Natuurlijk zijn de leerdoelen ook te vinden in de leerlijst!
Leerdoelen
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Video
dfa
fdaf
Alle bouwwerken die door mensen zijn gemaakt en uit meer dan één onderdeel bestaan heten constructies.
Een figuur is vormvast als hij niet vervormt wanneer er een kracht op werkt.
Je kunt figuren vormvast maken door er diagonalen in aan te brengen. Een diagonaal is een verbinding die ervoor zorgt dat er een driehoek ontstaat in een figuur.
Vormvast en diagonalen
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Video
Kracht zie je niet!
Maar de invloed zie je wel:
- snelheid wordt groter/kleiner
- richting van een beweging verandert
- vorm van een voorwerp verandert
Slide 7 - Slide
Krachten kun je niet zien, maar om het toch te begrijpen tekenen we ze met een krachtenpijl, die noem je ook wel een vector.
Een krachtenpijl of vector heeft:
Een aangrijpingspunt (waar de kracht begint)
Een richting
Een grootte
Krachtenpijl
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Video
lengte
richting
beginpunt
aangrijpingspunt
grootte
richting
Slide 10 - Drag question
Op een piano werkt een zwaartekracht van 3 000 N. Teken de krachtenpijl die hoort bij deze kracht. Gebruik als schaal: 1 cm ≙ 1 000 N.
Slide 11 - Slide
Hoe groot is de getekende kracht.
A
3,3 N
B
5 N
C
8,3 N
D
16,5 N
Slide 12 - Quiz
Geef aan bij de vector hoe groot de getekende kracht is.
Slide 13 - Open question
Slide 14 - Video
Geef van alle drie de onderdelen van de brug aan of hier trekkrachten, duwkrachten of allebei plaatsvinden.
Pilaar
kabels
Wegdek
Trekkrachten
Duwkrachten
allebei
Slide 15 - Drag question
Balkbruggen
- vlakke brug
- eenvoudigste type vaste brug
- plank of plaat (met bij grote overspanning pijlers die ondersteunen)
Slide 16 - Slide
Boogbruggen
- ook wel welfbrug
- veelvuldig gebruikt door de oude Grieken en Romeinen (aquaducten)
- werking berust op het feit dat in een gelijkmatig belaste boog uitsluitend drukkrachten optreden
zuivere boogbrug
boogbrug met trekband
Slide 17 - Slide
Hangbruggen
- opgebouwd uit twee (soms één) hoge pijlers of pylonen waartussen een of meer (vaak twee) dikke kabels gespannen zijn
- aan deze dikke kabels worden enkele dunnere kabels (hangers) gehangen om de weg te dragen en horizontaal te houden
- door de symmetrie worden de pijlers hoofdzakelijk verticaal belast
- tussen de pijlers hangt een hoofddraagkabel, volgens een kettinglijn – een kromme die lijkt op een parabool
Slide 18 - Slide
Tuibruggen
- type brug met één of meerdere pijlers waarbij aan elke pijler een stuk brugdek door middel van kabels (de trekkers of tuikabels) opgehangen is
- rijdek is opgehangen aan dikke kabels (de tuien) - in de tuien is sprake van trekkracht
- de kabels zijn rechtstreeks bevestigd aan de pylonen of worden door de pylonen geleid om in de volgende overspanning opnieuw in het brugdek verankerd te worden - de pylonen voeren het gewicht van de brug vervolgens af
naar de fundering; in de pylonen is sprake van drukkracht
Slide 19 - Slide
Zoals je hiernaast kunt zien werken er 2 krachten op deze brug. Welke 2 krachten?