6.5 en 6.6 Sociaal gedrag

Sociaal gedrag bij mens en dier
1 / 32
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Sociaal gedrag bij mens en dier

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
6.5.1 Je kunt uitleggen wat sociaal gedrag is en hoe dit gedrag de overlevingskansen van organismen beïnvloedt.
6.5.2 Je kunt uitleggen hoe sociaal gedrag evolueert.

Slide 2 - Slide

Twee wilde honden vechten om een stuk vlees. Is hier sprake van sociaal gedrag?
A
Nee, vechten is niet sociaal.
B
Nee, sociaal gedrag vindt plaats tussen soortgenoten.
C
Ja, sociaal gedrag vindt plaats tussen soortgenoten.
D
Ja, sociaal gedrag is ook een vorm van gedrag.

Slide 3 - Quiz

Sociaal gedrag
  • = gedrag van soortgenoten ten opzichte van elkaar.

  • Handelingen van individu = signalen voor anderen.
  • Het is eigenlijk gewoon communiceren

Slide 4 - Slide

Samenlevingsvorm
- solitair 
- paren (vissen, vogels, zoogdieren)
- groepen (insecten, vissen, vogels, zoogdieren)

waarbinnen valt de mens biologisch gezien? 

Slide 5 - Slide

Vormen van sociaal gedrag
  • Samenlevingsvorm
  • Voortplantingsgedrag (balts/bronst)
  • Territoriumgedrag
  • Conflictgedrag  
  • Rangorde

Slide 6 - Slide

Voordelen sociaal gedrag
De voordelen van het leven in groepen zijn:
  • verkleint de kans op predatie of maakt het jagen makkelijker
  • vergroot de kans op vinden van een partner (voortplanting)
  • vergroot de kans op grootbrengen jongen (voortplanting)
  • belangrijke vaardigheden leren van elkaar (imitatie)

Slide 7 - Slide

Evolutie van sociaal gedrag
- Als door sociaal gedrag de totale overlevingskans van de individuen van een soort toeneemt, dan vindt selectiedruk plaats in het voordeel voor dit gedrag. 
- Het gedrag zal zich dan binnen de populatie verspreiden.

Slide 8 - Slide

Balts en bronst
- opvallend en trekt daardoor partners aan
- vergroot de bereidheid tot paren
- minder agressie
- paarband versterken


Slide 9 - Slide

* Territoriumgedrag en conflictgedrag.
  • Territorium --> voedsel en ruimte om nakomelingen groot te
      brengen. --> Dreiggedrag

  • Conflictgedrag
  • --> Oversprong gedrag

Slide 10 - Slide

Rangorde 
  • Conflicten voorkomen 
  • --> Dreig- en imponeergedrag (giraffe)
  • --> Verzoeningsgedrag (baviaan)

  • filmpje

Slide 11 - Slide

Dit is een voorbeeld van..
A
dreiggedrag
B
overspronggedrag
C
baltsgedrag
D
omgericht gedrag

Slide 12 - Quiz

Territorium - Territoriumgedrag
Wat is NIET waar?

A
Een territorium is een eigen leefgebied
B
De grenzen van een territorium worden afgebakend
C
Vooral vrouwtjes bewaken het territorium
D
Het territorium wordt verdedigd door te dreigen en evt. te vechten is territoriumgedrag

Slide 13 - Quiz

Twee katers die hevig naar elkaar dreigen, gaan plotseling beide hun vacht schoonlikken.

Hoe heet het gedrag dat de katten dan vertonen?
A
imponeergedrag
B
overspronggedrag
C
omgericht gedrag
D
ambivalent gedrag

Slide 14 - Quiz

Bij veel dieren die in groepen leven is er sprake van een rangorde. Wat is een rangorde?
A
De volgorde van dieren van oud naar jong
B
De volgorde waarin dieren mogen eten
C
Het oudste dier is de baas
D
Ieder dier kent zijn plaats

Slide 15 - Quiz

Hoe heet het gedrag wat je vertoont (naar een organisme in een hogere orde) om een conflict te vermijden
A
overgeefgedrag
B
imponeergesdrag
C
statengedrag
D
verzoeningsgedrag

Slide 16 - Quiz

Bas heeft zijn 4 kippen geobserveerd om te kijken wie elkaar pikt. Zijn resultaten:
*kip 1 pikt kip 4
*kip 2 pikt kippen 1, 3 en 4
*kip 3 pikt kip 1 en 4
Wat is de rangorde in de ze groep?

A
kip 2 staat boven aan de rangorde, kip 4 onderaan
B
kip 4 staat boven aan de rangorde, kip 2 onderaan
C
de volgorde in rangorde is kip 3, 4, 2 en als laatste 1
D
de volgorde in rangorde is kip 2, 4,3 en als laatste 1

Slide 17 - Quiz

leerdoel gedrag bij mensen
Je kunt aan de hand van een context toelichten wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen gedrag bij mensen en dieren

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Wat is een voorbeeld van aangeboren gedrag?
A
Een kind strikt de schoenveters nadat zijn ouders hem dat opdragen
B
Een konijn duikt zijn holletje in bij het zien van een vos
C
Een pasgeboren vogeltje opent zijn bek om aan te geven honger te hebben
D
Een man zwaait naar de buurvrouw die langsloopt

Slide 20 - Quiz

Is dit aangeleerd of aangeboren gedrag?
A
Aangeleerd
B
Aangeboren

Slide 21 - Quiz

Wat is een voorbeeld van aangeboren gedrag
A
Een hond komt terug wanneer je hem roept
B
Kunnen schrijven
C
Een baby huilt wanneer hij honger heeft
D
Als de bel gaat pakken jullie je spullen in

Slide 22 - Quiz

Welke is aangeleerd gedrag?
A
Alleen plaatje 1
B
Alleen plaatje 2
C
Geen van beide plaatjes
D
Allebei de plaatjes

Slide 23 - Quiz

gapen in de baarmoeder
A
aangeleerd
B
aangeboren

Slide 24 - Quiz

Rolpatronen

Slide 25 - Slide

Rolgedrag en rolpatroon
Gedrag dat bij een bepaalde rol hoort = rolpatroon

Slide 26 - Slide

Rolpatronen
Hoe iemand zich volgens 
anderen moet gedragen

Deze rolpatronen kunnen ook veranderen

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

Door de vrouwenemancipatie zijn de rolpatronen in veel gezinnen veranderd.
a. Hoe waren vóór de emancipatie meestal de rolpatronen in een gezin?
b. Hoe zien de rolpatronen er in veel gezinnen na de vrouwenemancipatie uit?

Slide 29 - Open question

Cultuur
  • Cultuur wordt bepaald door normen en waarden.
  • Verandert door de tijd heen.
  • Cultuur verschilt per land, regio en groep.

Slide 30 - Slide

Bedenk een voorbeeld van hoe jouw cultuur je gedrag beinvloed

Slide 31 - Open question

Opdrachten 6.5 en 6.6

Slide 32 - Slide