Les 1 (non)Fictie , (niet)realistisch, verhaalsoort

Cursus fictie
1 / 28
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Cursus fictie

Slide 1 - Slide

Les 1
  1. Je leert over setting en sfeer
  2. Je kan de setting van een verhaal benoemen 

Slide 2 - Slide

Waar denk je aan bij de setting
van een verhaal?

Slide 3 - Mind map

setting
Betekenis: De setting bestaat uit de plaats, tijd en omstandigheden die de achtergrond vormen waartegen het verhaal zich afspeelt.
 
Plaats bijvoorbeeld: in een bepaald land
Tijd bijvoorbeeld: heden, verleden, een bepaald jaar
Omstandigheden bijvoorbeeld: oorlog, een sneeuwstorm

Slide 4 - Slide

Wat denk je dat sfeer in een verhaal is?

Slide 5 - Mind map

Wat is sfeer?
Betekenis: De plaats, tijd en omstandigheden zijn samen vaak heel bepalend voor de sfeer van een verhaal. 

De sfeer kan bijvoorbeeld griezelig, dreigend, benauwend, kil, geheimzinnig, ontspannen, verveeld, romantisch of onbezorgd zijn.






Slide 6 - Slide

Aan de slag
  • Pak je boek op bladzijde 64 erbij 
  • We lezen samen tekst 1
  • maak opdracht 1 in je schrift
  • Huiswerk: zelf lezen tekst 2 en maken opdracht 2 en 3

Slide 7 - Slide

Les 2
  1. Je leert over tijd in verhalen.
  2. Je weet wat het vertelheden is en kent de tijdsprongen.

Slide 8 - Slide

Even herhalen:
Wat kan je vertellen over de setting in 100 uren nacht?

Slide 9 - Open question

Slide 10 - Video

In Oorlogswinter is de sfeer:
A
ontspannen
B
romantisch
C
dreigend
D
onbezorgd

Slide 11 - Quiz

Tijdsprong vooruit en achteruit
De meeste verhalen worden niet in de chronologische volgorde verteld: er vinden tijdsprongen plaats.
tijdsprong vooruit:
-een deel van het verhaal wordt niet verteld.  Hoofdstuk 1 eindigt op 7 januari en in het volgende hoofdstuk is het 28 maart.
tijdsprong achteruit:
-noem je een flashback. Er wordt iets beschreven wat eerder is gebeurd. 




Slide 12 - Slide

Aan de slag
  • Pak je boek op bladzijde 68 erbij 
  • We lezen samen tekst 1, 2 en 3
  • maak opdracht 1,2 en 3 in je schrift

Slide 13 - Slide

Les 3
  1. Je leert over verhaallijnen in verhalen.
  2. Je weet wat het perspectief is in een verhaal.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Perspectief
Het verhaal heeft meerdere hoofdpersonen die elk hun eigen perspectief hebben (dat kan een ik-perspectief zijn, maar ook een hij/zij-perspectief).

Perspectief = door wiens ogen volg je als lezer het verhaal / de positie van waaruit de lezer een verhaal waarneemt

Slide 16 - Slide

Aan de slag
  • Pak je boek op bladzijde 73 erbij 
  • We lezen samen tekst 1,2 en 3
  • Maak opdracht 1, 2 en 3 in je schrift

Slide 17 - Slide

Les 4
  1. Je leert over spanning in verhalen.
  2. Je weet wat het perspectief is in een verhaal.

Slide 18 - Slide

Spanning
Spanning ontstaat bijvoorbeeld doordat er iets spannends, gevaarlijks of onverwachts gebeurt. Denk aan een ontvoering of achtervolging.

Twee soorten spanning:
- actiespanning: vaak een ‘gejaagde’ stijl: de gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op
- psychologische spanning

Slide 19 - Slide

Psychologische spanning
Psychologische spanning kan onder andere worden opgeroepen door:
- inleven in  een personage
- open plekken: het verhaal roept vragen op waarop je graag een antwoord wilt hebben
- een onderbreking van het verhaal door bijvoorbeeld een cliffhanger (een hoofdstuk eindigt op een heel spannend moment), een tijdsprong of wisseling van perspectief

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

In Black Panther herken je:
A
actiespanning
B
psychologische spanning

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Slide

Welk soort(en) spanning kan voorkomen in Erebos?

Slide 24 - Open question

In de bibliotheek staan pictogrammen op de boeken, zodat je kunt zien bij welk genre een boek hoort. Een genre geeft aan wat voor een soort verhaal in het boek wordt verteld, bijvoorbeeld griezelverhaal of een verhaal over geschiedenis.

Slide 25 - Slide

Genres
Soorten verhalen noemen we genres.
  • historische boeken;
  • detectives;
  • oorlogsverhalen;
  • sprookjes;
  • griezelverhalen;
  • avonturenverhalen;
  • liefdesverhalen.

Slide 26 - Slide

Bij welke genres past Oorlogswinter?

Slide 27 - Open question

Aan de slag
  • Pak je boek op bladzijde 78 erbij
  • We lezen samen tekst 1,2,3 en 4
  • Maak opdracht 1 tot en met 5 in je schrift
  • Wat niet af is deze les wordt huiswerk

Slide 28 - Slide