Liquiditeit wat is dat ook al weer? Een bedrijf is liquide als....
A
een bedrijf met de voorraad de crediteuren betalen
B
een bedrijf de schulden op korte termijn kan betalen
C
een bedrijf aan de verplichtingen op korte termijn kan voldoen
Slide 13 - Quiz
Immateriele vaste activa
Materiële vaste activa
Financiële vaste activa
Vlottende activa
Eigen Vermogen
Lang vreemd vermogen
Kort vreemd vermogen
Deelneming
Agio Reserve
Obligatielening
Onderhandse lening
Crediteuren
Kas
Octrooien
Slide 14 - Drag question
Vanaf wanneer is de liquiditeit van een bedrijf voldoende?
A
de quick ratio vanaf 0,1
B
Bij de quick ratio vanaf 0,5
C
de quick ratio vanaf 1,5
Slide 15 - Quiz
De current ratio bereken je door
A
Vlottende activa + liquide middelen / schulden op korte termijn
B
Vlottende activa - goederen / schulden op korte termijn
C
Vlottende activa - liquide middelen / schulden op korte termijn
D
Vlottende activa + voorraad / schulden op korte termijn
Slide 16 - Quiz
Bedrijven kiezen er vaak voor om een werknemer eerst een contract voor bepaalde tijd aan te bieden en pas daarna voor onbepaalde tijd. Welke redeneringen hierachter kloppen wel en welke niet?
Klopt wel
Klopt niet
De werknemer is dan gemotiveerder omdat hij/zij een verlenging wil.
Het is dan makkelijker om de werknemer tijdens de looptijd te ontslaan.
Het is dan makkelijker om de werknemer na de looptijd te ontslaan.
De werkgever kan de arbeidsovereenkomst opzeggen met ingang van de afloopdatum van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder vermelding van een goede, gedocumenteerde reden.
De werkgever hoeft de werknemer minder lang door te betalen, mocht hij/zij langdurig ziek worden.
Slide 17 - Drag question
Wat gebeurt er met de liquiditeit als.... er een debiteur zijn schuld inlost
A
Verbeterd
B
Verslechterd
C
Blijft gelijk
Slide 18 - Quiz
De current ratio valt onder de
A
Solvabiliteit
B
Quick ratio
C
Liquiditeit
D
Rentabiliteit
Slide 19 - Quiz
Wie controleert de gang van zaken bij een faillissement?
A
Curator
B
Rechter Commissaris
C
Crediteur
D
De curator en rechter commissaris samen
Slide 20 - Quiz
Materiële vaste activa
Immateriële vaste activa
Financiële vaste activa
Vlottende activa
Goodwill
Inventaris
Lening u/g looptijd 5 jaar
Concessie
Vooruitbetaalde bedragen
Machines
Effecten (zeggenschap > 5%)
Voorraad gereed product
Slide 21 - Drag question
De Jaarrekening bestaat uit:
A
Balans, toelichting en
jaarverslag
B
Balans, W&V-rekening, toelichting op beide en jaarverslag
C
Balans en Winst-& verliesrekening en omzetgegevens
D
Balans, W&V-rekening en een bestuursverslag
Slide 22 - Quiz
REV
RVV
RTV
De verhouding tussen het inkomen van de onderneming en de investering die hiervoor nodig was.
Meet de winstgevendheid ten opzichte van het eigen vermogen.
De verhouding tussen het inkomen van de onderneming en de investering die hiervoor nodig was.