Introductieles economische modellen

Economische modellen
In de geschiedenis zijn verschillende denkwijzen over het economisch handelen gepasseerd.
1 / 11
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 11 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Economische modellen
In de geschiedenis zijn verschillende denkwijzen over het economisch handelen gepasseerd.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Startopdracht
Situatie:
Stel je voor: er is een economische crisis. Winkels gaan failliet, mensen verliezen hun baan en de overheid moet beslissen wat te doen. Moet de overheid ingrijpen en meer geld uitgeven? Of is het beter om te bezuinigen en te wachten tot de economie vanzelf herstelt?

Opdracht:
Individueel: Neem 5 minuten om na te denken over de volgende vraag en schrijf kort je antwoord op: Stel dat jij minister van Financiën bent tijdens een crisis. Wat zou jij doen om de economie te helpen herstellen?
In duo’s: Bespreek je antwoorden met een klasgenoot. Waar zijn jullie het over eens? Waar verschillen jullie van mening?

Slide 3 - Slide

Klassieken versus Keynes
Hoe denken de klassieken over loon en werkloosheid en hoe denkt Keynes hierover?

Slide 4 - Slide

de klassieken
Flexibel loon: De klassieken geloven dat lonen zich vanzelf aanpassen aan veranderingen in vraag en aanbod.

Arbeidsmarkt werkt als elke andere markt: Als er werkloosheid is, zullen lonen dalen, waardoor bedrijven meer mensen aannemen en de werkloosheid vanzelf verdwijnt.

Geen overheidsingrijpen nodig: De markt corrigeert zichzelf; als lonen te hoog zijn, daalt de werkgelegenheid, en als lonen te laag zijn, stijgt de vraag naar arbeid.

Werkloosheid is volgens de klassieken een tijdelijk probleem dat zichzelf oplost als lonen dalen.

Slide 5 - Slide

Keynes
Lonen zijn niet zo flexibel: Keynes zag dat lonen in de praktijk niet zomaar dalen, omdat werknemers en vakbonden zich verzetten tegen loonverlagingen.

Dalende lonen verergeren de crisis: Als lonen dalen, verdienen mensen minder en geven ze minder uit → dit verlaagt de vraag naar producten → bedrijven verkopen minder → nog meer ontslagen → vicieuze cirkel.

Overheid moet ingrijpen: Keynes pleitte voor overheidsinvesteringen om werkgelegenheid en koopkracht te stimuleren in plaats van te wachten tot lonen dalen.
Conclusie: Keynes geloofde dat de overheid moest ingrijpen om de economie te stabiliseren, omdat lonen zich niet vanzelf aanpassen en lagere lonen de crisis juist kunnen verergeren.

Slide 6 - Slide

Keynes
Keynes kijkt veel meer naar de vraagzijde van de economie.

Binnen de economie kennen we verschillende sectoren:
- de gezinnen (onderdeel van particuliere sector)
- de bedrijven (onderdeel van de particuliere sector)
- de overheid (de collectieve sector)
- het buitenland

Slide 7 - Slide

Gesloten model
Het model zonder buitenland

Slide 8 - Slide

Y = W
Y = de optelsom van de productiewaarde van een land in een bepaalde periode
W = het nationaal inkomen, de optelsom van het arbeidinkomen (loon) en het kapitaalinkomen (pacht, huur, rente en winst).

De gezinnen betalen over hun inkomen belasting (b), consumeren een deel van het inkomen (c) en zullen een deel sparen (s)
Y = C + B + S
Het gespaarde geld kan worden gebruikt voor beleggingen, maar kan ook op de spaarrekening worden gezet. De banken lenen dit dan weer uit aan andere gezinnen, bedrijven of overheid.

Slide 9 - Slide

Investeringen
De besparingen (S) kunnen door bedrijven worden gebruikt ter financiering van hun investeringen (het aanschaffen van kapitaalgoederen).
Capaciteitseffect: De toename van de potentiele productie.
Bestedingseffect: Als bedrijven investeren dan kopen ze kapitaalgoederen die moeten worden geproduceerd, dit zorgt voor meer productie en dus weer meer inkomen.

Slide 10 - Slide

Maken
opdracht 1.3 en 1.4

Slide 11 - Slide