5.1 Koop jij op de markt?

Hoofdstuk 5 Wat levert het op?
paragraaf 5.1 Hoe verkoop je je product?

1 / 15
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 5 Wat levert het op?
paragraaf 5.1 Hoe verkoop je je product?

Slide 1 - Slide

In deze paragraaf leer je:
- het verschil tussen sociale invloed en commerciële invloed.
- verschillen tussen een winkel of webshop
- wie aanbieders of vragers zijn op de markt.
- kan je het begrip concurrenten uitleggen.

Slide 2 - Slide

Sociale invloed
Dit is invloed van vrienden, familie en bekenden. Deze mensen kunnen jou overhalen om een product te kopen of juist niet.

Slide 3 - Slide

Commerciële invloed
Invloed van winkeliers en fabrikanten op de producten die jij misschien wilt gaan kopen.
Denk aan influencer of reclame van bedrijven.

Slide 4 - Slide

Bedenk 1 voorbeeld van sociale invloed + 1 voorbeeld van commerciële invloed.

Slide 5 - Open question

Wat zijn voorbeelden van commerciële invloed? 
Sleep de twee juiste antwoorden naar het groene vlak. 
Je gaat naar de bioscoop omdat die een kortingsactie heeft.
Je installeert een app omdat die volgens je klasgenoot erg goed is.
Je kiest de telefoon die volgens de verkoper de beste is.
Je koopt de nieuwe frisdrank omdat je vriend zegt dat die lekker is.

Slide 6 - Drag question

5.1 Aan de slag
Wat: maak opdracht 1 t/m 6 blz. 136
Tijd:  7 minuten
Wie: zelfstandig.
Hulp: boek/buur/docent

klaar? ga verder met 7 t/m 13 

Slide 7 - Slide

winkel (kosten)
- de huur
- Inrichting
- Verwarmen en verlichting
- Loon personeel
(ook als het rustig is)
webshop
- lagere huur (niet in centrum)
- eenvoudige inrichting
- minder personeel

wel meer: 
- verzendkosten
- klachten/retour kosten
- vindbaar zijn

Slide 8 - Slide

Winkel
Webshop
je wilt graag passen
je kan buiten werktijd kopen
vaak hoge kosten huur/personeel
vaak hoge kosten retourzending/klachten

Slide 9 - Drag question

Vraag en Aanbod
Aanbod: alles wat producenten te koop aanbieden. (bedrijven)

Vraag: alles wat consumenten willen kopen. (kopers)

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

De winkelende mensen
De winkels
Wie zorgen voor het aanbod?
Wie zorgen voor de vraag?

Slide 12 - Drag question

De consumenten zorgen voor ...
A
Aanbod
B
Vraag

Slide 13 - Quiz

Op de rommelmarkt verkoop je oude spullen jij zorgt voor....
A
Aanbod
B
Vraag

Slide 14 - Quiz

Aan de slag!
Wat: opdracht 1 t/m 13 op blz 136 - 139
tijd: 15 minuten
klaar? verder met 1 t/m 4 op blz. 160 +
5.1 op blz 158.
Wie: zelfstandig (fluisteren)

Slide 15 - Slide