This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Wat is criminaliteit?
Slide 1 - Slide
Lesdoelen
1. Je kunt uitleggen wat criminaliteit is
2.Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen een overtreding en misdrijf.
3. Je kunt de risicofactoren voor crimineel gedrag benoemen
Slide 2 - Slide
Verschillende rechtsgebieden
- Burgerlijk recht: de aanpak van conflicten tussen mensen.
- Bestuursrecht: de aanpak voor conflicten met de overheid.
-Strafrecht: de aanpak van gedrag dat volgens de wet verboden is. Wetten gevonden in Wetboek van Strafrecht.
Slide 3 - Slide
Criminaliteit
Criminaliteit zijn alle dingen die volgens de wet verboden zijn. Wetten zijn regels van de overheid waar iedereen zich aan moet houden.
tijd- en plaatsgebonden
Slide 4 - Slide
Overtredingen
Overtredingen zijn strafbare feiten die minder erg zijn. Het gaat vaak om regels die als doel hebben om wanorde te voorkomen, bijvoorbeeld verkeersregels. Als je die overtreedt, is er sprake van een strafbaar feit. Voor de meeste overtredingen krijg je geen strafblad.
Slide 5 - Slide
Misdrijven
Misdrijven zijn ernstige strafbare feiten waar je een gevangenisstraf (bijvoorbeeld in het geval van moord) of een taakstraf (bijvoorbeeld in het geval van diefstal) voor krijgt. De straf wordt vaak door een rechter bepaald. Voor het plegen van een misdrijf krijg je ook een strafblad.
Slide 6 - Slide
Jan zit tijdens het fietsen op zijn telefoon.
A
Groen= misdrijf
B
Rood= overtreding
Slide 7 - Quiz
Tijdens het bezorgen van kranten, levert Emma een pakje met XTC erin.
A
Groen= misdrijf
B
Rood= overtreding
Slide 8 - Quiz
Na een avondje stappen loopt ruzie uit de hand, Daan heeft iemand in elkaar geslagen.
A
Groen= misdrijf
B
Rood= overtreding
Slide 9 - Quiz
Noah moet naar het toilet en hij kan het echt niet ophouden, hij besluit het in de bosjes te doen.
A
Groen= misdrijf
B
Rood= overtreding
Slide 10 - Quiz
Waarom gaan mensen de criminaliteit in?
Schrijf voor jezelf minstens 3 redenen op.
Als je klaar bent, bespreek ze dan met je buurman/vrouw.