8-1 Formules korter schrijven

8-1 Formules korter schrijven
1 / 24
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

8-1 Formules korter schrijven

Slide 1 - Slide

Schrijf zo kort mogelijk:
a + a + a = p

Slide 2 - Open question

Schrijf korter, indien mogelijk:
3 x a + 12 x a = p

Slide 3 - Open question

Schrijf korter, indien mogelijk:
16 x b + 23 x b = q

Slide 4 - Open question

Schrijf zo kort mogelijk:
a + a + a + f + f = p

Slide 5 - Open question

Schrijf korter, indien mogelijk:
33 x d - 15 x k = t

Slide 6 - Open question

Schrijf korter, indien mogelijk:
3 x f - 5,5 x f = u

Slide 7 - Open question

Schrijf korter, indien mogelijk:
7 x x - 2 x y + 3 = z

Slide 8 - Open question

Theorie

Slide 9 - Slide

Schrijf zo kort mogelijk:
4 x k + 7 = q

Slide 10 - Open question

Schrijf zo kort mogelijk:
8 + 3 x h = b

Slide 11 - Open question

Schrijf zo kort mogelijk:
9 x x - 12 = y

Slide 12 - Open question

Schrijf zo kort mogelijk:
b = 2 x h + 14

Slide 13 - Open question

Welke van de drie formules hoort bij
9t - 7 = k?

Slide 14 - Open question

Welke van de drie formules hoort bij
2t = k?

Slide 15 - Open question

Theorie

Slide 16 - Slide

Schrijf zo kort mogelijk:
7p - 6p + 8 = a

Slide 17 - Open question

Schrijf zo kort mogelijk:
s + s - s + t + t + 6 = e

Slide 18 - Open question

Samenvatting
- Gelijksoortige termen mag je samennemen. 
3 x a + 7 x a = p wordt dus: 10 x a = p
Als de termen niet gelijksoortig zijn dan mag je ze niet samennemen, zoals hieronder: 
3 x a + 7 x b = p. 

Slide 19 - Slide

Samenvattend
- Formules worden vaak nog korter geschreven. Het vermenigvuldigings teken wordt dan weggelaten. 
6 x a = p wordt dan 6a = p.

Slide 20 - Slide

Balansmethode

Slide 21 - Slide

Welke vergelijking hoort hierbij?
A
3b = 8
B
3b + 1 = 7
C
3b + 7 = 1
D
b = 7

Slide 22 - Quiz

Welke vergelijking hoort hierbij?
A
3b + 2 = 11
B
2b = 12
C
3b = 8
D
2b + 3 = 11

Slide 23 - Quiz


A
A = -5
B
A = 10
C
A = 5
D
A = 25

Slide 24 - Quiz