25. März 2025 / Kapitel 5 / Hören und Grammatik

Lernziel

- Je kunt de sterke werkwoorden met a en e in  de stam toepassen




Programm

- oefening naamvallen 
- die Nachrichten
- herhaling bezittelijke voornaamwoorden.
- sterke werkwoorden met een a in de stam: ppt maken.

1 / 16
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 16 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Lernziel

- Je kunt de sterke werkwoorden met a en e in  de stam toepassen




Programm

- oefening naamvallen 
- die Nachrichten
- herhaling bezittelijke voornaamwoorden.
- sterke werkwoorden met een a in de stam: ppt maken.

Slide 1 - Slide

die Hausaufgaben 

Gelernt zu Kapitel 5
- Lernübersicht N-D
- Lernübersicht D-N
- de bezittelijke voornaamwoorden N-D en D-N op pagina 154




























Gemacht zu Kapitel 5

- Lies die Theorie zu Grammatik E Teil A  
- die Aufgaben 26 und 27 zu E Grammatik


Slide 2 - Slide

Lernziel

- Je noteert voor jezelf een leerdoel bij luistervaardigheid: Wat ga jij deze les oefenen als het om luistervaardigheid gaat?




Bijvoorbeeld:
- notities maken
- terug luisteren
- ter voorbereiding signaalwoorden opzoeken
- op woorden letten die op het Nederlands lijken 
- de vragen goed lezen en begrijpen
- enz.

Slide 3 - Slide

mijn
zijn
jouw
ons
haar
jullie
hun
uw
dein-
mein-
euer-
sein-
ihr-
Ihr-
ihr-
unser-

Slide 4 - Drag question

Aufgabe
Ergänze die richtige Form.
Benutze 'het stappenplan' und 'het naamvallenschema'.
Arbeite zu zweit.

(Mijn) .............. Vater hat gestern (de) .................. Lehrer angerufen.


timer
2:00

Slide 5 - Slide

Mein Vater hat gestern den Lehrer angerufen.

Mein Vater = Nominativ
der Lehrer is Akkusativ: der wordt den

Slide 6 - Slide

                  Stappenplan naamvallenschema
                                                                    
                            Ja               naamval             pers. vnw
Voorzetsel                                                                                                 Dergr
                              Nee            ontleden            zelfst. nw: geslacht:
                                                                                                                      Eingr


Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Aufgabe: Hören
Thema: kleine Münzen abschaffen.

Aufgabe: 
1 Lies den Text, schlage schwierige Wörter nach
2 Worüber geht das Video?

Überlege zu zweit

Manche finden sie meeeega nervig, andere füttern gerne ihr Sparschwein damit: 1- und 2-Cent-Münzen. Immer wieder wird diskutiert, sie abzuschaffen. Was steckt dahinter?

Weg mit den kleinen Münzen oder besser alles so lassen, wie es ist? Was macht ihr mit eurem ganzen Kleingeld? Sparschwein, Ausgeben, Spenden?


timer
2:00

Slide 9 - Slide

Während des Hörens
Übernehme die Fragen in deinem Heft
1 Wat is een spaarvarken in het Duits?
2 Wat wordt met de kleine muntjes gedaan?
3 Kleine munten kosten meer/minder dan ze waard zijn.
4 Noem twee argumenten voor of tegen afschaffing van de muntjes

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Link

Während des Hörens
1 Wat is een spaarvarken in het Duits?
2 Wat wordt met de kleine muntjes gedaan?
3 Kleine munten kosten meer/minder dan ze waard zijn.
4 Noem twee argumenten voor of tegen afschaffing van de muntjes

Überlege kurz zu zweit
timer
1:00

Slide 12 - Slide

Sterke werkwoorden met een a en e in de stam
Aufgabe:
Maak een korte ppt over het Duitse sterke werkwoord met een a en een e in de stam.
Leg uit wat er bijzonder aan is en geef voorbeelden.
Leg ook uit wat het verschil is tussen een zwak en een sterk werkwoord.
Sluit af met een quizje.
Ergebnis: de komende lessen worden enkele ppts in de les besproken
timer
15:00

Slide 13 - Slide

Selbständig arbeiten. Wähle aus:


1 Hausaufgaben zu Kapitel 5 machen:
- Mache die Aufgaben 39 und 40 zu G Schreiben

2 Wähle aus Teilen A oder C die Hörfragmente und mache die Aufgaben dazu (K 1-6)





3 Ga naar: 
https://oscarromerotalen.nl/Duits/Oefeningen/Grammatica.htm en maak de opdrachten 
1-3
1-4
1-5
1-16
1-18

 





Slide 14 - Slide

Lernziel
- Je kunt de sterke werkwoorden met a en e in de stam toepassen:

Du (fahren) .............
Er (lesen) ............ ein Buch.
timer
0:30

Slide 15 - Slide

die Hausaufgaben 

Gelernt zu Kapitel 5
- Lernübersicht N-D
- Lernübersicht D-N
- de bezittelijke voornaamwoorden N-D en D-N op pagina 154




























Gemacht zu Kapitel 5

- Lies die Theorie zu Grammatik E Teil B  
- die Aufgaben 39 und 40 zu G Schreiben

Bitte Ohrstöpsel mitnehmen

Slide 16 - Slide