Vanaf eind december 1941 verschenen in heel Nederland de beruchte borden en plakkaten met het opschrift ‘Verboden voor Joden’. De burgemeester moest opgeven hoeveel openbare gelegenheden zich in de woonplaats bevonden, de bezetter zorgde vervolgens voor voldoende borden. Ze moesten per direct worden geplaatst bij alle parken, dierentuinen, cafés, restaurants, hotels, bioscopen, sportinrichtingen, concerten, openbare bibliotheken, musea, enz.