- Je kunt de sterke werkwoorden met a en e in de stam toepassen
Programm
- oefening naamvallen
- die Nachrichten
- herhaling bezittelijke voornaamwoorden.
- sterke werkwoorden met een a in de stam: ppt maken.
1 / 16
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3
This lesson contains 16 slides, with interactive quiz and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Lernziel
- Je kunt de sterke werkwoorden met a en e in de stam toepassen
Programm
- oefening naamvallen
- die Nachrichten
- herhaling bezittelijke voornaamwoorden.
- sterke werkwoorden met een a in de stam: ppt maken.
Slide 1 - Slide
die Hausaufgaben
Gelernt zu Kapitel 5
- Lernübersicht N-D
- Lernübersicht D-N
- de bezittelijke voornaamwoorden N-D en D-N op pagina 154
Gemacht zu Kapitel 5
- Lies die Theorie zu Grammatik E Teil A
- die Aufgaben 26 und 27 zu E Grammatik
Slide 2 - Slide
Lernziel
- Je noteert voor jezelf een leerdoel bij luistervaardigheid: Wat ga jij deze les oefenen als het om luistervaardigheid gaat?
Bijvoorbeeld:
- notities maken
- terug luisteren
- ter voorbereiding signaalwoorden opzoeken
- op woorden letten die op het Nederlands lijken
- de vragen goed lezen en begrijpen
- enz.
Slide 3 - Slide
mijn
zijn
jouw
ons
haar
jullie
hun
uw
dein-
mein-
euer-
sein-
ihr-
Ihr-
ihr-
unser-
Slide 4 - Drag question
Aufgabe
Ergänze die richtige Form.
Benutze 'het stappenplan' und 'het naamvallenschema'.
Arbeite zu zweit.
(Mijn) .............. Vater hat gestern (de) .................. Lehrer angerufen.
timer
2:00
Slide 5 - Slide
Mein Vater hat gestern den Lehrer angerufen.
Mein Vater = Nominativ
der Lehrer is Akkusativ: der wordt den
Slide 6 - Slide
Stappenplan naamvallenschema
Ja naamval pers. vnw
Voorzetsel Dergr
Nee ontleden zelfst. nw: geslacht:
Eingr
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
Aufgabe: Hören
Thema: kleine Münzen abschaffen.
Aufgabe:
1 Lies den Text, schlage schwierige Wörter nach
2 Worüber geht das Video?
Überlege zu zweit
Manche finden sie meeeega nervig, andere füttern gerne ihr Sparschwein damit: 1- und 2-Cent-Münzen. Immer wieder wird diskutiert, sie abzuschaffen. Was steckt dahinter?
Weg mit den kleinen Münzen oder besser alles so lassen, wie es ist? Was macht ihr mit eurem ganzen Kleingeld? Sparschwein, Ausgeben, Spenden?
timer
2:00
Slide 9 - Slide
Während des Hörens
Übernehme die Fragen in deinem Heft
1 Wat is een spaarvarken in het Duits?
2 Wat wordt met de kleine muntjes gedaan?
3 Kleine munten kosten meer/minder dan ze waard zijn.
4 Noem twee argumenten voor of tegen afschaffing van de muntjes
Slide 10 - Slide
www.zdf.de
Slide 11 - Link
Während des Hörens
1 Wat is een spaarvarken in het Duits?
2 Wat wordt met de kleine muntjes gedaan?
3 Kleine munten kosten meer/minder dan ze waard zijn.
4 Noem twee argumenten voor of tegen afschaffing van de muntjes
Überlege kurz zu zweit
timer
1:00
Slide 12 - Slide
Sterke werkwoorden met een a en e in de stam
Aufgabe:
Maak een korte ppt over het Duitse sterke werkwoord met een a en een e in de stam.
Leg uit wat er bijzonder aan is en geef voorbeelden.
Leg ook uit wat het verschil is tussen een zwak en een sterk werkwoord.
Sluit af met een quizje.
Ergebnis: de komende lessen worden enkele ppts in de les besproken
timer
15:00
Slide 13 - Slide
Selbständig arbeiten. Wähle aus:
1 Hausaufgaben zu Kapitel 5 machen:
- Mache die Aufgaben 39 und 40 zu G Schreiben
2 Wähle aus Teilen A oder C die Hörfragmente und mache die Aufgaben dazu (K 1-6)
3 Ga naar:
https://oscarromerotalen.nl/Duits/Oefeningen/Grammatica.htm en maak de opdrachten
1-3
1-4
1-5
1-16
1-18
Slide 14 - Slide
Lernziel
- Je kunt de sterke werkwoorden met a en e in de stam toepassen:
Du (fahren) .............
Er (lesen) ............ ein Buch.
timer
0:30
Slide 15 - Slide
die Hausaufgaben
Gelernt zu Kapitel 5
- Lernübersicht N-D
- Lernübersicht D-N
- de bezittelijke voornaamwoorden N-D en D-N op pagina 154