksten. 

Klaar? Werk dan verder in je boek.

Om 13.45 bespreken we de antwoorden.

Slide 41 - Slide