Quiz- Politiek- juridische dimensie

Burgerschap BBL
Burgerschap



Quiz politiek- juridische dimensie
1 / 28
next
Slide 1: Slide
BurgerschapMBOStudiejaar 1-3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Burgerschap BBL
Burgerschap



Quiz politiek- juridische dimensie

Slide 1 - Slide

Wat weten jullie nog?

Slide 2 - Slide

Waar gaat artikel 1 in de Grondwet over?
A
Gelijkheid
B
Vrijheid van meningsuiting
C
Vooroordelen
D
Stemrecht

Slide 3 - Quiz

Welke macht is verantwoordelijk voor het maken van wetten binnen de Trias Politica?
A
Uitvoerende macht
B
Rechtsprekende macht
C
Wetgevende macht
D
Handhavende macht

Slide 4 - Quiz

Noem één voorbeeld van een klassiek grondrecht en leg kort uit waarom dit belangrijk is.

Slide 5 - Open question

Voor welke 4 verkiezingen gaan wij naar de stembus?

Slide 6 - Open question

Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat rechten voor alle mensen gelden
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quiz

Wat is de functie van de rechtsprekende macht in de Trias Politica?
A
Het maken van nieuwe wetten.
B
Het controleren van de regering.
C
Het bestraffen van mensen die de wet overtreden.
D
Het uitvoeren van wetten.

Slide 8 - Quiz

Een democratie is een bestuursvorm waarbij....
A
Alleen de koning invloed kan uitoefenen op politieke beslissingen.
B
Alle burgers invloed kunnen uitoefenen op politieke beslissingen.
C
Eén persoon alle macht heeft.
D
De regering invloed kan uitoefenen op politieke beslissingen.

Slide 9 - Quiz

De tweede kamer bestaat uit
A
75+1 leden
B
75 leden
C
150 leden
D
12 leden

Slide 10 - Quiz

Mag de regering in Nederland wetten maken zonder goedkeuring van het parlement?
A
Ja
B
Nee

Slide 11 - Quiz

Zijn sociale grondrechten bedoeld om burgers actief te beschermen en te ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van werk en onderwijs?
A
Ja
B
Nee

Slide 12 - Quiz

De regering bestaat uit
A
Koning en ministers
B
Koning en minister president
C
Ministers en staatssecretarissen
D
Koning, ministers en staatssecretarissen

Slide 13 - Quiz

Wat is de belangrijkste taak van een rechter in Nederland?
A
Wetten maken.
B
Onafhankelijk recht spreken.
C
Wetten uitvoeren.
D
Politieke beslissingen nemen.

Slide 14 - Quiz

Noem politieke partijen die nu de meeste zetels hebben in de tweede kamer.

Slide 15 - Open question

In Nederland kun je drie soorten straf krijgen. Welke hoort er niet bij?
A
Geldboete
B
Taakstraf
C
Onder toezichtstelling (OTS)
D
Celstraf

Slide 16 - Quiz

Tussen wie gaat een strafrechtzaak
A
Verdachte - Rechter
B
Rechter - officier van Justitie
C
Officier van Justitie - Verdachte
D
Rechter - Politie

Slide 17 - Quiz

Wie zorg voor gezondheidszorg, onderwijs en genoeg leefgeld voor de Nederlandse burger?
A
Burgers
B
Ziekenhuizen
C
Gemeente
D
Overheid

Slide 18 - Quiz

Wat is het verschil tussen een overtreding en een misdrijf?
A
Overtredingen zijn erger dan misdrijven.
B
Misdrijven zijn ernstiger en worden zwaarder bestraft.
C
Overtredingen en misdrijven zijn precies hetzelfde.
D
Misdrijven worden alleen bestraft bij een klacht.

Slide 19 - Quiz


De overheid moet zich net als burgers "gewoon" aan de wet houden: dit noemen we?
A
Democratie
B
Objectiviteit
C
Rechtsstaat
D
Socialisme

Slide 20 - Quiz

Wat is de troonrede?
A
Een toespraak van de koning waarin hij zijn mening over de politiek geeft.
B
Een toespraak van de koning waarin hij namens de regering de plannen voor het komende jaar presenteert.
C
Een debat tussen politici over de begroting.
D
Een document waarin de uitgaven van het koningshuis staan vermeld.

Slide 21 - Quiz

Wat staat er in de miljoenennota?
A
Een overzicht van alle uitgaven en inkomsten van de regering voor het komende jaar.
B
De persoonlijke mening van de minister van Financiën over de economie.
C
Een document waarin alleen de kosten van het koningshuis staan vermeld.
D
Een rapport van de Algemene Rekenkamer over de uitgaven van de afgelopen jaren.

Slide 22 - Quiz

Tijdens de Algemene Beschouwingen mogen alleen ministers spreken
A
Ja
B
Nee

Slide 23 - Quiz

Hoe vaak worden de verkiezingen voor de Tweede Kamer gehouden?
A
2 jaar
B
4 jaar
C
5 jaar
D
6 jaar

Slide 24 - Quiz

Een politieke partij heeft een meerderheid in de Tweede Kamer als zij 76 zetels of meer heeft.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 25 - Quiz

Een coalitie is een samenwerking tussen meerdere partijen om samen te kunnen regeren.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 26 - Quiz

Wat gebeurt er als geen enkele partij een meerderheid haalt in de Tweede Kamer?

Slide 27 - Open question

Evaluatie met snoephartjes
Rood: Wat heb je vandaag geleerd dat je nog niet wist?
Geel: Wat vond je het leukst aan deze les?
Oranje: Wie geef je een compliment? 
Roze: Waar wil je meer over leren?
Wit: Hoe vond je je eigen inzet?
Blauw:  Beschrijf de ideale docent voor jou
Groen: Kies een eigen vraag

Slide 28 - Slide