Jazz als kunstvorm

Bespiegeling:
 Jazz als kunstvorm
Jazz als kunstvorm
1 / 24
next
Slide 1: Slide
KunstMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Bespiegeling:
 Jazz als kunstvorm
Jazz als kunstvorm

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Jazz
Jazz ontstond in New Orleans in de jaren 30. Het waren vooral de Afro-Amerikanen die jazz maakten. Jazz ontstond uit een combinatie van meerdere muziekstijlen die al bestonden; de ragtime uit de cafés, blues en gospels uit de kerk . 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

JAZZ STIJLEN 
OUDE STIJL - 1910 - 1940
NEW ORLEANS JAZZ
 CHICAGO JAZZ
 BOOGIE WOOGIE
  SWING JAZZ
DIXIELAND
Nieuwe stijl na 1940
BEBOB
COOL JAZZ
FREE JAZZ
FUSION JAZZ

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

SWING 
vanaf ca. 1920
Swing Jazz: erg dansbaar

Bigbands: ca 20 muzikanten

Stuwend ritme
Swing ritme


Slide 4 - Slide

INFO:
Swing is een jazz stijl die ontstond rond 1930 (swingmuziek, swing jazz). De naam kwam van de nadruk op de off-beat (eNE - tweeE - drieE - VierE = swingritme) wat beïnvloed werd door de ragtime.

Swingbands (bigbands: zie verderop) hadden meestal solisten die improviseerden op de melodie over het arrangement (dat wat aangeeft welke instrumenten er aan de beurt zijn). De dansbare swingstijl van bigbands en bandleiders zoals Benny Goodman was de meest voorkomende muziekvorm van Amerikaanse populaire muziek van 1935 tot 1946, ook wel bekend als het swingtijdperk.

Door de groei van de radio-omroep en de grammofoonplaten-industrie vanaf de jaren 1920 kregen enkele van de meer populaire dansbands landelijke bekendheid.

Na de Tweede Wereldoorlog begon swing in populariteit af te nemen en nieuwere jazzstijlen als jump blues en bebop wonnen aan populariteit.

BIGBANDS
Een bigband is een soort muzikaal ensemble van jazzmuziek dat meestal bestaat uit tien of meer muzikanten met vier secties (groepen instrumenten): saxofoons , trompetten , trombones en een ritmesectie (gitaar, piano, contrabas en drums). De eerste bigbands in de Verenigde Staten hadden nog een andere bezetting (samenstelling van instrumenten), bijvoorbeeld met een banjo erbij, een klarinet en een tuba.

Bezetting Bigband: 
4 trompetten, 
4 trombones, 
4 saxen 
1 klarinet, 
Piano, 
Bas, 
Gitaar 
Drums. 

Vaak met zang. 

MUZIEKALE KENMERKEN:

  • gebruik van een swingritme
  • tempo vaak medium of up-tempo, met accent op de tweede en vierde tel van een vierkwartsmaat
  • instrumentale solo's worden het muzikale brandpunt en vervangen de zang (die pas door Louis Armstrong weer populair is gemaakt)
  • een stevige ritmesectie, meestal met contrabas en drums

  • Minder commercieel
  • Kleinere bezetting
  • Luistermuziek 
  • Jazzclubs 
  • Gericht op virtuositeit
Bebop vs  Swing

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Video

This item has no instructions

Beschrijf het tempo

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Hoe zou je de melodie beschrijven in vergelijking met swing jazz?
A
Eenvoudig
B
Complex

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Dynamiek
A
Zacht (piano)
B
Luid (forte)

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Bebop


Dizzie Gillespie
Charlie Parker
  • Hoog Tempo
  • Complexe melodieën
  • Complexe akkoordprogressies
  • Veel improvisatie


  • Technisch Hoogstaand
  • Luid (Volume)

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Luisteropdracht:
Vergelijk de Swingjazz met Bebop
Tempo
TEMPO: de snelheid waarmee muziek wordt gespeeld.
Bijvoorbeeld in Dance: 120 BPM.
ADAGIO (traag) 
ALLEGRO (snel) 
Hoog tempo zorgt voor energie en spanning, 
laag tempo zorgt voor rust
Ritme
Harmonie
Een samenklank van akkoorden.
Volgen de muzikanten dezelfde melodie ?
Consonant: Het klinkt vertrouwd en 'harmonieus'.
Dissonant: Schril en expressief (atonaal)

Slide 11 - Slide

Genres that grow too big eventually will fall. This was no different with Swing. Not only became it difficult to maintain such large, expensive orchestras, but more and more white people were copying the music. Though Jazz had always been less racially restricted than Blues, a number of black Jazz musicians felt a need to redefine black Jazz culture with a new, radical genre: Bebop. Their dissatisfaction is reflected in Bebop’s trademarks: frantic, chaotic and aggressive.
Bebop (or simply “Bop”) is one of the most revolutionary types of Jazz (and music). Why? Because it makes the music faster by making it slower. How? By stretching (thus slowing down) the tempo, a lot of silent gaps opened up between the beats. This free space could be filled in freely (improvised) with drum rolls, rhythmic breaks and superfast, harmonic melodies, usually in vibrato. Musicians also regularly imitate trumpet solos with their voice, leading to a new, fast singing technique called “scatting”. The word “bebop” itself comes from scatting, as it is as an often used onomatopoeia. The difference between Jazz from the past was so huge, that people eventually coined the term “Modern Jazz”, which later also included other experimental genres such as Hard Bop and Free Jazz.
Many wannabe Bebop musicians went downhill because they wrongly believed that heroin, which was very cheap during the forties, was an inherent part of Jazz culture. Their personal but also social problems (racism) illustrate the dark side of Bebop. This was no happy music, but the psychotic screams of struggling musicians, who didn’t care whether you loved or hated their music.
Around 1982, Bebop experiences a strong revival known as Neobop (or sometimes called Neo-Con (= conservative) Jazz). A lot of young Jazz scholars were not interested in the new possibilities of Fusion, and chose to concentrate on the old school (with influences from Free and Modal Jazz): straight, acoustic Jazz but rich and vibrant. A type of Jazz where they could show off their technical skills that would otherwise have been masked by the eclecticism of Fusion.

Slide 12 - Video

This item has no instructions

RITME, HARMONIE, TEMPO
opwindende ritmes, swing ritme
Vlot tempo
Consonant

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Video

This item has no instructions

Hoe omschrijf je het tempo?
A
Langzaam
B
Opzwepend
C
Snel
D
Traag

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Hoe omschrijf je de harmonie?
A
eerder consonant
B
eerder dissonant

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Hoe omschrijf je het ritme?
A
constant
B
vrij
C
grillig

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

COOL JAZZ
Iets langzamer en 'cooler' mag wel
Na de Bebop ontstaat een rustigere en meer 'laid-back' vorm van jazz: de cool jazz.
Langzamer dan bebop
Eenvoudigere akkoorden
Ondanks de eenvoudigheid van de akkoorden en de solo's, zijn ze technisch zeer hoogstaand.
COOL JAZZ

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Cool jazz
Bebop = uptempo
jaren '50 - tegenhanger: cool jazz
helder en relaxed
Miles Davis (1926-1991) - Kind of Blue


Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Kenmerken
ondynamisch, 
emotiearm legatospel, (er zit geen stilte tussen de noten)
een lineair geheel zonder harde accenten  het ontbreken van vibrato. 

Slide 20 - Slide

legatsospel: tussen de noten valt geen stilte
FREE JAZZ
Complete bevrijding
Ornette Coleman breekt door zijn album Free Jazz (1960) volledig met harmonieën en vaste akkoordopvolgingen. Het is een collectieve improvisatie van muzikanten waarin volledige vrijheid geldt. 
In welke vormgevingsaspecten van de muziek hoor je terug dat Coleman streeft naar volledige vrijheid in de Jazz? Luister naar het fragment op de volgende slide.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Video

This item has no instructions

In welke vormgevingsaspecten van de muziek hoor je terug dat Coleman streeft naar volledige vrijheid in de jazz?

Slide 23 - Open question

This item has no instructions

Free Jazz (Avant Garde Jazz)


John Coltrane
Ornette Coleman
  • Vrije Ritmes
  • Ontoegankelijk
  • Modaal (geen tonaliteit)
  • Vrije improvisatie
  • Geen vaste bezetting
  • Niet westerse invloeden



Slide 24 - Slide

Zonder harmonische structuren, zonder voorgegeven vormen ontsnappen ze toch aan de volstrekte chaos. Ze blijven beheerst door regels en orde. Coleman erkende dat Jackson Pollock als schilder hetzelfde had nagestreefd.