Examen voorbereiding Onderwerp 2

Bezit brede kennis van arbeidstijdenwet en arbeidstijdenbesluit
1 / 28
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Bezit brede kennis van arbeidstijdenwet en arbeidstijdenbesluit

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Bij het maken van een werkplanning hou je rekening met de wettelijke regels voor arbeids- en rusttijden. Deze regels staan in de Arbeidstijdenwet. De uitzonderingen op de Arbeidstijdenwet staan in het Arbeidstijdenbesluit. 
De ATW geeft voorschriften voor de maximumduur van het verrichten van arbeid:
  • Hoe lang een werknemer per dag per week mag werken
  • wanneer een werknemer recht heeft op pauze of rusttijd.
  • vanaf welke leeftijd arbeid is toegestaan en onder welke voorwaarden.
Bijv. een dienst mag niet langer dan 12 uur duren en een medewerker mag niet langer dan 60 uur per week werken.
In een periode van 16 weken mag een medewerker gemiddeld maar 48 uur werken.


Rusttijden: een medewerker mag na een werkdag bijv. 11 uur niet werken. 

Slide 3 - Slide

Richtlijn 2002/15:
Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen.


Verordening 561/2006
Regels voor rijtijden en rusttijden bij wegvervoer
Transportbedrijven en (zelfstandige) chauffeurs van vrachtwagens, openbaar-vervoerbussen en touringcarbussen moeten zich houden aan Europese regels voor rijtijden en rusttijden.


Slide 4 - Slide

Tachograaf - in vrachtwagens met een toegestane maximum van meer dan 3.5 ton.
Registreert de rij- en rusttijden, de snelheid en de afgelegde afstand in een vrachtwagen.
Tegenwoordig een digitale tachograaf. Iedere chauffeur moet ook een bestuurderskaart hebben. Iedere onderneming moet een bedrijfskaart hebben. De tachograaf wordt gekoppeld aan de bedrijfskaart. Chauffeur plaatst zijn bestuurderskaart in de tachograaf. 
Een bestuurderskaart iedere 28 dagen gedownload en iedere bedrijfskaart iedere 90 dagen.
Maar de chauffeur moet over een periode van 28 dagen onderweg de gegevens mbt rij-rust en werktijden bij zich hebben. Per 2025 wordt dit 56 dagen.
Een bestuurderskaart is individueel en kan dus niet uitgewisseld worden. 
De functie van een bedrijfskaart is om de bedrijfsgegevens te koppelen aan de tachograaf.
Bestuurdersattest = voor als je een chauffeur aan wil stellen van buiten de EU, wordt uitgegeven door de NIWO.
Verklaring van terbeschikkingstelling = voor chauffeurs die via uitzendbureau wordt ingehuurd.
Handhavers hebben een controlekaart nodig om te controleren op de naleving van rij - en rusttijden van chauffeurs. Inspecteurs van de Inspectie Leefomgeving en Transport, de politie en andere opsporingsdiensten kunnen een controlekaart aanvragen. Met de controlekaart kan de registratie van de tijden op twee manieren worden uitgelezen:
  • De gegevens op de bestuurderskaart aflezen;
  • De gegevens op de  tachograaf opvragen.

Slide 5 - Slide

AETR: 
De bepalingen voor rij- en rusttijden uit de verordening gelden voor alle ritten binnen de Europese Unie. Wanneer de bestemming van een rit ligt in één van de volgende landen dan zijn de zogenaame AETR-bepalingen van toepassing:
Albanië, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan, Bosnië/Herzegovina, Kazachstan, Kroatië, Macedonië, Moldavië, Montenegro, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Servië, Turkije, Turkmenistan of Wit-Rusland.
Voorbeeld situatie
Een voorbeeld laat de toepassing van de AETR-bepalingen het beste omschrijven: een chauffeur krijgt vanuit Venlo de opdracht om een vracht op te halen in Milaan. Tijdens een tussenstop wordt de rit aangepast en krijgt de chauffeur te horen dat hij een vracht moet ophalen in Moskou (Rusland). Op dit moment worden de AETR-bepalingen de gehele rit van toepassing (dus van Venlo naar Moskou). Wanneer gedurende een week één of meerdere ritten onder het AETR-verdrag worden uitgevoerd, zijn de bepalingen voor de wekelijkse en tweewekelijkse rij- en rusttijd uit het AETR-verdrag op die periode van toepassing.


Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Hoeveel uren mag een medewerker tijdens een piekmoment maximaal per dienst werken?

A
12
B
8
C
10
D
14

Slide 11 - Quiz

Wat is een wettelijk vereiste voor een startend transportondernemer?
A
een rijbewijs met code 95
B
een getuigschrift vakbekwaamheid
C
een ADR-certificaat

Slide 12 - Quiz

Een chauffeur mag niet een onbeperkt aantal uren werken.

Hoeveel uren mag een chauffeur maximaal werken per week?
A
60
B
50
C
40
D
70

Slide 13 - Quiz

Hoeveel uren mag een chauffeur maximaal rijden per week?
A
58
B
56
C
60
D
62

Slide 14 - Quiz

Een chauffeur valt onder de CAO Beroepsgoederenvervoer over de weg. De chauffeur heeft een fulltime dienstverband, is 54 jaar en heeft 23 dienstjaren.

Op hoeveel vakantiedagen per jaar heeft de chauffeur recht?
A
26
B
27
C
28
D
29

Slide 15 - Quiz

Code 95 is 5 jaar geldig.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quiz

Een chauffeur moet elk jaar 7 uur nascholing volgen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quiz

Voor het besturen van een brandweerwagen is geen code 95 nodig
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quiz

Welke persoonlijke documenten heeft een beroepsgoederenchauffeur nodig voor het uitvoeren van dit beroep?
A
bestuurderskaart, rijbewijs met code 95 en ID-bewijs
B
rijbewijs, kentekenbewijs en ID-bewijs
C
gezondheidsverklaring, groene kaart en rijbewijs

Slide 19 - Quiz

Een chauffeur verdient een bruto loon
van 3200 per maand.
Wat is zijn uurloon?

Slide 20 - Open question

Heeft de chauffeur een rijbewijs met Code 95 nodig om een vrachtwagen te besturen als
A
Hij een vrachtwagen test na reparatie
B
een kermisexploitant is die zijn kermisvoertuig bestuurt
C
minder dan 12 uur bij een transportbedrijf werkt.

Slide 21 - Quiz

Een chauffeur moet met de eerste 7 uur nascholing beginnen 2 jaar na het behalen van de basiskwalificatie
A
Juist
B
Onjuist

Slide 22 - Quiz

Nascholing is niet meer nodig als de chauffeur minder dan 5 jaar voor zijn pensionering zit.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 23 - Quiz

Welke persoonlijke documenten heeft een beroepsgoederenchauffeur nodig om zijn beroep uit te oefenen?
A
gezondheidsverklaring, groene kaart en rijbewijs
B
rijbewijs, kentekenbewijs en idbewijs
C
bestuurderskaart, rijbewijs met code 95 en ID

Slide 24 - Quiz

Een chauffeur werkt voor een uitzendbureau en werkt voor een meubelfabriek op de vrachtwagen (laadvermogen is 8 ton).
Welke documenten moet hij bij zich hebben?
A
bestuurderskaart en verklaring van terbeschikkingsstelling
B
bestuurderskaart en geneeskundige verklaring
C
een geldig rijbewijs en verklaring van dienstbetrekking

Slide 25 - Quiz

Een chauffeur verdient € 3.500 bruto per maand.
Wat is het bruto uurloon van de chauffeur?

A
22.44 Eur
B
20.19 Eur
C
26
D
44

Slide 26 - Quiz

Noem een 1 wettelijke bepaling die van toepassing is op werknemers vanaf 55 jaar
A
Geen ploegendienst
B
Niet verplicht tussen 0.00 en 06.00 uur te werken
C
Zowel A als B

Slide 27 - Quiz

Voor sommige soorten nachtwerk gelden in het transport andere regels. Schrijf twee soorten van dit transport op.
A
transport of vervoer van brood- en banketbakkerijproducten
B
transport of vervoer van goederen van en naar distributiecentra, terminals of luchthavens
C
voor het onderhoud en de aanleg van wegen en spoor
D
Zowel A, B als C

Slide 28 - Quiz