Les 2 zinsdelen §1 en §3 ow les 1

Lesplanning

* stillezen in je leesboek
* terugblik vorige les
* oefentoets §1 maken
* nulmeting maken
* oefeningen



Lesdoel

Aan het eind van de 
les kan/weet ik:
* het onderwerp van een zin vinden en benoemen.

timer
10:00
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Lesplanning

* stillezen in je leesboek
* terugblik vorige les
* oefentoets §1 maken
* nulmeting maken
* oefeningen



Lesdoel

Aan het eind van de 
les kan/weet ik:
* het onderwerp van een zin vinden en benoemen.

timer
10:00

Slide 1 - Slide

Terugblik

Slide 2 - Slide

Schrijf op!
Schrijf onderstaande zinnen over, zet streepjes tussen de zinsdelen bij de volgende zinnen en noteer de pv.

1. Het belangrijkste tekstdoel van een roman is amuseren.
2. De woorden staan onderstreept in de tekst.
3. Als eerste punt noemde hij het menselijk
spraakvermogen.
timer
1:00

Slide 3 - Slide

Antwoorden
1. Het belangrijkste tekstdoel van een roman | is | amuseren. pv = is
2. De woorden | staan | onderstreept | in de tekst.
pv = staan
3. Als eerste punt | noemde | hij | het menselijk
spraakvermogen. pv = noemde

Slide 4 - Slide

Oefentoets §1
Pak je laptop

Slide 5 - Slide

ZELFSTANDIG WERKEN
Wat:
Maak de oefentoets C5 §1
Hoe:
Nieuw Nederlands online
Op je laptop
Hulp:
Theorie uit je boek of je aantekeningen
Tijd:
10 minuten

Klaar:
Start de nulmeting
Gosocrative / lokaal MEIJERCOMENIUS
Naam klas
timer
15:00

Slide 6 - Slide

Nulmeting onderwerp

Slide 7 - Slide

Nulmeting
Maak nu de nulmeting op 

gosocrative.com
roomname (of lokaalnaam): MEIJERCOMENIUS
naam: je klas <voor- en achternaam>


timer
10:00

Slide 8 - Slide

ZELFSTANDIG WERKEN
Wat:
Noteer je score van de nulmeting en bepaal op basis daarvan welke keuzeopdrachten je gaat maken.
<70% luister naar de klassikale uitleg.
Hoe:
In je lesboek / schrift
Tijdens klassikale uitleg ben je stil.
Hulp:
Theorie uit je boek of je aantekeningen
Tijd:
20 minuten
Klaar:
Kijk jouw opdracht na en noteer je resultaat.
timer
15:00

Slide 9 - Slide

Klassikale uitleg

Slide 10 - Slide

Het onderwerp (ow)
  • geeft aan wie of wat iets doet in de zin.
  • is een mens, dier, ding, plant of eigennaam of het verwijst naar een mens, dier, ding, plant of eigennaam.
  • heeft altijd hetzelfde getal als de persoonsvorm. Ze staan dus allebei in het enkelvoud OF allebei in het meervoud.
  • begint nooit met een voorzetsel.

Slide 11 - Slide

Het onderwerp (ow) vinden, hoe doe je dat?
1. Verander de persoonsvorm van getal. (van enkelvoud maak je dus meervoud of andersom)
Het woord dat mee moet veranderen, is het onderwerp.

2. Stel de vraag wie of wat + persoonsvorm?
Het antwoord op deze vraag is het onderwerp.


Slide 12 - Slide

ZELFSTANDIG WERKEN
Wat:
Noteer je score van de nulmeting en bepaal op basis daarvan welke keuzeopdrachten je gaat maken.
<70% luister naar de klassikale uitleg.
Hoe:
In je lesboek / schrift
Tijdens klassikale uitleg ben je stil.
Hulp:
Theorie uit je boek of je aantekeningen
Tijd:
20 minuten
Klaar:
Kijk jouw opdracht na en noteer je resultaat.
timer
15:00

Slide 13 - Slide

Mijn score bij de nulmeting was ... en ik heb keuzeopdracht ... gemaakt.

Slide 14 - Open question

Wat heb je deze les geleerd?

Slide 15 - Open question

Ik kan het onderwerp van een zin vinden.
0 = echt (nog) niet / 10 = absoluut wel
010

Slide 16 - Poll

Hoe vind je zelf dat je gewerkt hebt?
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll