Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 1
This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 80 min
Items in this lesson
F&C 1: Schoonmaken!
Slide 1 - Slide
Leerdoelen
Je leert hoe je moet schoonmaken.
Je gaat schoonmaken.
Slide 2 - Slide
Waarom maken we schoon?
Slide 3 - Open question
Als je niet schoonmaakt, gaat alles stinken. Er komen vieze beestjes en er groeien schimmels. Je kunt er ziek van worden. Sommige mensen moet je helpen met schoonmaken, omdat ze het zelf niet kunnen.
Als je niet schoonmaakt, gaat alles stinken. Er komen vieze beestjes en er groeien schimmels. Je kunt er ziek van worden. Sommige mensen moet je helpen met schoonmaken, omdat ze het zelf niet kunnen.
Slide 4 - Slide
Schoonmaakregels
Eerst opruimen, ruimte goed bekijken
Werk van schoon naar vuil
Maak eerst droog schoon, daarna nat
Werk van boven naar beneden
Maak een nieuw sopje bij het schoonmaken van de keuken en bij de badkamer en het toilet
Vuil sop? Maak nieuw sop. Sop na gebruik meteen weggooien i.v.m. hygiëne
Controleer aan het eind de ruimte. Ruim de schoonmaakspullen op.
Slide 5 - Slide
Let op de juiste volgorde!
Slide 6 - Slide
schoonmaak en onderhoud
Etiketten
Schoonmaakmiddelen kunnen gevaarlijke stoffen bevatten. Op het etiket wordt via pictogrammen de gevaren van een schoonmaakmiddel aangegeven.
Pictogram= Een afbeelding die snel iets duidelijk maakt.
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
Giftig
Bijtend
Schadelijk voor de gezondheid
Irriterend
Schadelijk voor het milieu
Slide 9 - Drag question
schoonmaak en onderhoud
schoonmaakmiddelen
Reinigingsmiddelen= Een middel om het zichtbare vuil te verwijderen. Gebruiken voor alle oppervlakten en materialen. Voorbeeld: allesreiniger
Desinfecteermiddelen= Een middel waarmee je onzichtbare vuil verwijdert. Het doodt micro-organismen (bacteriën en schimmels) Voorbeeld: chloor