This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
De grens over
Hoofdstuk 8
Slide 1 - Slide
Een Nederlandse ondernemer bestelt auto-onderdelen in Duitsland
A
import
B
export
Slide 2 - Quiz
Welke van de volgende maatregelen bevordert de export?
A
douanerechten
B
contingentering
C
exportsubsidie
D
protectionisme
Slide 3 - Quiz
Een land heeft een goede internationale concurrentiepositie. Wat zegt dat over de producten die het land produceert?
A
De producten hebben een goede prijs-kwaliteitverhouding.
B
De producten hebben een normale prijs-kwaliteitverhouding.
C
De producten hebben een slechte prijs-kwaliteitverhouding.
Slide 4 - Quiz
Wat is geen protectiemaatregel?
A
invoerrechten
B
importquota
C
data analyse
D
invoerverbod
Slide 5 - Quiz
Als de EU invoerrechten heft op elektronica uit de VS, wordt Amerikaanse elektronica ....
A
duurder
B
goedkoper
C
mogen minder ingevoerd worden
D
mag niet ingevoerd worden
Slide 6 - Quiz
De minimumlonen zijn in elk land gelijk, dus de loonkosten voor de bedrijven ook
A
juist
B
onjuist
Slide 7 - Quiz
Een Italiaanse tomatenkweker bestelt zaden in Egypte.
A
import
B
export
Slide 8 - Quiz
In een jaar voert Nederland 415 miljoen liter wijn in. De gemiddelde prijs van één liter is €2,30. Bereken de invoerwaarde.
A
€415.000.000
B
€954.500.000
C
€2.300.000
D
€miljoen
Slide 9 - Quiz
Vorig jaar voerde Nederland 360 miljoen kilo tomaten uit. De uitvoerwaarde van de Nederlandse tomaten was € 545 miljoen. Bereken de prijs per uitgevoerde kilo. Rond af op twee decimalen.
A
€1,51 per kilo
B
€1,52 per kilo
Slide 10 - Quiz
Nederland had in 2014 een uitvoerwaarde van €433 miljard. Het nationaal inkomen in dat jaar was €880 miljard. Bereken de exportquote. Rond je antwoord af op één decimaal
A
49,9%
B
25,5%
C
49,2%
D
47,8%
Slide 11 - Quiz
Na betaling van invoerrechten kun je binnen de Europese Unie vrij exporteren.
A
juist
B
onjuist
Slide 12 - Quiz
Alle landen in Europa maken deel uit van de interne markt van de EU.
A
juist
B
onjuist
Slide 13 - Quiz
Als de wisselkoers van de euro daalt ten opzichte van vreemde valuta, dan is dat gunstig voor de ...
A
Import
B
Export
Slide 14 - Quiz
Het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking bereken je door
A
aantal inwoners / nationaal inkomen
B
nationaal inkomen / aantal inwoners
Slide 15 - Quiz
Italië heeft een nationaal inkomen van € 1.450 miljard. Het land heeft 62 miljoen inwoners. Bereken het inkomen per hoofd van de bevolking. Rond af op twee decimalen.
A
€ 24.456,76
B
23.387,10
Slide 16 - Quiz
Ontwikkelingslanden zijn:
A
landen die goed ontwikkeld zijn
B
landen waar de productie en inkomens hoog zijn
C
landen met weinig analfabetisme
D
landen waar de productie en inkomens laag zijn
Slide 17 - Quiz
Als een Nederlandse stichting helpt bij het bouwen van scholen in een ontwikkelingsland, dan noem je dit
A
Noodhulp
B
Gebonden hulp
C
Structurele hulp
Slide 18 - Quiz
Een vicieuze cirkel kan het best van binnenuit worden doorbroken.