2.3: Nieuws Rutger 2025

Publieke & commerciële omroepen
(5.2)
1 / 21
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

This lesson contains 21 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Publieke & commerciële omroepen
(5.2)

Slide 1 - Slide

H2 Media
paragraaf 3: Nieuws

Slide 2 - Slide

2.3 nieuws
Leerdoelen: 
  • Je kent de 6 vragen die een journalist gebruikt om te bepalen wat er in de krant, op het journaal of op een nieuwssite komt.
  • Je kent en begrijpt de volgende begrippen: persvrijheid, vrijheid van meningsuiting, censuur, objectief - subjectief, hoor- en wederhoor, nieuwsbron

Slide 3 - Slide

Nieuwswaarde
Wanneer is iets nieuws? 

Slide 4 - Slide

De 6 vragen van een journalist
Om te bepalen welk nieuws ze wel en niet brengen, stellen journalisten zichzelf 6 vragen: Is/gaat de gebeurtenis....
  1. ...actueel? --> pas gebeurd, dus geen oud nieuws.
  2. ...dichtbij of veraf? --> Nederland of bv. Honduras.
  3. ...bijzonder? --> gebeurt het vaker of nooit.
  4. ...belangrijk voor de samenleving? --> buren of regering
  5. ...interessant voor de doelgroep? --> willen onze kijkers/lezers dit zien? 
  6. ...over belangrijke/bekende mensen? --> trekt meer lezers. 

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Vrijheid van meningsuiting
Journalisten zijn onafhankelijk en hebben persvrijheid (= de vrijheid van journalisten om ongehinderd berichten te kunnen publiceren). 

Persvrijheid is onderdeel van vrijheid van meningsuiting(= iedereen mag een mening geven zonder toestemming van de overheid).
PERS

Slide 8 - Slide

Niet in de hele wereld...
In sommige landen is het voor journalisten moeilijk om hun werk te doen. 

Zij hebben te maken met censuur = De overheid bepaalt wat je wel en niet mag zeggen en schrijven. Je moet dan dus expres informatie weglaten of veranderen.


Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Hoe komen journalisten aan al die berichten? 
  • Zoeken zelf naar nieuws; interviews, tips... 
  • Via personen of organisaties; kamerleden..
  • Persbureaus: bedrijven waar journalisten nieuws uit binnen- en buitenland verzamelen. 

Slide 12 - Slide

Journalisten moeten ervoor zorgen dat het nieuws dat zij delen, ook klopt. 
  • Bronnen checken: waar komt de informatie vandaan? 
  • Feiten of meningen: objectieve verhalen! Niet subjectief
  • Hoor en wederhoor: alle kanten van het verhaal uitzoeken. 

Slide 13 - Slide

Toch staan er soms berichten op internet die niet helemaal kloppen, dan is er sprake van nepnieuws: verzonnen informatie die verspreid wordt om mensen te beïnvloeden of om geld te verdienen. 

Slide 14 - Slide

Nepnieuws



https://www.youtube.com/watch?v=6dp3Ame80jA

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Tegenwoordig wordt het steeds moeilijker om nieuws te controleren op waarheden / feiten. Dit komt door de nieuwere technologe, zoals deepfakes!

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Maken:

H2.2 Maken: 8 t/m 11 

Klaar? Begin met:
H.2.3 ''Nieuws"
  • Lesboek: pagina 74 + 75
  • Werkboek: pagina 88, 89, 90.

  • Maken: 2 + 4 t/m 11.

Slide 19 - Slide

Maken:
H.5.3 ''Nieuws"
  • Lesboek: pagina 74 + 75
  • Werkboek: pagina 88, 89, 90.

  • Maken: 2 + 4 t/m 11.

Slide 20 - Slide

www.slechtnieuws.nl

Slide 21 - Slide