Y = de optelsom van de productiewaarde van een land in een bepaalde periode
W = het nationaal inkomen, de optelsom van het arbeidinkomen (loon) en het kapitaalinkomen (pacht, huur, rente en winst).
De gezinnen betalen over hun inkomen belasting (b), consumeren een deel van het inkomen (c) en zullen een deel sparen (s)
Y = C + B + S
Het gespaarde geld kan worden gebruikt voor beleggingen, maar kan ook op de spaarrekening worden gezet. De banken lenen dit dan weer uit aan andere gezinnen, bedrijven of overheid.