What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
werkwoorden1
Werkwoorden
Vul het juiste werkwoord in!
1 / 33
next
Slide 1:
Slide
NT2
ISK
This lesson contains
33 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Werkwoorden
Vul het juiste werkwoord in!
Slide 1 - Slide
Aan het eind van deze les kun je
De juiste werkwoordsvorm in de tegenwoordige en verleden tijd kiezen.
Jezelf voorstellen met hebben en zijn
Een dagboekfragment en reisblog lezen en schrijven met de juiste werkwoorden
Slide 2 - Slide
Aan het eind van deze les kun je
Team 1 kan zichzelf voor
Slide 3 - Slide
Hij schrijf een boek
timer
1:00
A
goed
B
fout
Slide 4 - Quiz
Hij ..... een brief.
timer
1:00
A
schrijf
B
schrijft
C
schrijvt
D
schrijven
Slide 5 - Quiz
Hij .... naar Amsterdam
met de trein.
timer
1:00
A
reist
B
reizt
C
reis
D
reizen
Slide 6 - Quiz
Hij ...... een boek aan
de docent.(geven)
timer
1:00
Slide 7 - Open question
De docent .... een
lekkere pizza. (kiezen)
timer
1:00
Slide 8 - Open question
Ik ... vandaag naar school.
timer
1:00
A
loop
B
loopt
C
lopen
D
loopen
Slide 9 - Quiz
Wij ... in Wageningen
timer
1:00
A
woon
B
woont
C
wonen
D
woonen
Slide 10 - Quiz
De man ... het paspoort
uit zijn tas.
timer
1:00
A
pak
B
pakt
C
pakken
D
pakkt
Slide 11 - Quiz
Wij ... met de fiets
naar school.
timer
1:00
A
ga
B
gaat
C
gaan
Slide 12 - Quiz
Hij ... op het bed.
timer
1:00
A
lig
B
ligt
C
liggen
Slide 13 - Quiz
Mijn neef en mijn nicht ...
in Utrecht.
timer
1:00
A
woon
B
woont
C
wonen
D
wont
Slide 14 - Quiz
De studenten ... vanmorgen
de toets.
timer
1:00
A
maak
B
maakt
C
maken
Slide 15 - Quiz
Waarom ... jullie
hier vandaag?
timer
1:00
A
ben
B
bent
C
is
D
zijn
Slide 16 - Quiz
Jij ... vijf broers.
timer
1:00
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben
Slide 17 - Quiz
Hoeveel broers ... jij?
timer
1:00
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben
Slide 18 - Quiz
Hoeveel broers ... je tante?
timer
1:00
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben
Slide 19 - Quiz
Even en Mohamed ...
naar de Albert Heijn.
timer
1:00
A
ga
B
gaat
C
gaan
Slide 20 - Quiz
De jongens ...
vandaag samen.
timer
1:00
A
voetbal
B
voetbalt
C
voetballen
Slide 21 - Quiz
Mijn buurman ... elke dag
3 kilometer.
timer
1:00
A
zwem
B
zwemt
C
zwemmen
Slide 22 - Quiz
Mijn buurman ... elke dag
op de sportschoool.
timer
1:00
A
fitnes
B
fitnest
C
fitnessen
Slide 23 - Quiz
De docent ... aardig.
timer
1:00
A
ben
B
bent
C
is
D
zijn
Slide 24 - Quiz
Waar ... jij? Ik woon
in Wageningen.
timer
1:00
A
woon
B
woont
C
wonen
D
wont
Slide 25 - Quiz
Ik wil ...., want ik ben moe.
timer
1:00
A
eten
B
lopen
C
slapen
D
denken
Slide 26 - Quiz
De boot ..... naar Spanje.
(varen)
timer
1:00
Slide 27 - Open question
Je ... niet goed naar mij.
(luisteren)
timer
1:00
Slide 28 - Open question
Mijn oma ... zes kinderen.
(hebben)
timer
1:00
Slide 29 - Open question
U .... elke dag naar Amsterdam met de trein.
(reizen)
Slide 30 - Open question
Ik ... me heel erg in de klas!
(vervelen)
Slide 31 - Open question
Opdracht
Team 2
Maak opdracht 5, p. 74 en 75
Maak de vragen bij dagboekfragment op p. 76
Vul het reisblog in op p. 78
Slide 32 - Slide
Opdracht
Team 1 (Hebben en Zijn)
Maak de opdrachten uit de hand-outs
Beschrijf daarna wie je bent en wat je hebt
Slide 33 - Slide
More lessons like this
werkwoorden1
2 days ago
- Lesson with
37 slides
NT2
ISK
werkwoorden1
25 days ago
- Lesson with
30 slides
NT2
ISK
werkwoorden1
May 2024
- Lesson with
29 slides
NT2
ISK
werkwoorden1
November 2024
- Lesson with
30 slides
NT2
ISK
werkwoorden1
May 2024
- Lesson with
15 slides
NT2
ISK
werkwoorden1
May 2024
- Lesson with
15 slides
NT2
ISK
werkwoorden1
May 2024
- Lesson with
15 slides
NT2
ISK
werkwoorden1
May 2024
- Lesson with
15 slides
NT2
ISK