waarden en normen 1ga en 1gb

DOELEN
Huiswerk: overhoren begrippen.
Hoe leer je voor de SO
Waarden en normen
1 / 22
next
Slide 1: Slide
LevensbeschouwingMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

DOELEN
Huiswerk: overhoren begrippen.
Hoe leer je voor de SO
Waarden en normen

Slide 1 - Slide

huiswerkopdrachten
bespreken opdracht 41

Slide 2 - Slide

Atheïsme
Een kijk op het leven waarbij mensen voorlopige antwoorden geven op levensvragen. 
Levensvraag
Een ervaring die je diep raakt. 
De geboorte van een kindje.
Waarom doe je altijd zo vervelend tegen die jongen uit 1b.
Bestaanservaring
Levensbeschouwing
Niet geloven in God
Vraag naar zin en betekenis

Slide 3 - Drag question

Hoe ga ik leren voor de SO?
Par. 3-4-6
Wat heb je geschreven in je schrift? 
Doorlezen, uit je hoofd leren. Kan door tekeningen-mindmap-gemaakte opdrachten magister. Laten overhoren. 
Begrippen achterin schrift: quizlet maken.

Slide 4 - Slide

Waarden en Normen
Wat is normaal?

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

DOELEN
Bespreken opdracht 14
Verdere uitleg van waarden en normen
Waarden en normen kunnen toepassen

Slide 8 - Slide

Kijk goed naar dit  plaatje. Hier volgen 2 vragen over. 

Slide 9 - Slide

Bedenk bij de foto die je net hebt gezien een levensvraag en een gewone vraag.

Slide 10 - Open question

Welke kernvraag past bij dit plaatje?
A
Wat is tijd?
B
Wat is natuur?
C
Hoe leven mensen met elkaar samen?
D
Wie is de mens?

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Schrijf in je schrift
Wat zijn waarden en normen  (kenmerken)
en waar komen ze vandaan.

Slide 16 - Slide

Noem zelf eens een 3 voorbeelden van waarden

Slide 17 - Open question

Norm 

niet liegen

Waarde

Eerlijkheid

Slide 18 - Slide

Beleefdheid
Netheid
Veiligheid
Stiptheid
Eerlijkheid
Je hangt je tas niet aan de stoel.
Je hangt de jas aan de kapstok.
Je laat een ander uitpraten.
Je kijkt niet af tijdens een toets.
Je bent op tijd in het klaslokaal.

Slide 19 - Drag question

Discipline
Vrijheid
Hygiëne
Gezondheid
Respect
Je ruimt je eigen spullen op in huis.
Je spreekt je ouders met "u" aan.
Je eet niet iedere dag patat.
Je loopt niet op schoenen door huis.
Je bepaalt zelf wat je kijkt op tv.

Slide 20 - Drag question

Kenmerken van waarden:
A
Het is een woord. Belangrijk voor veel mensen. Altijd positief. Het is een principe voor jou om je aan te houden.
B
Respect is jouw doel voor het leven.
C
Gedragsregel waar je op beoordeeld wordt.
D
Waarden zijn belangrijk voor de groep. Mensen moeten zich daar altijd aan houden. Iedereen heeft dezelfde waarden.

Slide 21 - Quiz

Normen zijn?
A
Gezondheid
B
Waarden
C
Alles in de maatschappij
D
gedragsregels waar je op beoordeeld wordt.

Slide 22 - Quiz