2.1: feesten en gewoontes

2.1: feesten en gewoontes
Aan het einde van de les ken je de Nederlandse feesten en gewoontes.
1 / 20
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

2.1: feesten en gewoontes
Aan het einde van de les ken je de Nederlandse feesten en gewoontes.

Slide 1 - Slide

Welke feesten worden er in Nederland gevierd?

Slide 2 - Mind map

Zelf lezen
Moeilijke woord? -> onderstreep!
timer
3:00

Slide 3 - Slide

moeilijke woorden?

Slide 4 - Mind map

Wij lezen het verhaal.
Samen. 

Slide 5 - Slide


Kerst

Slide 6 - Slide

de winter
In de winter is het koud buiten.

Na de winter komt de lente.

Slide 7 - Slide

meest(e)
  • het grootste aantal
  • veel - meer - meest(e)
  • Zin: Ik heb veel geld. (100 euro) Mijn collega heeft meer geld (1000 euro), maar de directeur heeft het meeste geld! (10.000 euro)

Slide 8 - Slide

het cadeau
  • iets wat je aan iemand geeft
  • krijg je als je jarig bent 
  • het cadeau - de cadeaus
  • zin: Ik krijg morgen een mooi cadeau.

Slide 9 - Slide

Pasen
Paas eieren eten

Slide 10 - Slide

Sinterklaas

Slide 11 - Slide

De koning
Op 27 april is koning Willem-Alexander jarig.

Wij vieren dan de verjaardag van de Koning.

Hij wordt 57 jaar oud. 

Slide 12 - Slide

De hele wereld

Slide 13 - Slide

Sneeuw
ijs
Verschil sneeuw en ijs

Slide 14 - Slide

de kerk
  • Een kerk is een gebouw waar mensen samen komen om te geloven.
  • de kerk - de kerken
  • zin: Op zondag ga ik naar de kerk.

Slide 15 - Slide

op 27 april vieren we de verjaardag van de koning.
A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quiz

In andere landen zijn veel mensen langer dan Nederlanders.
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quiz

... is in Maart of in April.

Slide 18 - Open question

Wanneer komt Sinterklaas naar Nederland?

Slide 19 - Open question

Wat heb je geleerd?

Slide 20 - Mind map