H2.2 - Les 4: Rivieren van ijs

Van de bergen 
naar de zee



H2.2: Rivieren van ijs


zlb@st-maartenscollege.nl
1 / 46
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Van de bergen 
naar de zee



H2.2: Rivieren van ijs


zlb@st-maartenscollege.nl

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen vandaag?

  • Herhaling P1: De vorming van de Alpen
  • Start van P2: Rivieren van ijs

Slide 2 - Slide

Regels tijdens de les
  1. Er is maximaal één iemand aan het woord.
  2. Je steekt altijd je vinger op als je iets wilt zeggen.
  3. Geen kauwgom en jassen.
  4. Telefoons staan op stil en zitten in je tas of broekzak.
  5. Zorg dat je al je spullen bij je hebt: Schrift, werkboek, lesboek en chromebook.

Slide 3 - Slide

Lesdoelen vorige les
  1. Je kunt 4 verschillen benoemen tussen een jong en oud gebergte.
  2. Je kunt de 4 verschillende reliëfvormen met hun hoogtes benoemen. (B77)
  3. Je kunt de werking van de 3 soorten verwering uitleggen.
  4. Je kunt de eroderende werking van verweringsmateriaal in de bergen uitleggen (B84).

Slide 4 - Slide

VERWERING

Slide 5 - Slide

Ontstaan van de Alpen
100 miljoen jaar geleden: vorming van dikke lagen dode dieren en planten in tropische zee.
80 miljoen jaar geleden: Afrikaanse plaat begint te bewegen en duwt sedimentgesteenten uit tropische zee naar het noorden.
30 miljoen jaar geleden: Afrika bereikt Europa en schuift eroverheen: vorming Alpen.


Slide 6 - Slide

Plaatbewegingen

Slide 7 - Slide

Maak aantekening!

Drie verschillende bewegingen:

Transform
Divergent
Convergent

Slide 8 - Slide

Plaatbewegingen

Slide 9 - Slide

Open je schrift:

Je kunt 3 verschillen benoemen tussen een jong- en een oud gebergte.

Slide 10 - Slide

Antwoord
Jonge gebergten zijn hoog en hebben steile hellingen (1), spitse bergtoppen (2) en diepe dalen (3).
Oude gebergten zijn laag en hebben flauwe hellingen (1), afgeronde bergtoppen (2) en ondiepe dalen (3).  

Ze hebben langer aan verwering en erosie blootgestaan en zijn meer afgesleten.

Slide 11 - Slide

Jong of oud?

Slide 12 - Slide

Jong of oud?

Slide 13 - Slide

Maar eerst..
H2.1: De vorming van de Alpen
  1. Check 6 + 8 + 9


Slide 14 - Slide

DE GROTE H2.1 QUIZ!!!



"Van de bergen naar de zee"

Slide 15 - Slide

"Gesteente reageert op stoffen als zuurstof en water."
A
Mechanische verwerering
B
Biologische verwering
C
Chemische verwering

Slide 16 - Quiz

Slide 17 - Slide

"Veroorzaakt door bijvoorbeeld wortels."
A
Mechanische verwering
B
Biologische verwering
C
Chemische verwering

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Slide

"Gesteente breekt in stukjes door temperatuurverschillen."
A
Chemische verwering
B
Biologische verwering
C
Mechanische verwering

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Slide

"Gesteente krijgt scheuren door het bevriezen van water."
A
Mechanische verwering
B
Biologische verwering
C
Chemische verwering

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Slide

Een gebied onder de 500m zonder hoogteverschillen.
A
Plateau
B
Laagvlakte

Slide 24 - Quiz

Slide 25 - Slide

"Nederland"
A
Hooggebergte
B
Laaggebergte
C
Heuvels
D
Laagland

Slide 26 - Quiz

Slide 27 - Slide

"Ardennen"
A
Hooggebergte
B
Middelgebergte
C
Heuvels
D
Laagland

Slide 28 - Quiz

Slide 29 - Slide

Meeste pieken tussen de 200 en 500 meter hoogte.
A
Hooggebergte
B
Middelgebergte
C
Heuvels
D
Laagland

Slide 30 - Quiz

Slide 31 - Slide

"Alpen"
A
Oud gebergte
B
Jong gebergte

Slide 32 - Quiz

"Steile hellingen"
A
Oud gebergte
B
Jong gebergte

Slide 33 - Quiz

"Afgeronde toppen"
A
Oud gebergte
B
Jong gebergte

Slide 34 - Quiz

Ik snap H2.1 nu helemaal!!!
A
Ja
B
Nee
C
Misschien
D
Ik geloof het wel ja

Slide 35 - Quiz

Ik heb zin in H2.2!!!!!
A
Ja
B
JA!
C
JAAAAAAAAA!!1!
D
Ik kan niet wachten!!!!!!

Slide 36 - Quiz

H2.2: Rivieren van ijs

Slide 37 - Slide

De lesdoelen van vandaag
  1. Je kunt uitleggen hoe een gletsjer ontstaat, gebruik hiervoor de volgende begrippen: neerslag, firn, bassin en gletsjer.
  2. Je kunt 3 soorten morenen benoemen met de juiste locatie bij een gletsjer.
  3. Je kunt het verschil tussen een U-dal en een V-dal uitleggen.

Slide 39 - Slide

De eerste helft van H2.2
  • We lezen samen bladzijde 28 van je lesboek

  1. Je kunt uitleggen hoe een gletsjer ontstaat, gebruik hiervoor de volgende begrippen: neerslag, firn, bassin en gletsjer.
  2. Je kunt 3 soorten morenen benoemen met de juiste locatie bij een gletsjer.

Slide 40 - Slide

MORAINES

Slide 41 - Slide

Je kunt uitleggen hoe een gletsjer ontstaat, gebruik hiervoor de volgende begrippen: neerslag, firn, firnbekken en gletsjer (B87).


firn
 - korrelige, overjarige en ijsachtige sneeuw.
firnbekken - Een verzameling overjarige sneeuw hoog in de bergen.

Slide 42 - Slide

V-dal
veroorzaakt door een rivier
U-dal
veroorzaakt door een gletsjer

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Slide

Aan de slag!
H2.2 - Rivieren van ijs
  • Je leest de tekst op pagina 28/29 in je lesboek.
  • Je leest B86 en B87 in je basisboek.
  • Je maakt de opdracht 2 t/m 4 in je werkboek.

Regels
wanneer je aan het werk bent: 
  • Je mag samenwerken, maar wel rustig
  • Wanneer je een vraag hebt steek je je vinger op.

Slide 45 - Slide

HUISWERK

1 t/m 4 van paragraaf 2

Slide 46 - Slide