Bij deze opdracht werk je samen met de leerling naast je.
In de afbeelding is een verzameling van acht dieren getekend.
• De leerling naast je neemt een van de dieren uit deze
afbeelding in gedachten.
• Jij probeert er door het stellen van 2 vragen achter te
komen welk dier het is.
Je mag alleen naar kenmerken vragen.
Je mag dus niet meteen vragen: ‘Is het soms de olifant?’
Op de vragen mag alleen met ja of nee worden geantwoord.
Als je 2 vragen hebt gesteld, moet je het juiste dier kunnen noemen. Dat lukt alleen als je naar de juiste kenmerken hebt gevraagd. Daarom moet je de verzameling dieren eerst in gedachten ordenen.
• Verwissel hierna van rol. Nu neem jij een dier in gedachten en stelt degene naast je de vragen.
In hoeveel keer heb je het antwoord geraden?