This lesson contains 39 slides, with text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Een nieuwe docent voor jullie
Even voorstellen....
Meneer Kluten uit Maastricht
60 jaar
Docent Geschiedenis + Maatschappijleer
Periode ziek geweest
Bouwens van der Boijecollege in Panningen
Nu dichterbij in Meerssen weer lessen geven
Slide 1 - Slide
MA
schoolexamen
1e examencijfer op je lijst van klas 4!
Compensatiepunt!
Slide 2 - Slide
Planning
'1
nakijken vragen § 5.3
2
uitleg § 5.4 + maken vragen
Slide 3 - Slide
1
Trias politica
Slide 4 - Slide
2
Het doel is voorkomen dat de overheid haar macht onbeperkt kan gebruiken.
Slide 5 - Slide
3
De wetgevende macht: het parlement.
De uitvoerende macht: de regering.
De rechterlijke macht: de rechters.
Slide 6 - Slide
4
De wetgevende macht (het parlement).
Slide 7 - Slide
6
Met het legaliteitsbeginsel bedoelen we dat iedere handeling van de overheid gebaseerd moet zijn op een wet.
Slide 8 - Slide
10
Slide 9 - Slide
12
Bijvoorbeeld: Foto 3 hoort er niet bij, want de andere drie foto’s beelden de drie machten uit.
Slide 10 - Slide
14
Slide 11 - Slide
§ 5.4 Wat is criminaliteit?
Slide 12 - Slide
Lesdoelen
Na deze les je kun je herkennen en/of uitleggen:
Verschil tussen bestuurs- en burgelijk recht
Verschil tussen asociaal en strafbaar
Verschil tussen overtreding en misdrijf
Wat criminaliteit is en dat deze afhankelijk is van tijd en plaats
Wat de risicofactoren zijn om crimineel te worden
Slide 13 - Slide
Jongeren en criminaliteit
Toename jongeren die met criminaliteit in aanraking komen
Slide 14 - Slide
eenvandaag.avrotros.nl
Slide 15 - Link
Slide 16 - Slide
Rechterlijke macht
Burgerlijk recht
Conflicten tussen mensen
Bestuursrecht
Conflicten met de overheid
Slide 17 - Slide
Criminaliteit
Verschil asociaal en strafbaar gedrag.
Verschil tussen misdrijven en overtredingen.
Slide 18 - Slide
Criminaliteit
Asociaal of ook strafbaar?
Wanneer wordt asociaal gedrag strafbaar?
Delict = strafbaar feit
Slide 19 - Slide
Asociaal VS strafbaar
Wet overtreden
Geen rekening met anderen
Slide 20 - Slide
Wat is het verschil?
Overtreding of misdrijf?
Slide 21 - Slide
Overtredig of misdrijf?
Overtreding: Lichte strafbare feiten
Misdrijf: Ernstige strafbare feiten (strafblad)
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Slide
Slide 24 - Slide
Misdrijf
Verhoor door politie
Zwaardere straffen
Ouder dan 12 jaar: strafblad
Slide 25 - Slide
Strafblad
Als je een strafblad hebt, dan krijg je geen verklaring omtrent het gedrag (VOG). Dit heb je voor veel werk nodig. Je kunt dan vaak heel moeilijk werk vinden. Je kunt bijvoorbeeld ook niet meer altijd op vakantie in sommige landen.
Slide 26 - Slide
Wanneer ben je crimineel?
Niet iedereen die een overtreding begaat, is meteen crimineel. Meestal noem je iemand crimineel wanneer er sprake is van een misdrijf.
Criminaliteit: Alle misdrijven zoals die in de wet staan
Slide 27 - Slide
Slide 28 - Slide
Heilige berg Kinabalu
Op vakantie............
3 dagen cel
1200 € boete
Slide 29 - Slide
Slide 30 - Slide
Tijdgebonden
Wat strafbaar is en wat niet verandert door de tijd heen.
Bijv. Vroeger was overspel strafbaar, nu niet meer.
Plaatsgebonden
Wat in Nederland is toegestaan kan in een ander land strafbaar zijn.
Bijv. wapenbezit is in de VS legaal, in Nederland niet.
Criminaliteit is afhankelijk van tijd en plaats
Slide 31 - Slide
Video
Seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Slide 32 - Slide
Slide 33 - Video
Gevolgen criminaliteit
Materiële gevolgen: schade die je kunt berekenen in geld. Bijvoorbeeld een vernielde winkelruit.
Niet-materiële gevolgen: gevolgen die niet in geld zijn uit te drukken. Bijv. angst voor een nieuwe inbraak.
Slide 34 - Slide
Video
Top 600 crimineel...
Video: 3.35
https://www.youtube.com/watch?v=GfUE4_M_vJU
Slide 35 - Slide
Slide 36 - Video
Risicofactoren criminaliteit
Slide 37 - Slide
Risicofactoren
Vaak zijn er meerdere redenen voor criminaliteit. Bij risicofactoren gaat het om omstandigheden die criminaliteit vergroten.
1. slechte opvoeding
Het aanleren van verkeerde waarden en normen thuis.
2. Groepsdruk
Fout gedrag vertonen omdat je er bij wilt horen.
3. Alcohol of drugs
Onder invloed verkeerde dingen doen zoals van drank.
4. Spijbelen of schooluitval
Vaker in aanraking komen met justitie omdat je, je bijvoorbeeld 'verveelt op straat'.
5. Biologische factoren
Psychische stoornissen waardoor je extra agressief kan worden.