This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 10 min
Items in this lesson
Ontdek de pracht van de herfst!
Slide 1 - Slide
This item has no instructions
Leerdoel: Aan het einde van de les...
kunnen de leerlingen meer vertellen over de herfst.
Slide 2 - Slide
Leg aan het begin van de les het leerdoel uit aan de leerlingen.
Wat weten jullie al over de herfst?
Slide 3 - Mind map
This item has no instructions
Wat is de herfst?
De herfst is een van de vier seizoenen. Het begint meestal in september en eindigt in december.
Slide 4 - Slide
Beschrijf kort wat de herfst inhoudt en welke periode het beslaat.
Welk seizoen komt na de zomer?
A
Winter
B
Lente
C
Zomer
D
Herfst
Slide 5 - Quiz
This item has no instructions
Wanneer begint de herfst?
A
Op 1 november
B
Op 1 oktober
C
Op 1 december
D
Op 21 september
Slide 6 - Quiz
This item has no instructions
Welk seizoen komt na de winter?
A
Zomer
B
Winter
C
Herfst
D
Lente
Slide 7 - Quiz
This item has no instructions
Wat is het seizoen na de herfst?
A
Winter
B
Lente
C
Zomer
D
Herfst
Slide 8 - Quiz
This item has no instructions
Kenmerken van de herfst
Tijdens de herfst veranderen de bladeren aan de bomen van kleur en vallen ze uiteindelijk op de grond.
Slide 9 - Slide
Beschrijf enkele kenmerken van de herfst, zoals het veranderen van bladkleuren en het vallen van bladeren.
Heb je liever warme of koude seizoenen?
Ik hou van warme seizoenen.
Koude seizoenen zijn mijn voorkeur.
Ik kan niet kiezen, beide zijn goed.
Het maakt me niet uit.
Slide 10 - Poll
This item has no instructions
Wat is jouw favoriete seizoen?
Ik hou van de zomer!
Herfst is het mooiste seizoen.
Ik hou van de winter!
Lente is mijn favoriet.
Slide 11 - Poll
This item has no instructions
Dieren in de herfst
Sommige dieren bereiden zich voor op de winter door voedsel te verzamelen of een winterslaap te houden.
Slide 12 - Slide
Beschrijf hoe dieren zich aanpassen aan de herfst en zich voorbereiden op de winter.
Herfstactiviteiten
In de herfst kun je genieten van activiteiten zoals wandelen in het bos, appels plukken en pompoenen uithollen.
Slide 13 - Slide
Geef voorbeelden van leuke herfstactiviteiten die de leerlingen kunnen doen.
Herfstweer
Het weer kan in de herfst erg veranderlijk zijn, met regen, wind en soms zelfs al wat kouder.
Slide 14 - Slide
Beschrijf het typische weer dat bij de herfst hoort en benoem de veranderingen ten opzichte van de zomer.
Herfstfeesten
In de herfst worden verschillende feesten gevierd, zoals Halloween en Sint-Maarten.
Slide 15 - Slide
Benadruk enkele herfstfeesten die in de cultuur voorkomen en leg kort uit wat deze feesten inhouden.
Terugkoppeling
Wat hebben jullie geleerd over de herfst? Vertel kort iets wat je interessant vond.
Slide 16 - Slide
Laat de leerlingen kort vertellen wat ze hebben geleerd en wat ze interessant vonden aan de les.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Slide 17 - Open question
De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Slide 18 - Open question
De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.
Slide 19 - Open question
De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.