What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
A2 woordsoortenquiz
A2 woordsoortenquiz
Taal
1 / 23
next
Slide 1:
Slide
This lesson contains
23 slides
, with
interactive quizzes
and
text slide
.
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
A2 woordsoortenquiz
Taal
Slide 1 - Slide
Welke woordsoort is dit?
De HOND loopt op het veldje.
A
Zelfstandig naamwoord
B
Bijwoord
C
Persoonlijk voornaamwoord
D
Aanwijzend voornaamwoord
Slide 2 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
DE hond loopt op het veldje.
A
Zelfstandig naamwoord
B
Bijwoord
C
Lidwoord
D
Voorzetsel
Slide 3 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
De hond loopt over het veldje, waar hij net HEEFT geplast.
A
Zelfstandig werkwoord
B
Hulpwerkwoord
C
Koppelwerkwoord
D
Zelfstandig naamwoord
Slide 4 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
De hond loopt over het veldje, waar hij net heeft GEPLAST.
A
Zelfstandig werkwoord
B
Hulpwerkwoord
C
Koppelwerkwoord
D
Zelfstandig naamwoord
Slide 5 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
De hond IS heel vrolijk en kwispelt met zijn staart.
A
Zelfstandig werkwoord
B
Hulpwerkwoord
C
Koppelwerkwoord
D
Zelfstandig naamwoord
Slide 6 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
De hond is heel VROLIJK en kwispelt met zijn staart.
A
Bijwoord
B
Bijvoeglijk naamwoord
C
Betrekkelijk voornaamwoord
D
Voorzetsel
Slide 7 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
De hond is HEEL vrolijk en kwispelt met zijn staart.
A
Bijwoord
B
Bijvoeglijk naamwoord
C
Betrekkelijk voornaamwoord
D
Voorzetsel
Slide 8 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
De hond is heel vrolijk en kwispelt met ZIJN staart.
A
Bezittelijk voornaamwoord
B
Bijvoeglijk naamwoord
C
Betrekkelijk voornaamwoord
D
Lidwoord
Slide 9 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
Het hondje is heel vrolijk EN kwispelt met zijn staart.
A
Nevenschikkend voegwoord
B
Onderschikkend voegwoord
Slide 10 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
Mijn hondje wil nooit naar huis komen, TENZIJ ik hem omkoop met snoepjes.
A
Nevenschikkend voegwoord
B
Onderschikkend voegwoord
Slide 11 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
De hond DIE daar loopt is heel vrolijk.
A
Persoonlijk voornaamwoord
B
Aanwijzend voornaamwoord
C
Betrekkelijk voornaamwoord
D
Betrekkelijk voornaamwoord m.i.a.
Slide 12 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
WIE niet van honden houdt is gek!
A
Persoonlijk voornaamwoord
B
Aanwijzend voornaamwoord
C
Betrekkelijk voornaamwoord
D
Betrekkelijk voornaamwoord m.i.a.
Slide 13 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
De hond is in het park MET die oudere dame.
A
Bezittelijk voornaamwoord
B
Voorzetsel
C
Aanwijzend voornaamwoord
D
Betrekkelijk voornaamwoord m.i.a.
Slide 14 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
DIE hond is lief zeg!
A
Vragend voornaamwoord
B
Onbepaald voornaamwoord
C
Aanwijzend voornaamwoord
D
Betrekkelijk voornaamwoord m.i.a.
Slide 15 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
IEDEREEN houdt toch van honden?
A
Vragend voornaamwoord
B
Onbepaald voornaamwoord
C
Aanwijzend voornaamwoord
D
Betrekkelijk voornaamwoord m.i.a.
Slide 16 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
WAT doet dat hondje hier eigenlijk?
A
Vragend voornaamwoord
B
Onbepaald voornaamwoord
C
Aanwijzend voornaamwoord
D
Betrekkelijk voornaamwoord m.i.a.
Slide 17 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
Mijn hond en mijn kat zijn dol op ELKAAR.
A
Wederkerig voornaamwoord
B
Wederkerend voornaamwoord
C
Onbepaald voornaamwoord
D
Bezittelijk voornaamwoord
Slide 18 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
Mijn kat likt ZICHZELF de hele dag.
A
Wederkerig voornaamwoord
B
Wederkerend voornaamwoord
C
Onbepaald voornaamwoord
D
Bezittelijk voornaamwoord
Slide 19 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
Ik heb DRIE honden.
A
Bepaald hoofdtelwoord
B
Onbepaald hoofdtelwoord
C
Bepaald rangtelwoord
D
Onbepaald rangtelwoord
Slide 20 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
Dit is mijn DERDE hond.
A
Bepaald hoofdtelwoord
B
Onbepaald hoofdtelwoord
C
Bepaald rangtelwoord
D
Onbepaald rangtelwoord
Slide 21 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
Ik heb eerder al WAT honden gehad.
A
Bepaald hoofdtelwoord
B
Onbepaald hoofdtelwoord
C
Bepaald rangtelwoord
D
Onbepaald rangtelwoord
Slide 22 - Quiz
Welke woordsoort is dit?
Mijn LAATSTE hond is mijn favoriet.
A
Bepaald hoofdtelwoord
B
Onbepaald hoofdtelwoord
C
Bepaald rangtelwoord
D
Onbepaald rangtelwoord
Slide 23 - Quiz
More lessons like this
A2 woordsoortenquiz
19 days ago
- Lesson with
23 slides
Gedrag - Sprintklas
September 2021
- Lesson with
21 slides
Dierverzorging
MBO
Studiejaar 1
Diergedrag - IBS Het Consult - Les 1
July 2022
- Lesson with
26 slides
Paraveterinair
MBO
Studiejaar 2
Plagiaat en AI-gebruik
February 2024
- Lesson with
20 slides
Mentorles
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
Plagiaat en AI-gebruik
February 2025
- Lesson with
22 slides
Mentorles
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
Plagiaat en AI-gebruik
February 2025
- Lesson with
22 slides
Mentorles
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
Herhaling grammatica 3A
May 2020
- Lesson with
23 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo g, t
Leerjaar 3
Plagiaat en AI-gebruik
February 2025
- Lesson with
22 slides
Mentorles
Middelbare school
havo
Leerjaar 4