This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Hoe word je wie je bent?
Jongeren
Slide 1 - Slide
leerdoelen:
-
- Aan het eind kan je uitleggen hoe Nature/ Nurture kenmerken jou gemaakt hebben hoe je nu bent!
- Aan het eind kan je uitleggen wat een cultuur en subcultuur inhoud
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Slide
waar vind socialisatie plaats?
Slide 5 - Mind map
Slide 6 - Slide
Narture en Nurture
Er wordt verschillend gedacht over gedrag. Is gedrag aangeboren of aangeleerd? Dit debat noemen we het Nature-Nurture-debat!
Aangeboren- Nature
opvoeding - Nurture
De nadruk ligt op aangeboren kenmerken: bv voetbaltalent of sexuele voorkeur
De nadruk ligt op aangeleerde gedrag: bv een muziekintrument bespelen
Slide 7 - Slide
noem voorbeelden van jou eigenschappen die zijn aangeboren
Slide 8 - Mind map
noem voorbeelden van jou eigenschappen die zijn aangeleerd
Slide 9 - Mind map
Wat denk jij? Is gedrag vooral aangeboren of aangeleerd? Waarom denk je dat?
Slide 10 - Open question
nature-nurture
- straks volgen er enkele situaties van mensen. denk bij jezelf na of dit nature of nurture is en waarom.
Slide 11 - Slide
Het spreken van taal; is dit aangeboren of aangeleerd? en waarom?
Slide 12 - Open question
Er is een jongen die ontzettend goed kan drummen. Is zijn ritmegevoel aangeboren of aangeleerd? en waarom?
Slide 13 - Open question
stel je bent een ontzettend talent geworden in de sport die jij doet. Is dat gekomen doordat het aangeboren is of is het toch aangeleerd? en waarom?
Slide 14 - Open question
Crimineel gedrag; aangeboren of aangeleerd? En waarom?
Slide 15 - Open question
Je seksuele voorkeur, aangeboren of aangeleerd? En waarom?
Slide 16 - Open question
Wat vond je van deze opdracht?
Slide 17 - Slide
Vragen?
Slide 18 - Slide
Slide 19 - Open question
Lees blz. 4-7
Slide 20 - Slide
Leg in je eigen woorden uit wat er wordt bedoeld met nature vs. nurture.
Slide 21 - Open question
a. Noem een voorbeeld van gedrag dat een duidelijke biologische oorsprong heeft. b. Noem een voorbeeld van gedrag dat zijn oorsprong vindt in nurture.
Slide 22 - Open question
Bedenk zelf een voorbeeld van een situatie waarin je de interactie tussen es, ich en über- ich kan zien.
Slide 23 - Open question
De theorieën van Freud worden niet meer gebruikt in hun oorspronkelijke vorm, ze zijn achterhaald. Welk inzicht van Freud vind jij de moeite waard om de mens beter te begrijpen, en welke het minst? Leg je antwoord uit.
Slide 24 - Open question
Freud bedacht psycho-analyse: een vorm van therapie waarbij je vrij-uit praatte over je dromen, gevoelens en ervaringen, om er zo achter te komen wat er zich in het onderbewuste afspeelde. Bedenk waarom deze vorm van therapie zou kunnen helpen bij sublimatie.