strategien en vraag soorten info

Leesvaardigheid
Ik spreek Cito

1 / 19
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4,5

This lesson contains 19 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Leesvaardigheid
Ik spreek Cito

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

STAPPENPLAN BEWERINGSVRAGEN.
Herken eerst deze vraag: de antwoorden hebben nummers ,.....
1. Lees eerst de antwoorden en streep je zoekterm aan (een woord per bewering):
Namen ( eigennamen, bedrijven, merken)
Plaatsen ( landen, steden ...)
 Hoeveelheden ( de meerderheid, een kleine groep) tijdsaanduidingen (vandaag de dag, in het begin) -
 "Internationale" woorden ( discriminatie, autoriteit, informatica)
Heb je geen van de bovenstaande drie punten, dan zoek je op het woord dat JIJ herkent.
2. Let op: bij signaalwoorden staan antwoorden!
3. Kom je er echt niet meer uit ? Slim gokken:
- Staan er woorden in de bewering die antwoorden fout maken?
 - Past het in de grote lijn?

Slide 13 - Slide

Deze week: 
HAVO examen 2013 maken
oefenen en gebruik maken van strategieën om tot het goede antwoord te komen

Slide 14 - Slide

Per text/vraag
  1. wat weet ik al van het onderwerp? 
  2. wat voor soort tekst is het?
  3. wat voor soort vraag is het?
  4. Hoe pak ik die aan? ( stappenplan)
  5. Hoe komt mijn antwoord eruit te zien? 

Slide 15 - Slide

Per text 
  • 2. wat voor soort tekst is het? ( en wat heb ik aan die info?)

Slide 16 - Slide

Per text
  • 2. wat voor soort tekst is het? 
 brief 
eigen mening 
geen wetenschappelijk artikel 
wat voor soort vragen kan je dan verwachten? 

Slide 17 - Slide

Per vraag 

  1. wat voor soort vraag is het?
  2. Hoe pak ik die aan? ( stappenplan)
  3. Hoe komt mijn antwoord eruit te zien? 

Slide 18 - Slide

STAPPENPLAN BEWERINGSVRAGEN.
Herken eerst deze vraag: de antwoorden hebben nummers ,.....
1. Lees eerst de antwoorden en streep je zoekterm aan (een woord per bewering):
Namen ( eigennamen, bedrijven, merken)
Plaatsen ( landen, steden ...)
 Hoeveelheden ( de meerderheid, een kleine groep) tijdsaanduidingen (vandaag de dag, in het begin) -
 "Internationale" woorden ( discriminatie, autoriteit, informatica)
Heb je geen van de bovenstaande drie punten, dan zoek je op het woord dat JIJ herkent.
2. Let op: bij signaalwoorden staan antwoorden!
3. Kom je er echt niet meer uit ? Slim gokken:
- Staan er woorden in de bewering die antwoorden fout maken?
 - Past het in de grote lijn?

Slide 19 - Slide